Wat mij het meest trof bij mijn ochtendlijke lezing van de Vlaamse kranten was de solidariteit van de Vlaming. Acties zoals Tsunami 1212 en nu Hoop maken dit duidelijk. We halen zelfs per capita stilaan de Nederlanders in die zo geroemd zijn om hun gulheid als het op solidariteitsgiften aankomt. Dit is zonder meer hoopgevend. De evolutie naar meer individualisme of zelfs egoïsme is dus blijkbaar niet absoluut.
We stellen trouwens vast dat ook de ondernemer wakker ligt van het leed in Pakistan. Op een oproep vanuit UNIZO naar onze 212 lokale verenigingen is massaal gereageerd. Velen lieten al weten de opbrengst van hun klassieke eindejaarsacties over te maken aan HOOP.
Vanmiddag heb ik, samen met huidig Serv-voorzitter Ilse Dielen, ruim de tijd uitgetrokken om namens de Vlaamse sociale partners (vakbonden en werkgevers) de pers te woord te staan over de visie van deze sociale partners over het innovatiebeleid. We stellen immers vast dat Vlaanderen er niet in slaagt de Barcelona-doelstelling te realiseren om 3% van het BBP aan Onderzoek en Ontwikkeling te besteden. Daardoor blijven we zelfs in West-europa wat dat betreft aan de staart bengelen.
Waarom is investeren in O&O zo belangrijk? Innoveren betekent eigenlijk permanent met vernieuwing bezig zijn, ervoor openstaan. Vernieuwen is eigen aan ondernemen en per definitie noodzakelijk om voldoende concurrentiekracht te behouden. Je zou zelfs kunnen zeggen dat hoe innoverender bedrijven zijn, hoe groter de kans dat ze echt concurrentieel blijven.
Wat in elk geval vast staat is dat de concurrentiekracht van onze ondernemingen blijft achteruit boeren. Het laatste rapport van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven confronteerde nog eens iedereen met deze harde realiteit. Vooral de bedrijven die échte toegevoegde waarde leveren, industriële bedrijven, productiebedrijven, waaronder vele KMO’s hebben het alsmaar moeilijker.
Het is dan ook geen verrassing dat de bijkomende werkgelegenheid vooral gecreëerd wordt in overheidsdiensten en de social profit. Dit is echter allerminst duurzame werkgelegenheid, aangezien deze sectoren geen harde toegevoegde waarde leveren voor onze economie. Zij leven bij de gratie van het succes van de productieve sectoren. Alleen al daarom moet keihard ingezet worden op onze industrie (in de ruime zin van het woord), moeten deze bedrijven maximaal ondersteund worden, moet er dus ook alles aan gedaan worden dat zij vernieuwend, creatief, innovatief bezig kunnen zijn.
Karel Van Eetvelt
De Standaard Weblog op 21 december 2005 om 21:23 | Link