Het omzettingsrecht, een ontsnappingsroute uit het erfrechtelijk carcan

Stephan leert op een zomerse dag de mooie Caroline kennen. Caroline speelt hard to get maar bezwijkt uiteindelijk toch voor de charmes van Stephan. Zij krijgen samen twee kinderen. Tussen Stephan en Caroline zit het goed, maar Stephan merkt dat de relatie tussen Caroline en zijn kinderen minder goed zit. Hij maakt zich zorgen over hun relatie na zijn overlijden.

 

Wanneer Stephan overlijdt zonder enig testament, krijgen zijn twee kinderen de blote eigendom van zijn nalatenschap en krijgt Caroline het vruchtgebruik. Als vruchtgebruiker heeft zij het genot van de nalatenschapsgoederen. Dit betekent bijvoorbeeld met betrekking tot de gezinswoning dat Caroline er levenslang mag in wonen, of dat zij de woning mag verhuren en de huurinkomsten kan opstrijken. Indien er effecten of bankrekeningen tot de nalatenschap behoren, krijgt Caroline hiervan de dividenden en interesten. Het kapitaal blijft bij de kinderen.

 

Het vruchtgebruik vervalt bij het overlijden van de langstlevende echtgenoot en wast op dat moment aan bij de blote eigenaars (= de kinderen in ons voorbeeld). Tot zolang moeten de langstlevende echtgenoot en de kinderen elkaar dulden, wat in sommige families, zeker indien het een tweede, derde…echtgenoot betreft, niet altijd evident is. Een ander nadeel van de opsplitsing vruchtgebruik-blote eigendom is dat voor een eventuele verkoop in principe het akkoord van alle partijen nodig is.

Is hiertegen dan niets te ondernemen?

 

Ook de wetgever heeft ingezien dat een gedwongen situatie van vruchtgebruik-blote eigendom niet altijd ideaal is. De wet voorziet dan ook in de mogelijkheid om het vruchtgebruik van de langstlevende echtgenoot om te zetten in bijvoorbeeld een som geld of goederen in volle eigendom.

 

Ook voor samenwonenden?

 

Het wettelijk geregeld erfrechtelijk vruchtgebruik op de gehele nalatenschap en het daarmee samenhangend omzettingsrecht is in de huidige stand van de wetgeving enkel van toepassing op gehuwden.

 

Wettelijk erven feitelijk samenwonenden vooralsnog niet van elkaar (maar zij kunnen binnen bepaalde grenzen wel een testament maken in elkaars voordeel).

 

Tussen wettelijk samenwonenden (= zij die een verklaring van wettelijke samenwoning hebben afgelegd bij de ambtenaar van de burgerlijke stand) bestaat er wel een beperkt erfrecht. De langstlevende wettelijke samenwonende erft het vruchtgebruik op de gezinswoning en de daarin aanwezige huisraad. Met dit vruchtgebruik gaat ook het omzettingsrecht gepaard. De langstlevende partner kan met andere woorden ook de omzetting vragen en heeft anderzijds ook een vetorecht tegen een omzetting, gevraagd door de blote eigenaars, vermits het in principe om de gezinswoning gaat.

Dit is echter geen beschermd recht.

 

Met andere woorden, de wettelijk samenwonende partner die geheel of gedeeltelijk eigenaar is van de gezinwoning kan via zijn testament verhinderen dat zijn/haar partner het vruchtgebruik krijgt op deze woning en/of de huisraad. Of hij kan enkel het omzettingsrecht uitsluiten. Bepaalt het testament niets, dan verkrijgt de langstlevende wel automatisch dit vruchtgebruik (inclusief omzettingsrecht).

 

Wie beslist of en hoe er wordt omgezet?

 

In principe hebben zowel de blote eigenaars als de vruchtgebruiker het recht om de omzetting te vragen, tenzij dit recht hen werd ontnomen door de overledene.

 

Als er geen akkoord is over het principe van de omzetting, zal de rechtbank beslissen. De rechter zal steeds nagaan of er valabele redenen zijn om de omzetting toe te kennen en zal daarbij rekening houden met de belangen van alle partijen.

  

Het kan natuurlijk ook zijn dat de partijen het wel eens zijn over het principe van de omzetting en dan moet enkel nog een akkoord gevonden worden over de wijze van omzetting (volle eigendom, kapitaal of rente).

 

Wanneer men beslist tot omzetting, moet de economische waarde van het vruchtgebruik worden bepaald. Deze waarde is afhankelijk van de leeftijd van de vruchtgebruiker: Hoe ouder de langstlevende echtgenoot is, hoe lager de waarde van het vruchtgebruik. Ingeval van stiefkinderen wordt bovendien de langstlevende echtgenoot geacht minstens twintig jaar ouder te zijn dan het oudste stiefkind. Voor de waardering bestaan er in de praktijk vruchtgebruiktabellen, waarvan de meest bekende de tabellen Ledoux zijn.

