Hoe stel je een geldig testament op?

Met een testament kan je afwijken van de wettelijk georganiseerde erfvolgorde en dus van de verdeling die bij gebrek aan testament zou worden toegepast. Een testament kan dus een belangrijk element zijn in het kader van je successieplanning. Maar wanneer is een testament geldig opgesteld? Waar moet je op letten?

 

Specifieke kenmerken

Ten eerste is een testament een eenzijdige akte. Een testament is een hoogst persoonlijk document: man en vrouw kunnen geen gezamenlijk testament opstellen.

Een tweede kenmerk is de herroepbaarheid. Een testament kan te allen tijde door de erflater worden herroepen. Dat wil zeggen dat hij de beschikkingen kan wijzigen, aanvullen of vernietigen.


De vorm van een testament

Er bestaan verschillende types testamenten, we bekijken er hier 2:

1.         Het eigenhandig testament wordt volledig eigenhandig door de erflatergeschreven en van een datum, plaatsaanduiding en handtekening voorzien. Het maakt weinig uit waarop u nu precies het testament schrijft. Wat telt, is dat het document duidelijk leesbaar is en dat de inhoud eenduidig kan worden geïnterpreteerd. Voordeel: het is kosteloos. Nadeel: het kan gemakkelijk verloren gaan, tenzij u het veiligheidshalve in bewaring geeft bij een notaris, die het zal laten registreren.

2.         Het openbaar of authentiek testament wordt gedicteerd aan een notaris, die het vervolgens eigenhandig schrijft, in het bijzijn van twee getuigen of een andere notaris. Zo’n testament is een notariële akte (en kost dus geld), wordt bewaard bij de notaris, geregistreerd in het Centrale Register der Testamenten en biedt zekerheid over de wettelijkheid van de getroffen schikkingen. Een recente wetswijziging maakt ook een testament op tekstverwerker bij de notaris mogelijk. Voor de effectieve inwerkingtreding van deze bepaling, wachten we nog op de Koning en bijkomend wetgevend initiatief, maar hopelijk komt er op korte termijn duidelijkheid.

Julie Janssens
financieel planner
Stremersch, Van Broekhoven & Partners
www.svbp-financieleplanners.be

 


 

Hoe slim is onze regering én wat betekent het woord besparen?

Dagelijks horen we in het nieuws dat onze regering zoveel moet besparen.  Overal is men op zoek naar geld…  Voor zover wij onder besparen “minder geld uitgeven” verstaan kunnen we de vraag stellen wat onze slimme ministers vandaag uitdokteren…  De media bracht vandaag het nieuws dat de regering het plan heeft om jaarlijks het pensioensparen te belasten.


Vandaag is het zo dat de pensioenplannen van de 2 de pijler op eindvervaldag (zijnde 60 of 65) aanleiding geven tot een éénmalige taxatie bij uitkering en het klassieke pensioensparen of derde pijlerprodukten op 60 jaar, ongeacht de datum van uitkering.  


Voor zover wij hebben kunnen lezen, zou het niet de bedoeling zijn om deze plannen zwaarder te gaan taxeren, gelukkig maar… doch wel gespreid over de looptijd van het contract….


Mijn inziens is dit echter een kunstgreep die slechts een tijdelijk effect heeft: men versnelt de ontvangsten vandaag, maar vermindert de ontvangsten in de toekomst… Zodra het positief effect weggewerkt is, vergroot men de put naar de toekomst ….


Is dit onze moderne beleidsvorming?


Babette.steenackers@svbp.be

Financieel planner


 

Wie geeft 60 EUR voor een briefje van 50?

Bij de verdeling van een nalatenschap kan het gebeuren dat een woning voor wat betreft het vruchtgebruik aan de ene en voor wat betreft de naakte eigendom aan een andere erfgenaam toekomt. Een zekere mate van verstandhouding onder deze erfgenamen is dan wenselijk.

Soms ontbreekt het hieraan, en in de wet werd dan ook een ontsnappingsroute voorzien.

Hierover verscheen reeds eerder een bijdrage op deze op dit forum.

In theorie zeer mooi, in de praktijk stel je vast dat de door het notariaat gehanteerde berekeningswijze nogal wat vragen oproept.

De vraag rijst dan ook welke de waarde is die aan een dergelijk vruchtgebruik moet worden toegekend. De wetgever geeft hierop volgend antwoord:

“Het vruchtgebruik wordt berekend volgens de waarde op de dag van de omzetting. Bij die waardering wordt onder meer en naar gelang van de omstandigheden rekening gehouden met de waarde en de opbrengst van de goederen, de eraan verbonden schulden en lasten en de vermoedelijke levensduur van de vruchtgebruiker.”

