Het rendement op IJslandse obligaties ziet er momenteel zeer aantrekkelijk uit. Staatspapier op 5 jaar brengt in IJsland maar liefst 7,75% meer op dan in de eurozone. Toch mag de belegger zich niet blindstaren op dit rendement; er zijn namelijk heel wat risico’s aan verbonden. Sinds begin dit jaar daalde de koers van de Kroon al met 25% ten opzichte van de euro. Een noodingreep van de Sedlabanki (centrale bank) in de vorm van een verhoging van de kortetermijnrente met 175 basispunten tot 15,5% was noodzakelijk om het zinkende schip te redden. Maar volstaat dit?
Hoewel IJsland
slechts 300 000 inwoners heeft, kan het eiland op economisch gebied zeker zijn
mannetje staan. Momenteel bedraagt de economische groei 4,6%. Deze groei is
vooral afkomstig uit de bank- en mijnsector, en de visserij. Toch kampt de IJslandse
economie met een aantal fundamentele zwaktes: ze heeft een zeer smalle
exportbasis (visvangst en aluminium) en hangt dus sterk af van de import. Als
gevolg hiervan is er een hoge buitenlandse schuld en een groot tekort op de
handelsbalans. Dit tekort is houdbaar doordat IJsland de investeerders zeer
aantrekkelijke rendementen biedt. De IJslandse economie is dus sterk
afhankelijk van de bereidwilligheid van de buitenlandse investeerders.
Daarnaast zijn er speculanten die geld lenen in een munt met een zeer lage
rente (bv. de Japanse yen) om het vervolgens te investeren in een hoogrentende
munt (bv. de IJslandse kroon). Dit fenomeen is ook gekend als carry trade. Maar ten gevolge van de
kredietcrisis keerden heel wat beleggers hun posities om in carry trades, waardoor de koers van
hoogrentende munten – zoals de Kroon – verzwakte.
De IJslandse banken hebben
massaal geld geleend in het buitenland en ondertussen zijn hun buitenlandse
schulden opgelopen tot zesmaal het bruto binnenlands product (bbp). Deze
leningen moeten terugbetaald worden. Meestal is dat geen probleem, indien de
bank een nieuwe lening kan aangaan. Maar daar wringt, in tijden van
kredietcrisis, nu net het schoentje. Het onderling vertrouwen is weg en de IJslandse
banken, die met veel geleend buitenlands geld een zwakke balans hebben, vinden
maar moeilijk vers geld. Ze worden dus “gedwongen” in eigen land voldoende Kronen
bij elkaar te sprokkelen en zo de leningen terug te betalen. De buitenlandse
steun voor de munt valt volledig weg en een verdere depreciatie van de Kroon is
het gevolg.
In de financiële
wereld wordt met veel wantrouwen naar de IJslandse banken (Kaupthing, Glitnir
en Landsbanki) gekeken. Dat blijkt uit de koers van hun credit default swap (CDS), een financieel instrument waarmee
beleggers in obligaties zich kunnen verzekeren tegen een bankroet van de ontlener.
Deze koers piekte tot boven de 1 000 basispunten eind maart tegenover 300 begin
dit jaar. Vlak voor de redding van het bijna failliete Bearn Stearns, een
Amerikaanse investeringsbank, noteerde zijn CDS-koers rond de 800 basispunten.
Na deze redding is de rust wat teruggekeerd op de markt en de IJslandse banken
noteren momenteel rond de 400 bp. De gemiddelde koers waartegen de Belgische
banken verhandeld worden, is 80 basispunten. De situatie voor de IJslandse
banken ziet er dus niet rooskleurig uit.
De koersval van de Kroon
maakt import duurder, waardoor de inflatie wordt aangewakkerd. In april bedroeg
ze 11,8%, wat veel hoger is dan de inflatiedoelstelling van 2,5%. Om deze hoge
inflatie – net als de koersval van de Kroon – te counteren verhoogde de
centrale bank de rente naar 15,5%. Deze hoge rente dient de economie af te
koelen en de import te beperken. Een te hoge rente zou echter tot gevolg hebben
dat IJsland in een zware recessie terechtkomt.
Deze munt is
aantrekkelijk voor beleggers die een hoog rendement zoeken. Het risico dat
eraan verbonden is, lijkt momenteel echter nog te groot. De belegger blijft
beter nog even aan de zijlijn staan om te kijken hoe de IJslandse banken de
kredietcrisis doorstaan. Omwille van het hoge risico is het rendement van een
termijnrekening in IJslandse Kroon relatief beperkt. Hierdoor schakelt de
belegger over op euro-obligaties in IJslandse Kroon, die bijgevolgd relatief
duur zijn geworden. Als de crisis achter de rug is, zullen de carry traders terug aangetrokken worden
door het hoge rendement en is een herstel van de Kroon mogelijk. Maar de
structurele problemen (hoge tekorten, afhankelijkheid van het buitenland)
zullen er waarschijnlijk voor zorgen dat de Kroon nog geruime tijd een zwakke
munt blijft.
Joris Van den Brande, Investment Strategy
Dexia Bank
De Standaard Weblog op 13 mei 2008 om 11:47 | Link