 

Na de bepaling van de waarde van het vruchtgebruik moet nog worden overeengekomen of beslist de rechter hoe de omzetting zal gebeuren:

- ofwel krijgt de langstlevende echtgenoot goederen in volle eigendom ter waarde van zijn vruchtgebruik;

- ofwel krijgt de langstlevende echtgenoot een som geld;

- ofwel betalen de blote eigenaars een levenslange gewaarborgde en geïndexeerde rente aan de langstlevende echtgenoot.

 

Kan het omzettingsrecht worden uitgesloten?

 

De omzetting van het vruchtgebruik heeft zowel een burgerrechtelijk als een fiscaal nadeel.

 

Burgerrechtelijk heeft dit tot gevolg dat een deel van het vermogen definitief kan verdwijnen voor de blote eigenaars. Inderdaad, indien de kinderen bepaalde goederen in volle eigendom of een kapitaal afstaan aan de langstlevende of wanneer zij een lijfrente betalen aan de langstlevende, is er geen garantie dat zij deze goederen of gelden zullen terugzien bij het overlijden van de langstlevende. De langstlevende kan immers deze goederen verteren. Dit is zeker niet ondenkbaar wanneer het gaat om een stiefmoeder-stiefkinderen-relatie.

 

Fiscaal heeft de omzetting geen invloed op de successierechten bij het overlijden van de eerste echtgenoot. Wanneer de langstlevende echter door de omzetting bepaalde goederen of gelden in volle eigendom heeft gekregen en deze goederen zijn nog aanwezig in haar nalatenschap op het moment van zijn/haar overlijden, zullen deze goederen wel een tweede maal belast worden met successierecht. Wanneer de langstlevende daarentegen enkel over het vruchtgebruik van deze goederen had beschikt, dan was er geen heffing. Vruchtgebruik wast immers aan bij de blote eigendom zonder bijkomende heffing inzake successierechten.

 

Om voormelde redenen kan het nuttig zijn om het omzettingsrecht uit te sluiten.

Een dergelijke uitsluiting van het omzettingsrecht is mogelijk, behalve in twee gevallen. Ten eerste heeft de langstlevende echtgenoot met betrekking tot de laatste gezinswoning en de daarin aanwezige huisraad steeds het recht om de omzetting te vragen en kan, omgekeerd, de omzetting pas gebeuren met haar akkoord (vetorecht). Ten tweede kan het omzettingsrecht niet ontnomen worden aan de kinderen uit een vorige relatie. De wetgever vermoedt immers dat de relatie tussen de langstlevende echtgenoot en de blote eigenaars vaak schort.

 

Volledigheidshalve moet ook nog gewezen worden op de mogelijkheid om in bepaalde gevallen niet alleen het omzettingsrecht, maar het volledige erfrecht (uitgezonderd het vruchtgebruik op de gezinswoning en de daarin aanwezige huisraad) aan de langstlevende echtgenoot te ontnemen (= de zogenaamde Valkeniersovereenkomst). Voorwaarde is wel dat één van de echtgenoten afstammelingen heeft uit een vorige relatie en dat deze regeling wordt opgenomen in het huwelijkscontract of, nadien, in een wijzigingsakte. Over de zogenaamde Wet Valkeniers hebben we het al uitgebreid gehad in het derde nummer van Professioneel Vermogensadvies dit jaar.

 

Conclusie

 

Het omzettingsrecht is onlosmakelijk verbonden met het erfrechtelijk vruchtgebruik, maar wordt vaak uit het oog verloren. In bepaalde gevallen kan het nuttig zijn om over te gaan tot omzetting en in andere gevallen zal het dan weer aangewezen zijn om de omzetting uit te sluiten. Welke de beste optie is, moet echter geval per geval worden bekeken.

 

Nathalie Labeeuw, Tiberghien Advocaten

 

Dit artikel verscheen eerder in de nieuwsbrief Professioneel Vermogensadvies.

Meer fiscaal en financieel nieuws vindt u op www.financeworld.be

FinanceWorldlogo


 

Bespaar belastingen met Standaard.biz

De explosie van nieuwe aangifterubrieken was de jongste jaren indrukwekkend. Gelukkig maken de meeste van die rubrieken het mogelijk om de belastingfactuur te milderen. Ook dit jaar helpen De Standaard en Kluwer u een handje, zodat u uw belastingbrief optimaal kunt invullen.

Ontdek ons aangiftedossier met de handige tips en de biz belastingquiz:

www.standaard.biz/aangifte


 

Vind de beste spaarrentes op www.standaard.biz/spaarinfo

Kleine procentjes kunnen een groot verschil maken. Zeker als het over uw spaargeld gaat. Daarom hebben we op Standaard.biz de beste rentetarieven gebundeld voor spaarboekjes, termijnrekeningen en kasbons. U vindt er ook een spaarcalculator waarmee u snel berekent hoeveel rente u op een bepaalde spaarrekening kunt verdienen.