Bij het opstellen van deze regel werd destijds in de Senaat geoordeeld dat het onbillijk zou zijn om voor alle gevallen in een zelfde omzettingsregel te voorzien.

Het cliché wil dat juristen en rekenkunde niet zo goed samengaan. Wat er ook van zij, de vaststelling is wel dat, nochtans duidelijk tegen de uitgedrukte wens van de Senaat in, de notariële praktijk zeer vlug een zelfde forfaitaire regel, namelijk de tabellen Ledoux, is gaan toepassen.

Dit leidt tot verkeerde en eerder arbitraire waardebepalingen die dienen als basis tot omzetting. Misschien is het dan toch beter eenzelfde regeling ongeacht de omstandigheden in de wet op te nemen, de verdeling zal dan nog steeds eerder arbitrair gebeuren, maar men weet dan op voorhand waaraan men toe is.

Toepassing meest gehanteerde omzettingsregels Ledoux rampzalig?

Een aantal auteurs en pratici bestwisten het gebruik van de tabellen Ledoux. Onder meer G., C. en F. Levie, die beweren dat het vruchtgebruik een element is dat losstaat van de volle eigendom en Jacques Schryvers, wiens eigen berekeningstabellen ook geregeld gebruikt en geraadpleegd worden in de praktijk.

Bij de methode Ledoux wordt slechts één precentage gehanteerd, met name de opbrengst van het vastgoed gelijk zijnde aan de rentevoet die gebruikt wordt om de jaarlijkse stromen te actualiseren.

Dit wordt door Schrijvers fel bekritiseerd:

“...Tijdens een periode waarin de reëelnetto-interest, d.i. na aftrek van voorheffing en inflatie, ongeveer 1% be-draagt en de nettohuurwaarde van een gebouw merkelijk meer kan bedragen, is de toepassing van de nieuwe tabel Ledoux, …, rampzalig voor iedereen aan wie het vruchtgebruik een reëel inkomen verschaft of een uitgave bespaart, dat hoger is dan de gebruikte kapitalisatierentevoet.”

In de mate dat hetzelfde percentage de opbrengst van kapitaal voorstelt, is de berekening Ledoux inderdaad verkeerd. Het feit dat er met éénzelfde kapitalisatievoet gerekend wordt, is m.i. echter wel correct.

Waarde vruchtgebruik groter dan de waarde van de volle eigendom ?

 

Jacques Schryvers komt op zijn beurt tot de vaststelling dat de waarde van het vruchtgebruik op een goed best hoger kan zijn dan de waarde van de volle eigendom en stelt:

 “Nog altijd op ingeving van de tabellen Ledoux beperkt het notariaat de rechten van de vruchtgebruiker door als regel te stellen dat de volle eigendom gelijk is aan de blote eigendom plus het vruchtgebruik (VE = BE + VG). De regel heeft tot logisch gevolg dat de omzettingswaarde van het vruchtgebruik niet groter mag zijn dan de waarde in volle eigendom. Deze fictie beantwoordt echter niet aan de economische realiteit,...”

“Hoe logisch de regel ook moge lijken, toch is hij, in de materie van de omzetting van het vruchtgebruik van de langstlevende partner, noch financieel, noch juridisch te rechtvaardigen ...”

De remedie die gesteld wordt, en ertoe leidt dat de waarde van het vruchtgebruik hoger kan uitkomen dan de waarde van de blote eigendom lijkt m.i. echter eveneens verkeerd. Met name wordt voorgesteld een vaste stroom van huurinkomsten te nemen, en deze inkomstenstroom te verdisconteren aan een rentevoet gelijk aan de nettorentevoet waartegen belegd kan worden.

Wanneer deze berekening vervolgens een hogere waarde toekent aan VG dan aan de waarde van de VE, wordt er onvoldoende rekening gehouden met het risico dat verbonden is aan de te verwachten inkomstenstroom van het vastgoed.

60 EUR betalen voor een briefje van vijftig?

Laten we ter verduidelijking een uitzonderlijk aanbod lanceren: wie me vandaag 60 EUR betaalt, krijgt een briefje van 50 EUR in de plaats!

Welke ‘idioot’, zal u denken betaalt vandaag contant 60 EUR voor een briefje van 50 EUR?  Wel, wanneer we het rendement maar hoog genoeg voorstellen, zal er vroeg of laat wel iemand toehappen. We zwijgen dan liefst over de risico’s.

Laten we gedurende twintig jaar een rendement vooropstellen van 10% op het briefje van vijftig euro. We vragen er nu dan wel zestig euro voor. Om snel iemand te vinden berekenen we het rendement voor de investeerder:

Risicovrije rentevoet

Rendement

2%

10%

WINST:

21,33 €

50

0

-60

1

5

2

5

3

5

18

5

19

5

20

5

Wanneer het rendement van 10% echt gegarandeerd wordt, is het dus helemaal niet idioot om zestig euro voor het briefje te betalen. Het lijkt erop dat het vruchtgebruik over twintig jaar op het briefje al merkelijk meer waard is dan de waarde van de volle eigendom vandaag.... Enkel al het rendement maakt de investering de moeite waard, we hebben daarenboven na twintig jaar nog steeds het briefje van vijftig bovenop. Het lijkt erop dat we enkel al voor de toekomstige opbrengsten op het briefje zelfs veel meer dan zestig euro kunnen vragen.

Is dit zo ? Neen, men zal pas een koper vinden aan die prijs wanneer iemand voldoende overtuigd is dat de opbrengst werkelijk gegarandeerd is. De meesten zullen al snel tot de conclusie komen dat ze verlies zullen lijden wanneer ze het rendement niet minstens een aantal jaren kunnen behalen.

Een soortgelijk mechanisme lijkt zich voor te doen wanneer de waarde van het VG hoger ingeschat wordt dan de BE voor omzetting van vruchtgebruik op een onroerend goed.

Risico mee verrekenen

Net zoals in het voorbeeld van het briefje van vijftig euro, zijn de toekomstige inkomsten voor de vruchtgebruiker onzeker. Dit risico vindt nu net zijn weerslag in het rendements-percentage van het vastgoed.

Wanneer men een som verkrijgt uit de omzetting van een vruchtgebruik, en men dit vervolgens tegen de risicovrije rentevoet zal beleggen, zal men – zoals Schryvers terecht opmerkt – wellicht een lagere inkomstenstroom genieten dan voorheen. Maar ook de risicopositie van de voormalige vruchtgebruiker is dan gewijzigd! Wil deze een gelijkaardig rendement als voorheen, zal een gelijkaardig risico moeten genomen worden. Zo helpe ons  - voorlopig nog - de onzichtbare hand van het vrije marktmechanisme, welke tegenover ieder ingeschat risico een gepaste vergoeding plaatst.

Het lijkt dan ook logisch om ook de risicofactor mee in rekening te nemen, en dus de inkomstenstroom van de vruchtgebruiker te verdisconteren tegen het rendement van de investering.

CONCLUSIE

Een berekening die afwijkt van de ‘standaardmethode’ zou wel eens lonend kunnen zijn, en zelfs beter aansluiten bij de waarde die de wetgever voor ogen had. Wie met omzetting te maken krijgt, zet zich dus best aan het rekenen.

Het opnemen van een fofaitaire berekeningswijze in de wet zelf ware veel duidelijker geweest.

 

tom.vermeiren@svbp.be

 

www.svbp-financieleplanners.be

 


 

Aankoop van een onroerend goed door de vennootschap: waarop te letten?

98% van de mensen die een onroerend goed kopen én een hypothecaire lening afsluiten, onderhandelen met hun bankier over de intrestvoet én het feit of de lening al dan niet volledig zal gehypotheceerd  worden! Over wat er zal gebeuren indien men het krediet vroeger wenst terug te belaten of wil heronderhandelen wordt er niet gesproken.


Dit is volledig terecht wanneer de woonlening afgesloten wordt door een natuurlijk persoon.  De intrest die aangerekend wordt, wordt bepaald door de evolutie op de markt, de duurtijd…. en de eigen inbreng.  M.a.w  de intrest die doorgerekend wordt zal dus mee bepaald worden door het risico dat de bank neemt om jouw krediet te geven.


Daarnaast  oordeelde de wetgever dat de bank  een vergoeding mag doorrekenen indien een natuurlijke persoon het krediet vervroegd wenst terug te betalen.  Deze wederbeleggingsvergoeding mag  maximaal 3 maand intrest bedragen , berekend aan de intrestvoet van het krediet én op het uitstaand kapitaal.  We zouden denken “dit is een billijke vergoeding… “


Maar hoe is de situatie indien een vennootschap een lening voor een onroerend goed afsluit?  Een patrimoniumvennootschap die een huis koopt, een arts, apotheker of advocaat, die via de vennootschap een lening afsluit voor een onroerend goed meestal voor gemengd gebruik. 