De rentetarieven zijn afkomstig van de gespecialiseerde website Spaargids.be en worden continu up-to-date gehouden.

In het spaardossier leest u ook de laatste nieuwtjes en een handige Q&A over de verschillende spaarvormen.

www.standaard.biz/spaarinfo


 

De gezinswoning in de vennootschap: de addertjes

Jean-Paul is een hardwerkende Vlaming. Hij heeft een succesvolle handelszaak uit de grond gestampt, die hij enkele jaren geleden heeft ondergebracht in zijn eigen BVBA. Gelet op de recente gezinsuitbreiding overwegen Jean-Paul en zijn echtgenote Lutgarde een ruimere woning aan te kopen. De boekhouder van Jean-Paul raadt hen aan de woning door de vennootschap te laten aankopen, die aldus jaarlijkse afschrijvingen kan afzetten tegen haar winsten. Maar wijst de boekhouder hen ook op de mogelijke familiaal vermogensrechtelijke gevolgen?

 

 

In ons voorbeeld zijn Jean-Paul en Lutgarde gehuwd onder het stelsel van zuivere scheiding van goederen. Jean-Paul heeft de BVBA zelf opgericht met eigen gelden, de aandelen behoren tot zijn eigen vermogen. Hij is enig zaakvoerder en heeft dus alle touwtjes van de BVBA in handen.

 

Kan hij ook zonder toestemming van Lutgarde de woning verkopen?

 

De gezinswoning geniet in principe een bijzondere behandeling in de relatie tussen echtgenoten onderling, en tussen echtgenoten en derden. Tijdens het huwelijk wordt de gezinswoning beschermd tegen beschikkingen van één van de echtgenoten die de gezinsbelangen zouden kunnen schaden. Eén van de echtgenoten kan de woning niet verkopen, verhuren of wegschenken zonder hiervoor de instemming van de andere echtgenoot te hebben. Indien één van de echtgenoten dit verbod overtreedt, kan zijn beschikking worden nietig verklaard door de rechtbank.

 

Onder ‘gezinswoning’ moet in dit verband worden verstaan het onroerend goed dat voor het gezin dient als voornaamste woning. Een woning die wordt ingebracht in een vennootschap verliest echter haar onroerend karakter en zeer waarschijnlijk ook de hiervoor vermelde bescherming. Met andere woorden, de toestemming van Lutgarde is niet vereist…

 

 

Erfrecht van de langstlevende echtgenoot

 

De langstlevende echtgenoot heeft een beschermde erfaanspraak in de nalatenschap van zijn/haar overleden echtgenoot. Bij het overlijden van de eerststervende heeft de langstlevende echtgenoot namelijk een reservatair erfrecht van het vruchtgebruik op de helft van de nalatenschap (abstracte reserve), met als absolute ondergrens het vruchtgebruik op de gezinswoning en de in deze woning dienende huisraad (concrete reserve).

 

Het reservatair recht van de langstlevende echtgenoot houdt in dat hij het recht heeft inkorting te vragen van eventuele schenkingen of legaten, die een inbreuk uitmaken op zijn/haar voorbehouden erfdeel. Met andere woorden, de langstlevende kan in dat geval de schenkingen of legaten geheel of gedeeltelijk aanvechten, totdat hij zijn reserve heeft verkregen.

 

De concrete reserve omvat, zoals gezegd, de gezinswoning. Opnieuw kan hierbij de vraag worden gesteld wat onder dit begrip moet worden verstaan. De draagwijdte van ‘gezinswoning’ loopt volledig gelijk met het begrip ‘gezinswoning’ zoals hierboven beschreven.

 

Indien de gezinswoning eigendom is van een vennootschap, en indien de eerststervende echtgenoot de langstlevende echtgenoot bij testament uitdrukkelijk heeft onterfd of, wat vaker voorkomt, zijn kinderen heeft aangesteld als algemene legatarissen van zijn nalatenschap, zal de langstlevende echtgenoot nog wel het vruchtgebruik op de helft van de nalatenschap van de eerststervende kunnen vorderen, maar is hij/zij dus niet gewapend tegen beschikkingen die de concrete reserve aantasten. Het is dus niet zeker dat Lutgarde bij het overlijden van Jean-Paul in haar huis (of juridisch correcter het huis van de BVBA…) zal kunnen blijven wonen…

 

 Successierechtelijke gevolgen

 

De langstlevende echtgenoot zal bij het overlijden van de eerststervende echtgenoot successierechten verschuldigd zijn op hetgeen hij/zij erft. Het toepasselijke progressieve tarief bedraagt 3, 9 of 27 procent, afzonderlijk te berekenen op de marktwaarde van de roerende en onroerende kavel.