Grappig, de naam van de lening verandert plots in investeringskrediet voor de vennootschap.  Toch gaat het meestal om dezelfde soort lening:  aankoop van een onroerend goed dat hypothecair gewaarborgd wordt én terugbetaald wordt via vaste mensualiteit of kapitaalaflossingen ….


Wel in de meeste gevallen, zal de toegepaste intrestvoet voor uw vennootschap hoger liggen (soms tot méér dan 1,2%). Deze hogere intrestvoet lijkt mij verantwoord indien het risico voor de bank ook hoger is… Maar dit is eigenlijk bijna nooit het geval, aangezien uw bankier meestal  ook nog een persoonlijke borgstellling vraagt! Van risicoindekking gesproken….!


Bovendien blijkt dat de lening niet vervroegd kan terugbetaald worden, want de wederbeleggingsvergoeding bedraagt “ de niet vervallen intresten tot eindvervaldag….of de zgn “total loss-clausule”.  Een dure grap als je het mij vraagt…..!  Laatst kreeg ik het antwoord van een bankier dat deze clausule bij haar klanten nog nooit was toegepast!  Toen bleek dat haar anciënniteit bij deze bank slechts één jaar was, heb ik hier wel wat bedenkingen bij!


Ben ik dan onnozel als ik vraag waarom deze clausule wordt opgenomen?  De kans is immers groot dat op het ogenblik dat ik vervroegd wil terugbetalen of de modaliteiten wil veranderen, mijn relatiebeheerder zelf al van job/bank veranderd zal zijn. Of is dit de nieuwe vorm van klantenbinding?


Het goed lezen van de kleine lettertjes en uw laten bijstaan door een onafhankelijk financieel planner, kan u in de toekomst veel centen besparen….!


Babette.steenackers@svbp.be

www.svbp-financieleplanners.be


 

Renovatie van uw woning: hoeveel betaalt u voor de plaatsing van dubbel glas?

Het voordeel

Eigenaars of huurders van onroerende goederen hebben recht op een belastingvermindering wanneer ze energiebesparende uitgaven doen, zoals bijvoorbeeld de plaatsing van dubbel glas.

De vermindering bedraagt 40%, met een maximum van 2.770 EUR per jaar en per woning (AJ 2010). De belastingvermindering moet door de echtgenoten zelf berekend worden en is aan te geven bij code 1363 en 2363 op de aangifte. Bij de aangifte moet een eensluidend verklaarde kopie van de facturen en van de betalingsbewijzen worden gevoegd. De werken moeten uitgevoerd worden door een geregistreerde aannemer.

 

Overdracht van de vermindering over de volgende drie jaren: nieuwe regeling vanaf 2009!

Voor uitgaven gedaan vanaf 2009 kan het bedrag van de belastingvermindering voor energiebesparende investeringen in een woning dat het maximumbedrag van 2.770 EUR overstijgt, worden overgedragen naar één van de drie jaren volgend op het jaar van de uitgave.

Hoe loopt deze spreiding in de praktijk? In 2009 doen mijnheer en mevrouw Janssens-Vertongen een uitgave van 20.000 EUR voor de plaatsing van dubbel glas in hun woning. Ze hebben hiervoor recht op een totale vermindering van  8.000 EUR. De maximale vermindering bedraagt voor 2009 2.770 EUR. Die vermindering wordt bereikt met een uitgave van 6.925 EUR. De vermindering die door de belastingplichtige kan worden overgedragen naar 2010 bedraagt 5.230 EUR (13.075 x 40%). Ook voor dat jaar zal het maximum worden overschreden. Het saldo van de vermindering kan vervolgens nog worden overgedragen naar 2011.

De overdracht van de vermindering geldt enkel voor uitgaven die betrekking hebben op woningen die al vijf jaar in gebruik zijn genomen als woning.

 

Rendement van uw investering

Verschillende zaken bepalen het rendement van de investering:

-         In eerste instantie heeft u recht op een belastingvermindering op de betaalde factuur

Geen gefoefel meer met gespreide betalingen om gedurende meerdere jaren van de vermindering gebruik te kunnen maken. U recupereert effectief 40 % van de factuur. Natuurlijk ontvangt u het belastingvoordeel pas later, minstens 2 jaar na de betaling van de factuur, en zelfs langer indien u de vermindering overdraagt.

-         Premies van de nutsmaatschappij

Uw netbeheerder zorgt voor een extra premie. Afhankelijk van de gemeente waar u woont, zal de premie verschillend zijn. Meer informatie kan u vinden op www.premiezoeker.be.