 

Op dit algemeen principe bestaan enkele uitzonderingen, waaronder de vererving van de gezinswoning. De langstlevende echtgenoot zal in het Vlaamse gewest namelijk geen successierechten verschuldigd zijn op de vererving van de gezinswoning.

 

Indien de woning eigendom is van een vennootschap, behoort echter niet de woning maar wel de aandelen van de vennootschap tot de nalatenschap van de eerststervende. Logischerwijze zal vrijstelling van de gezinswoning in dat geval dan ook verloren gaan. Jean-Paul zal best aan een successieplanning denken…

 

 

Echtscheiding

 

In geval van echtscheiding kan elk van de echtgenoten in principe de toewijzing vragen van onder andere de gezinswoning en de huisraad (de zogenaamde ‘preferentiële goederen’). Aangezien de tekst van de wet het heeft over “het onroerend goed dat tot gezinswoning dient”, zal de preferentiële toewijzing niet mogelijk zijn voor de gezinswoning die eigendom is van een vennootschap.

 

De preferentiële toewijzing is echter enkel mogelijk met betrekking tot goederen die tot het gemeenschappelijk huwvermogen behoren. In ons voorbeeld zijn Jean-Paul en Lutgarde gehuwd onder het stelsel van scheiding van goederen, en zou de preferentiële toewijzing van de gezinswoning in geval van echtscheiding sowieso niet mogelijk zijn.

 

Conclusie

 

De aankoop van de gezinswoning door een vennootschap wordt vaak gedaan vanuit een fiscale insteek.Toch mogen we de familiaal vermogensrechtelijke gevolgen hiervan niet vergeten.

 

Lutgarde verliest hierdoor de bescherming van de gezinswoning tijdens het huwelijk, zij heeft evenmin een reservatair erfrecht op de woning, haar vrijstelling van successierechten op de gezinswoning vindt geen toepassing,en bij echtscheiding zou zij (desgevallend) ook geen preferentiële toewijzing van de gezinswoning meer kunnen vragen.

 

Het eeuwenoude ‘bezint eer ge begint’ blijkt in deze eens te meer brandend actueel…

 

Hannes Casier, Tiberghien Advocaten

 

Dit artikel verscheen eerder in de nieuwsbrief Professioneel Vermogensadvies.

Meer fiscaal en financieel nieuws vindt u op www.financeworld.be

FinanceWorldlogo

 


 

Aankoop van een onroerend goed door de vennootschap: waarop te letten?

98% van de mensen die een onroerend goed kopen én een hypothecaire lening afsluiten, onderhandelen met hun bankier over de intrestvoet én het feit of de lening al dan niet volledig zal gehypotheceerd  worden! Over wat er zal gebeuren indien men het krediet vroeger wenst terug te belaten of wil heronderhandelen wordt er niet gesproken.


Dit is volledig terecht wanneer de woonlening afgesloten wordt door een natuurlijk persoon.  De intrest die aangerekend wordt, wordt bepaald door de evolutie op de markt, de duurtijd…. en de eigen inbreng.  M.a.w  de intrest die doorgerekend wordt zal dus mee bepaald worden door het risico dat de bank neemt om jouw krediet te geven.


Daarnaast  oordeelde de wetgever dat de bank  een vergoeding mag doorrekenen indien een natuurlijke persoon het krediet vervroegd wenst terug te betalen.  Deze wederbeleggingsvergoeding mag  maximaal 3 maand intrest bedragen , berekend aan de intrestvoet van het krediet én op het uitstaand kapitaal.  We zouden denken “dit is een billijke vergoeding… “


Maar hoe is de situatie indien een vennootschap een lening voor een onroerend goed afsluit?  Een patrimoniumvennootschap die een huis koopt, een arts, apotheker of advocaat, die via de vennootschap een lening afsluit voor een onroerend goed meestal voor gemengd gebruik. 


Grappig, de naam van de lening verandert plots in investeringskrediet voor de vennootschap.  Toch gaat het meestal om dezelfde soort lening:  aankoop van een onroerend goed dat hypothecair gewaarborgd wordt én terugbetaald wordt via vaste mensualiteit of kapitaalaflossingen ….


Wel in de meeste gevallen, zal de toegepaste intrestvoet voor uw vennootschap hoger liggen (soms tot méér dan 1,2%). Deze hogere intrestvoet lijkt mij verantwoord indien het risico voor de bank ook hoger is… Maar dit is eigenlijk bijna nooit het geval, aangezien uw bankier meestal  ook nog een persoonlijke borgstellling vraagt! Van risicoindekking gesproken….!