-         Eventueel fiscaal voordeel als de investering via een lening gebeurt

Als u voor de investering leent, en hierdoor een extra fiscaal voordeel kan genieten, zal deze lening ook een hefboom creëren en een positieve impact op uw rendement betekenen.

-         Besparing op uw energiefactuur

Vanzelfsprekend is de voornaamste reden nog steeds energie besparen. De plaatsing van hoogrendementsglas zorgt ook voor een korting op uw energiefactuur.

De mogelijkheid om de vermindering over te dragen naar de drie volgende jaren betekent dat het niet meer nodig is om facturen en betalingen van de investeringen in energiebesparende maatregelen te spreiden over meerdere jaren. De factuur betaalt in 2009 kan immers nog belastingvermindering opleveren voor inkomstenjaar 2012!

 

Julie Janssens

Vennoot Stremersch, Van Broekhoven & Partners

www.svbp-financieleplanners.be

€FP


 

Waarop letten bij het afsluiten van een pensioenspaarcontract?

Het is alom geweten dat pensioensparen in België fiscaal aangemoedigd wordt. Maar wat is nu juist het fiscaal voordeel en waar moet je op letten bij het afsluiten van de polis.

 

 

1.    Maak een bewuste keuze op basis van je risicoprofiel

 

Iedereen tussen 18 en 64 jaar kan aan pensioensparen doen door het afsluiten van een pensioenspaarverzekering bij een verzekeringsmaatschappij of een pensioenspaarrekening bij een bank. Tot voor kort werd uw pensioenspaarverzekering steeds belegd in een tak 21 product met gewaarborgd rendement. Heel recent antwoordde de minister van Financiën dat je ook een pensioenspaarverzekering in tak 23 kan afsluiten, zonder gewaarborgd rendement.

Afhankelijk van je risicoprofiel beslis je dus of je een gegarandeerd rendement wil hebben of niet. Ben je nog jong, dan kan je in principe wel verwachten dat een pensioenspaarrekening of een pensioenspaarverzekering tak 23 het beter zal doen dan een pensioenspaarverzekering in tak 21 met gewaarborgd rendement. Maar maak een bewuste keuze voor het ene of andere product.

 

 

2.    Blijf premies storten tot 65 jaar

 

Gezien de belasting via een systeem van anticipatieve heffing op 60 jaar gebeurt, worden de betaalde premies tussen 60 en 65 jaar nooit belast, terwijl ze nog wel belastingvermindering genieten. Het is dus zeker aan te raden premies te blijven storten tussen 60 en 65 jaar!

 

 

Hoe zit het nu met de belastingen?

Via een belastingvermindering recupereer je tussen 30% en 40% van de betaalde premie en spaar je hierop ook gemeentebelastingen uit. Voor 2009 (aj 2010) ligt de maximale premie op 870 EUR per belastingplichtige. Rekening houdend met het belastingsvoordeel, kost die premie je in feite ergens tussen 522 EUR en 609 EUR, een belastingvoordeel dat kan oplopen tot 348 EUR dus! De belastingvermindering krikt het rendement van het pensioenspaarproduct dus erg op.

Gezien de premies aanleiding geven tot een belastingvermindering, zal het kapitaal dat uitgekeerd wordt wel belast worden. Die belasting valt echter wel mee.

Het kapitaal gevormd met stortingen voor 1993 wordt getaxeerd aan 16.5%. Voor het kapitaal gevormd met stortingen na 1993 bedraagt het tarief 10%.

Ook hier maakt de keuze tussen een pensioenspaarrekening of een pensioenspaarverzekering een verschil. Om de belastbare basis te bepalen van de pensioenspaarrekening kapitaliseert men de stortingen ficitef aan 6.25% (t/m 1991) of 4.75% (vanaf 1992).  Ligt het werkelijke rendement van de rekening hoger, dan is het supplement onbelast. Daarentegen wanneer het lager ligt, zal men belast worden op een kapitaal dat men niet krijgt. Bij een pensioenspaarverzekering is de belastbare basis het werkelijk opgebouwd kapitaal.

 

Julie Janssens

Vennoot Stremersch, Van Broekhoven & Partners

€FP, Master Personal Financial Planning


 

Investeer via het generatiepact

Zelfstandigen die op vervroegd pensioen gaan zien hun pensioen verminderen met een bepaald percentage per jaar dat ze hun pensioen aanvragen voor de wettelijke pensioenleeftijd.