Bovendien blijkt dat de lening niet vervroegd kan terugbetaald worden, want de wederbeleggingsvergoeding bedraagt “ de niet vervallen intresten tot eindvervaldag….of de zgn “total loss-clausule”.  Een dure grap als je het mij vraagt…..!  Laatst kreeg ik het antwoord van een bankier dat deze clausule bij haar klanten nog nooit was toegepast!  Toen bleek dat haar anciënniteit bij deze bank slechts één jaar was, heb ik hier wel wat bedenkingen bij!


Ben ik dan onnozel als ik vraag waarom deze clausule wordt opgenomen?  De kans is immers groot dat op het ogenblik dat ik vervroegd wil terugbetalen of de modaliteiten wil veranderen, mijn relatiebeheerder zelf al van job/bank veranderd zal zijn. Of is dit de nieuwe vorm van klantenbinding?


Het goed lezen van de kleine lettertjes en uw laten bijstaan door een onafhankelijk financieel planner, kan u in de toekomst veel centen besparen….!


Babette.steenackers@svbp.be

www.svbp-financieleplanners.be


 

Renovatie van uw woning: hoeveel betaalt u voor de plaatsing van dubbel glas?

Het voordeel

Eigenaars of huurders van onroerende goederen hebben recht op een belastingvermindering wanneer ze energiebesparende uitgaven doen, zoals bijvoorbeeld de plaatsing van dubbel glas.

De vermindering bedraagt 40%, met een maximum van 2.770 EUR per jaar en per woning (AJ 2010). De belastingvermindering moet door de echtgenoten zelf berekend worden en is aan te geven bij code 1363 en 2363 op de aangifte. Bij de aangifte moet een eensluidend verklaarde kopie van de facturen en van de betalingsbewijzen worden gevoegd. De werken moeten uitgevoerd worden door een geregistreerde aannemer.

 

Overdracht van de vermindering over de volgende drie jaren: nieuwe regeling vanaf 2009!

Voor uitgaven gedaan vanaf 2009 kan het bedrag van de belastingvermindering voor energiebesparende investeringen in een woning dat het maximumbedrag van 2.770 EUR overstijgt, worden overgedragen naar één van de drie jaren volgend op het jaar van de uitgave.

Hoe loopt deze spreiding in de praktijk? In 2009 doen mijnheer en mevrouw Janssens-Vertongen een uitgave van 20.000 EUR voor de plaatsing van dubbel glas in hun woning. Ze hebben hiervoor recht op een totale vermindering van  8.000 EUR. De maximale vermindering bedraagt voor 2009 2.770 EUR. Die vermindering wordt bereikt met een uitgave van 6.925 EUR. De vermindering die door de belastingplichtige kan worden overgedragen naar 2010 bedraagt 5.230 EUR (13.075 x 40%). Ook voor dat jaar zal het maximum worden overschreden. Het saldo van de vermindering kan vervolgens nog worden overgedragen naar 2011.

De overdracht van de vermindering geldt enkel voor uitgaven die betrekking hebben op woningen die al vijf jaar in gebruik zijn genomen als woning.

 

Rendement van uw investering

Verschillende zaken bepalen het rendement van de investering:

-         In eerste instantie heeft u recht op een belastingvermindering op de betaalde factuur

Geen gefoefel meer met gespreide betalingen om gedurende meerdere jaren van de vermindering gebruik te kunnen maken. U recupereert effectief 40 % van de factuur. Natuurlijk ontvangt u het belastingvoordeel pas later, minstens 2 jaar na de betaling van de factuur, en zelfs langer indien u de vermindering overdraagt.

-         Premies van de nutsmaatschappij

Uw netbeheerder zorgt voor een extra premie. Afhankelijk van de gemeente waar u woont, zal de premie verschillend zijn. Meer informatie kan u vinden op www.premiezoeker.be.

-         Eventueel fiscaal voordeel als de investering via een lening gebeurt

Als u voor de investering leent, en hierdoor een extra fiscaal voordeel kan genieten, zal deze lening ook een hefboom creëren en een positieve impact op uw rendement betekenen.

-         Besparing op uw energiefactuur

Vanzelfsprekend is de voornaamste reden nog steeds energie besparen. De plaatsing van hoogrendementsglas zorgt ook voor een korting op uw energiefactuur.

De mogelijkheid om de vermindering over te dragen naar de drie volgende jaren betekent dat het niet meer nodig is om facturen en betalingen van de investeringen in energiebesparende maatregelen te spreiden over meerdere jaren. De factuur betaalt in 2009 kan immers nog belastingvermindering opleveren voor inkomstenjaar 2012!

 

Julie Janssens

Vennoot Stremersch, Van Broekhoven & Partners

www.svbp-financieleplanners.be

€FP


 

Waarop letten bij het afsluiten van een pensioenspaarcontract?

Het is alom geweten dat pensioensparen in België fiscaal aangemoedigd wordt. Maar wat is nu juist het fiscaal voordeel en waar moet je op letten bij het afsluiten van de polis.