De wettelijke pensioenleeftijd ligt voor mannen op 65 jaar. Vanaf januari dit jaar werd de wettelijke pensioenleeftijd ook voor vrouwen eveneens op 65 jaar vastgelegd.

Het generatiepact heeft als doel om de mensen langer aan het werken te houden.   Het verminderingspercentage voor pensioenen van een zelfstandige werd aangepast zodat wie langer aan het werk blijft een kleinere vermindering moet ondergaan.

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de vermindering naargelang de leeftijd en het jaar waarin iemand zijn pensioen als zelfstandige wenst op te nemen. Op zestig jaar betekent dit nog steeds een blijvende vermindering van 25%.

Mannen en vrouwen vanaf 1/1/2009

60 jaar

7% + 6% + 5% + 4% + 3% =  25%

61 jaar

6% + 5 % + 4% + 3%  = 18%

62 jaar

5% + 4 % + 3%  = 12%

63 jaar

4% + 3 % = 7%

64 jaar

3 %

 

Investeringsopportuniteiten !

 

Het generatiepact sleutelde aan de uitkeringen van de aanvullende pensioenen. Personen die blijven werken tot de wettelijke pensioenleeftijd van 65 jaar en pas dan de uitkering van hun aanvullend pensioen bekomen, zullen fiscale voordelen genieten.

Uitkeringen van door de onderneming gevormde en gefinancierde aanvullende pensioenen, worden bij de uitkering belast aan 16,5 %. Kapitalen gevormd door persoonlijke bijdragen ondergaan een taxatie van 10 %. Deze 10 % kan nu ook bekomen worden voor kapitalen die door werkgeversbijdragen of bijdragen van de onderneming gevormd werden, op voorwaarde dat de uitkering pas plaatsvindt op 65 jarige leeftijd en ter gelegenheid van het op dat moment stopzetten van de beroepsactiviteit.

Op het belastbaar bedrag betaalt u bovendien nog eens gemeentebelasting. Deze spaart u dus bijkomend uit.

Prima dus als u dan toch maar beslist om naarstig door te ploegen tot uw vijfenzestigste.

Een werknemer die op zestig wil stoppen heeft niet veel aan die vermindering, maar... voor een zelfstandige die eveneens op zestig wil stoppen, liggen de zaken anders.

Voor een zelfstandige valt het immers beter te organiseren om effectief actief te blijven vanuit de luie  zetel. U vraagt geen vervroegd pensioen op, en u  betaalt sociale zekerheidsbijdragen voor een hoofdberoep. Wie zal u zeggen wat u daarnaast nog moet verrichten? Hier valt duidelijk een en ander te organiseren.

Laten we eens kijken wat dit concreet oplevert voor Piet die op zijn zestig 380.000 EUR aan pensioenkapitaal kan optrekken:

Bij uitkering wordt er 3,55% aan het RIZIV bijgedragen en worden 2% solidariteitsbijdragen ingehouden. Op het saldo worden 16,5 % personenbelasting betaald evenals de geldende gemeentebelasting, stel hier 8%. Hij ontvangt 294.952 EUR netto kapitaal, wat een taxatie van 22,4 % betekent.

Stel nu dat hij vijf jaar later met pensioen gaat, namelijk op 65 jaar. We houden geen rekening met bijstortingen. Van hetzelfde brutobedrag, houdt hij dan netto 320.148 EUR over.

Op 60 jaar

Op 65 jaar

380.000

380.000

riziv en solidariteitsbijdragen

5,55%

-21.090

-21.090

belastbaar

358.910

358.910

belastingen

16,50%

-59.220

10%

-35.891

gemeentebelasting

8%

-4.738

-2.871

Netto

€ 294.952

€ 320.148

22,4%

15,8%

Dit geeft een fiscale winst van 25.196 EUR.

Bovendien zal Piet de blijvende vermindering van 25% van zijn wettelijk pensioen vermijden.

Piet zal dus met plezier de minimumbijdragen als zelfstandige betalen van zijn zestigste tot zijn vijfenzestigste, geen kost, maar een prima investering !

 

En toch...

 

Ongetwijfeld biedt deze regeling zeer goede ‘investeringsmogelijkheden’, zoals we net besproken hebben. Toch zal u grondig uw rekening moeten maken. Niet in alle gevallen loont de investering immers.

Het rendement zal vooreerst afhankelijk zijn van uw effectieve levensduur. Daarnaast moet u rekening houden met het feit dat de sociale zekerheidsbijdragen gebaseerd worden op het loon van drie jaar terug. Heeft u tot uw negenenvijftigste een hoog loon, dan zullen de sociale zekerheidbijdragen maar dalen na drie jaar.

Bovendien moet u het hogere wettelijke pensioen vanaf uw vijfenzestigste vergelijken met het verlies dat u maakt door geen vervroegd pensioen op te vragen.

Rekenen we even verder voor Piet…

Op zijn zestigste zal hij een netto pensioen ontvangen van 609,55 EUR per maand. ‘Werkt’ hij door tot vijfenzestig, krijgt hij netto 827 EUR.

Wanneer we verdisconteren aan vier procent, en het pensioen welvaartvast laten stijgen, zal Piet ongeveer gelijk uitkomen als hij sterft rond zijn tweeëntachtigste. Leeft hij langer, dan rendeert het om langer ‘actief’ blijven. Sterft hij eerder, dan zal zijn hoger pensioen het pensioen dat hij opgaf tussen zijn zestigste en vijfenzestigste niet meer goedmaken.

Ook wanneer we het pensioen als een lijfrente beschouwen, verwachten we niet veel winst voor Piet door het hogere pensioen na vijfenzestig ten opzichte van vervroegd pensioen op zestig.

… rekenen blijft dus de boodschap !

Tom Vermeiren.

Stremersch, Van Broekhoven & Partners

www.svbp-financieleplanners.be



 

Wat moet ik doen met mijn patrimoniumvennootschap?

Het probleem is klassiek. Uw  grote villa zit in uw vennootschap. U hebt jaar en dag al de kosten ingebracht, afgeschreven, weliswaar op 33 jaar, en nu staat de villa voor peanuts in de boekhouding …. vandaag, na zoveel jaren, wil u het onroerend goed van de hand doen… want te groot, geen interesse van de kinderen,  niet financierbaar of deelbaar door de kinderen…. .  

Door de latente meerwaarde op de woning, zal de fiscus gaan lopen met ongeveer 44% van de verkoopopbrengst.  De meerwaarde wordt immers belast aan 33,99% en vervolgens moet het geld nog uit de vennootschap gehaald worden.  De goedkoopste manier is liquidatie aan 10%.  Daar gaat de mooie verkoopopbrengst…  

De fiscus geeft u wel de kans om deze meerwaarde gespreid in de tijd te laten taxeren, voor zover onder meer de verkoopprijs wordt geherinvesteerd in afschrijfbaar actief binnen een bepaalde termijn.  Niet te verwonderen dat de slimme aandeelhouder naar een alternatieve oplossing zoekt en misschien liever zijn aandelen verkoopt, dan het onroerend goed zelf.  Maak u zelf niets wijs, ook uw potentiële koper zal de belastingslatentie geheel of gedeeltelijk willen recupereren, aangezien hij de aandelen niet kan afschrijven. Uw potentiële koper heeft er immers geen enkel belang bij om de equivalente marktwaarde van het onroerend goed te betalen voor de aandelen.

In het beste geval bent u zelfs bereid om de zure appel in 2 te doen en de helft van de belastingslatentie te laten vallen.  Het probleem van de latente meerwaarde verschuift u gewoon, naar de nieuwe aandeelhouder….  Zodra hij het onroerend goed verkoopt dat in de vennootschap zit, wordt uw vennootschap een kasgeldvennootschap.  Uw overnemer zal de meerwaarde dan maar moeten betalen…. tenzij hij weer opnieuw van het stelsel van gespreide taxatie kiest!!!  En ja, de kans dat uw overnemer hiervoor kiest is groot, maar op het ogenblik dat hij de keuze moet maken, meestal 5 jaar nà datum, is hij met de noorderzon verdwenen….!  

Deze praktijk is een doorn in het oog van de Belgische fiscus.  Zij slaagde er niet in  om de belasting ook effectief in te vorderen. Het wetboek bood vaak geen geschikt hulpmiddel en met de gemeenrechtelijke procedures uit het Burgerlijk Wetboek behaalde de fiscus quasi geen succes.  Daarom is er in 2006 een bijzondere regeling in werking getreden waardoor aandeelhouders van een zogenaamde kasgeldvennootschap bij een aandelenverkoop, onder bepaalde voorwaarden, van rechtswege hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de betaling van belastingschulden in hoofde van de verkochte vennootschap.  De sanctie is dus niet min: de totale belastingschulden inclusief belastingverhogingen, interesten, boeten en kosten kan de fiscus op u verhalen….  