 

 

1.    Maak een bewuste keuze op basis van je risicoprofiel

 

Iedereen tussen 18 en 64 jaar kan aan pensioensparen doen door het afsluiten van een pensioenspaarverzekering bij een verzekeringsmaatschappij of een pensioenspaarrekening bij een bank. Tot voor kort werd uw pensioenspaarverzekering steeds belegd in een tak 21 product met gewaarborgd rendement. Heel recent antwoordde de minister van Financiën dat je ook een pensioenspaarverzekering in tak 23 kan afsluiten, zonder gewaarborgd rendement.

Afhankelijk van je risicoprofiel beslis je dus of je een gegarandeerd rendement wil hebben of niet. Ben je nog jong, dan kan je in principe wel verwachten dat een pensioenspaarrekening of een pensioenspaarverzekering tak 23 het beter zal doen dan een pensioenspaarverzekering in tak 21 met gewaarborgd rendement. Maar maak een bewuste keuze voor het ene of andere product.

 

 

2.    Blijf premies storten tot 65 jaar

 

Gezien de belasting via een systeem van anticipatieve heffing op 60 jaar gebeurt, worden de betaalde premies tussen 60 en 65 jaar nooit belast, terwijl ze nog wel belastingvermindering genieten. Het is dus zeker aan te raden premies te blijven storten tussen 60 en 65 jaar!

 

 

Hoe zit het nu met de belastingen?

Via een belastingvermindering recupereer je tussen 30% en 40% van de betaalde premie en spaar je hierop ook gemeentebelastingen uit. Voor 2009 (aj 2010) ligt de maximale premie op 870 EUR per belastingplichtige. Rekening houdend met het belastingsvoordeel, kost die premie je in feite ergens tussen 522 EUR en 609 EUR, een belastingvoordeel dat kan oplopen tot 348 EUR dus! De belastingvermindering krikt het rendement van het pensioenspaarproduct dus erg op.

Gezien de premies aanleiding geven tot een belastingvermindering, zal het kapitaal dat uitgekeerd wordt wel belast worden. Die belasting valt echter wel mee.

Het kapitaal gevormd met stortingen voor 1993 wordt getaxeerd aan 16.5%. Voor het kapitaal gevormd met stortingen na 1993 bedraagt het tarief 10%.

Ook hier maakt de keuze tussen een pensioenspaarrekening of een pensioenspaarverzekering een verschil. Om de belastbare basis te bepalen van de pensioenspaarrekening kapitaliseert men de stortingen ficitef aan 6.25% (t/m 1991) of 4.75% (vanaf 1992).  Ligt het werkelijke rendement van de rekening hoger, dan is het supplement onbelast. Daarentegen wanneer het lager ligt, zal men belast worden op een kapitaal dat men niet krijgt. Bij een pensioenspaarverzekering is de belastbare basis het werkelijk opgebouwd kapitaal.

 

Julie Janssens

Vennoot Stremersch, Van Broekhoven & Partners

€FP, Master Personal Financial Planning


 

Investeer via het generatiepact

Zelfstandigen die op vervroegd pensioen gaan zien hun pensioen verminderen met een bepaald percentage per jaar dat ze hun pensioen aanvragen voor de wettelijke pensioenleeftijd.

De wettelijke pensioenleeftijd ligt voor mannen op 65 jaar. Vanaf januari dit jaar werd de wettelijke pensioenleeftijd ook voor vrouwen eveneens op 65 jaar vastgelegd.

Het generatiepact heeft als doel om de mensen langer aan het werken te houden.   Het verminderingspercentage voor pensioenen van een zelfstandige werd aangepast zodat wie langer aan het werk blijft een kleinere vermindering moet ondergaan.

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de vermindering naargelang de leeftijd en het jaar waarin iemand zijn pensioen als zelfstandige wenst op te nemen. Op zestig jaar betekent dit nog steeds een blijvende vermindering van 25%.

Mannen en vrouwen vanaf 1/1/2009

60 jaar

7% + 6% + 5% + 4% + 3% =  25%

61 jaar

6% + 5 % + 4% + 3%  = 18%

62 jaar

5% + 4 % + 3%  = 12%

63 jaar

4% + 3 % = 7%

64 jaar

3 %

 

Investeringsopportuniteiten !

 

Het generatiepact sleutelde aan de uitkeringen van de aanvullende pensioenen. Personen die blijven werken tot de wettelijke pensioenleeftijd van 65 jaar en pas dan de uitkering van hun aanvullend pensioen bekomen, zullen fiscale voordelen genieten.

Uitkeringen van door de onderneming gevormde en gefinancierde aanvullende pensioenen, worden bij de uitkering belast aan 16,5 %. Kapitalen gevormd door persoonlijke bijdragen ondergaan een taxatie van 10 %. Deze 10 % kan nu ook bekomen worden voor kapitalen die door werkgeversbijdragen of bijdragen van de onderneming gevormd werden, op voorwaarde dat de uitkering pas plaatsvindt op 65 jarige leeftijd en ter gelegenheid van het op dat moment stopzetten van de beroepsactiviteit.