Bent u er toch van overtuigd dat de aandelenverkoop gunstiger is, vraag dan aan uw potentiële koper om het geld van de meerwaardebelasting op een geblokkeerde rekening te plaatsen gedurende de risicotermijn….  De kans dat hij dit wil doen is mijn inziens zo goed als nihil.  Een andere mogelijkheid is natuurlijk om zelf de herinvestering te doen, maar om niet in hetzelfde straatje verzeild te geraken zal dit best door een financieel planner moeten uitgetekend worden….


 

Belgie in de middenmoot inzake kredietrisico

Uit een publicatie van BCAresearch (www.bcaresearch.com) blijkt België in de middenmoot inzake aggregate sovereign credit risk te vertoeven, in het gezelschap van Nederland, Frankrijk en Nieuw Zeeland. De aggregate sovereign credit risk wordt ondermeer bepaald op basis van de economische vooruitzichten, monetair beleid en buitenlandse schuldgraad.  Het zal geen verwondering wekken dat landen zoals Ijsland, Portugal en Ierland aan de staart van het peloton bengelen.  Het gevaar is dan ook groot dat hun kredietwaardigheid door de ratingbureau's neerwaarts herzien zullen worden.

Het is interessant om de Belgische problematiek in perspectief geplaatst te zien van de andere westerse landen.  Uiteraard zal in functie van de economische evolutie van de volgende maanden en de engagementen die de Belgische overheid aangaat in reddingsplannen allerlei moeten gezien worden in welke mate wij de huidige positie kunnen handhaven.

Jo Stremersch
Vennoot Stremersch, Van Broekhoven & Partners,

European Financial Planner, €FP

www.svbp-financiëleplanners.be


 

Wie wil werken wordt beloond ??

Kosten noch moeite worden gespaard deze dagen om ons in te peperen dat werken broodnodig is, dat wie wil werken beloond wordt en dat geld ook gelukkig maakt, om maar enkele van de slogans te noemen.

De Vlaamse overheid geeft ons een cadeau en we zullen het geweten hebben. Neen, geen kruimels deze keer maar een fikse jobkorting in één keer moet onze koopkracht flink ondersteunen.

Ik kreeg deze week van die Vlaamse overheid een boete van 250 EUR omdat ik 25 EUR voor de Vlaamse zorgverzekering verleden jaar drieëntwintig dagen te laat betaalde.

1000% boete, ook geen kruimels als je het mij vraagt en ook pats boem in één keer... daar gaat mijn jobkorting dus. Idem dito voor mijn echtgenote.

Was ik fout? Natuurlijk, tenslote betaalde ik te laat. Daarenboven kreeg ik de boete omdat ik voor 2002 en 2003 ook te laat betaalde. Toen dacht ik wellicht nog dat het iets optioneels was vanwege de ziekenkas, en smeet het schrijven spontaan in de papiermand samen met andere reclame, maar zeker weet ik het niet, het is intussen dus ook al weer zes jaar geleden.

Waar gaat het dan over? Wel we betalen gemeentelijke, provinciale, gewestelijke en federale belastingen, en dragen collectief bij aan de sociale zekerheid, waarvoor trouwens maandelijks een voorheffing gebeurt. Er moet toch heus een efficiëntere manier zijn om deze nieuwe belasting te innen dan via een extra bijdrage aan het ziekenfonds, die dan plots niet via de domciliëring kan worden ingehouden. Bovendien is de boete toch  nogal erg rigoureus voor een overheid die wakker ligt van onze koopkracht.

1000% op drieëntwintig dagen komt overeen met een jaarlijks kostenpercentage (JKP) van afgerond maar liefst  3360850033846540000%! Jammer genoeg krijg ik jaarlijks geld terug van de belastingen, dit betekent dus dat ik zelf aan de overheid ieder jaar een renteloos voorschot verleen gedurende ongeveer anderhalf jaar. Houdt u dus vast wanneer de overheid de controle over de banken zou overnemen...

Kennelijk ben ik niet de enige die de boete aangesmeerd krijgt. Zo’n honderdduizend lotgenoten kregen eenzelfde boete. Deze maand alleen al werden zo’n 42.000 boetes verzonden.

Wie hard wil werken, een gezin heeft en nog wat tijd voor hobby’s wil maken, moet prioriteiten stellen. Admnistratieve rompslomp blijft dan wel eens liggen. Zonder over statistieken te beschikken, kan ik me dus voorstellen dat de disproportionele boete dus voor een groot deel net die hardwerkende Vlamingen treft waarvoor de Vlaamse regering naar eigen zeggen zo graag in de bres springt....

 

Tom Vermeiren

Master of Personal Financial Planning, €FP

 

tom.vermeiren@svbp.be

www.svbp-financieleplanners.be


 



Beursblogs