Op het belastbaar bedrag betaalt u bovendien nog eens gemeentebelasting. Deze spaart u dus bijkomend uit.

Prima dus als u dan toch maar beslist om naarstig door te ploegen tot uw vijfenzestigste.

Een werknemer die op zestig wil stoppen heeft niet veel aan die vermindering, maar... voor een zelfstandige die eveneens op zestig wil stoppen, liggen de zaken anders.

Voor een zelfstandige valt het immers beter te organiseren om effectief actief te blijven vanuit de luie  zetel. U vraagt geen vervroegd pensioen op, en u  betaalt sociale zekerheidsbijdragen voor een hoofdberoep. Wie zal u zeggen wat u daarnaast nog moet verrichten? Hier valt duidelijk een en ander te organiseren.

Laten we eens kijken wat dit concreet oplevert voor Piet die op zijn zestig 380.000 EUR aan pensioenkapitaal kan optrekken:

Bij uitkering wordt er 3,55% aan het RIZIV bijgedragen en worden 2% solidariteitsbijdragen ingehouden. Op het saldo worden 16,5 % personenbelasting betaald evenals de geldende gemeentebelasting, stel hier 8%. Hij ontvangt 294.952 EUR netto kapitaal, wat een taxatie van 22,4 % betekent.

Stel nu dat hij vijf jaar later met pensioen gaat, namelijk op 65 jaar. We houden geen rekening met bijstortingen. Van hetzelfde brutobedrag, houdt hij dan netto 320.148 EUR over.

Op 60 jaar

Op 65 jaar

380.000

380.000

riziv en solidariteitsbijdragen

5,55%

-21.090

-21.090

belastbaar

358.910

358.910

belastingen

16,50%

-59.220

10%

-35.891

gemeentebelasting

8%

-4.738

-2.871

Netto

€ 294.952

€ 320.148

22,4%

15,8%

Dit geeft een fiscale winst van 25.196 EUR.

Bovendien zal Piet de blijvende vermindering van 25% van zijn wettelijk pensioen vermijden.

Piet zal dus met plezier de minimumbijdragen als zelfstandige betalen van zijn zestigste tot zijn vijfenzestigste, geen kost, maar een prima investering !

 

En toch...

 

Ongetwijfeld biedt deze regeling zeer goede ‘investeringsmogelijkheden’, zoals we net besproken hebben. Toch zal u grondig uw rekening moeten maken. Niet in alle gevallen loont de investering immers.

Het rendement zal vooreerst afhankelijk zijn van uw effectieve levensduur. Daarnaast moet u rekening houden met het feit dat de sociale zekerheidsbijdragen gebaseerd worden op het loon van drie jaar terug. Heeft u tot uw negenenvijftigste een hoog loon, dan zullen de sociale zekerheidbijdragen maar dalen na drie jaar.

Bovendien moet u het hogere wettelijke pensioen vanaf uw vijfenzestigste vergelijken met het verlies dat u maakt door geen vervroegd pensioen op te vragen.

Rekenen we even verder voor Piet…

Op zijn zestigste zal hij een netto pensioen ontvangen van 609,55 EUR per maand. ‘Werkt’ hij door tot vijfenzestig, krijgt hij netto 827 EUR.

Wanneer we verdisconteren aan vier procent, en het pensioen welvaartvast laten stijgen, zal Piet ongeveer gelijk uitkomen als hij sterft rond zijn tweeëntachtigste. Leeft hij langer, dan rendeert het om langer ‘actief’ blijven. Sterft hij eerder, dan zal zijn hoger pensioen het pensioen dat hij opgaf tussen zijn zestigste en vijfenzestigste niet meer goedmaken.

Ook wanneer we het pensioen als een lijfrente beschouwen, verwachten we niet veel winst voor Piet door het hogere pensioen na vijfenzestig ten opzichte van vervroegd pensioen op zestig.

… rekenen blijft dus de boodschap !

Tom Vermeiren.

Stremersch, Van Broekhoven & Partners

www.svbp-financieleplanners.be



 

Wat moet ik doen met mijn patrimoniumvennootschap?

Het probleem is klassiek. Uw  grote villa zit in uw vennootschap. U hebt jaar en dag al de kosten ingebracht, afgeschreven, weliswaar op 33 jaar, en nu staat de villa voor peanuts in de boekhouding …. vandaag, na zoveel jaren, wil u het onroerend goed van de hand doen… want te groot, geen interesse van de kinderen,  niet financierbaar of deelbaar door de kinderen…. .  

Door de latente meerwaarde op de woning, zal de fiscus gaan lopen met ongeveer 44% van de verkoopopbrengst.  De meerwaarde wordt immers belast aan 33,99% en vervolgens moet het geld nog uit de vennootschap gehaald worden.  De goedkoopste manier is liquidatie aan 10%.  Daar gaat de mooie verkoopopbrengst…  

De fiscus geeft u wel de kans om deze meerwaarde gespreid in de tijd te laten taxeren, voor zover onder meer de verkoopprijs wordt geherinvesteerd in afschrijfbaar actief binnen een bepaalde termijn.  Niet te verwonderen dat de slimme aandeelhouder naar een alternatieve oplossing zoekt en misschien liever zijn aandelen verkoopt, dan het onroerend goed zelf.  Maak u zelf niets wijs, ook uw potentiële koper zal de belastingslatentie geheel of gedeeltelijk willen recupereren, aangezien hij de aandelen niet kan afschrijven. Uw potentiële koper heeft er immers geen enkel belang bij om de equivalente marktwaarde van het onroerend goed te betalen voor de aandelen.

In het beste geval bent u zelfs bereid om de zure appel in 2 te doen en de helft van de belastingslatentie te laten vallen.  Het probleem van de latente meerwaarde verschuift u gewoon, naar de nieuwe aandeelhouder….  Zodra hij het onroerend goed verkoopt dat in de vennootschap zit, wordt uw vennootschap een kasgeldvennootschap.  Uw overnemer zal de meerwaarde dan maar moeten betalen…. tenzij hij weer opnieuw van het stelsel van gespreide taxatie kiest!!!  En ja, de kans dat uw overnemer hiervoor kiest is groot, maar op het ogenblik dat hij de keuze moet maken, meestal 5 jaar nà datum, is hij met de noorderzon verdwenen….!  

Deze praktijk is een doorn in het oog van de Belgische fiscus.  Zij slaagde er niet in  om de belasting ook effectief in te vorderen. Het wetboek bood vaak geen geschikt hulpmiddel en met de gemeenrechtelijke procedures uit het Burgerlijk Wetboek behaalde de fiscus quasi geen succes.  Daarom is er in 2006 een bijzondere regeling in werking getreden waardoor aandeelhouders van een zogenaamde kasgeldvennootschap bij een aandelenverkoop, onder bepaalde voorwaarden, van rechtswege hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de betaling van belastingschulden in hoofde van de verkochte vennootschap.  De sanctie is dus niet min: de totale belastingschulden inclusief belastingverhogingen, interesten, boeten en kosten kan de fiscus op u verhalen….  

Bent u er toch van overtuigd dat de aandelenverkoop gunstiger is, vraag dan aan uw potentiële koper om het geld van de meerwaardebelasting op een geblokkeerde rekening te plaatsen gedurende de risicotermijn….  De kans dat hij dit wil doen is mijn inziens zo goed als nihil.  Een andere mogelijkheid is natuurlijk om zelf de herinvestering te doen, maar om niet in hetzelfde straatje verzeild te geraken zal dit best door een financieel planner moeten uitgetekend worden….


 

Bestand tegen de crisis?

Hoe staan onze klanten tegenover geld en beleggen? Wat is de relatie met hun bankiers, en op welke manier gaan ze om met financiële informatie? En welke gevolgen verwachten zij van de crisis die door de financiële wereld raast?

Tijdens de voorbije maanden hebben onze klanten het hoofd koel gehouden. Amper een kwart heeft effecten verkocht en dus verlies genomen. Alle anderen zijn rustig in de markt blijven zitten. Een kwart heeft zelfs aandelen bijgekocht. Driekwart zegt geen spijt te hebben van de manier waarop ze hebben gereageerd.

Vanaf de maanden oktober en november hebben ze wel wat meer dan gewoonlijk naar hun portefeuille gekeken en de financiële berichten bestudeerd. Alle informatie was toen welkom: kranten, televisie, internet. Vooral internet werd toen meer dan gewaardeerd.

De toekomstverwachtingen voor de financiële markten zijn zeker niet euforisch. Onze klanten zijn kritisch en realistisch. Twintig procent verwacht dat het vijf jaar zal duren voor de markten zich hebben hersteld, meer dan veertig procent denkt zelfs dat het 15 jaar kan duren. En nog eens 20 procent denkt dat ze zich tevreden zullen moeten stellen met het rendementsniveau van een staatslening.

Slechts vijf procent zegt dat de gebeurtenissen van het najaar een onmiddellijk impact zullen hebben op hun beschikbare bedrag voor consumptie. Meer dan 80 procent verwacht weinig of geen weerslag. Ze zullen er geen boterham minder voor moeten eten.

De volledige resultaten kan je via email aanvragen.

Julie Janssens, master Personal Financial Planning, €FP
Vennoot Stremersch, Van Broekhoven & Partners
www.svbp-financieleplanners.be
julie.janssens@svbp.be


 



Beursblogs