Onderschat het financieel plan niet bij oprichting van uw vennootschap!

  • Gepost op zaterdag 31 oktober 2009 om 15:33
  • door Tom Cooreman

Als een nieuwe vennootschap wordt opgericht, dan rust op de oprichters van een vennootschap met beperkte aansprakelijkheid de wettelijke verplichting om een financieel plan op te stellen. De vraag welke inhoud dit plan moet hebben en wat de sancties bij het niet opmaken of niet voldoende uitwerken van dit plan zijn, houdt menig oprichter bezig. Bovendien stellen velen zich de vraag wanneer dit plan aan de oppervlakte komt en of de fiscus dit op elk moment kan inkijken.

Verplichting

De oprichters van vennootschappen (NV, B.V.B.A., Comm. VA en CVBA) zijn gehouden om aan de instrumenterende notaris een financieel plan te overhandigen, waarin zij het bedrag van het maatschappelijk kapitaal van de op te richten vennootschap verantwoorden. Het financieel plan moet samen met de oprichtingsakte worden neergelegd. Dit is in principe de taak van de oprichters.

Het plan wordt niet openbaar gemaakt maar in bewaring gegeven bij de notaris. Het is een belangrijk bewijsstuk indien de onderneming binnen de 3 jaar failliet gaat. Aan de hand van dit financieel plan wordt nagegaan of het maatschappelijk kapitaal kennelijk ontoereikend was voor de normale uitoefening van de voorgenomen bedrijvigheid over tenminste twee jaar. Indien het faillissement binnen de drie jaar wordt uitgesproken en het kapitaal kennelijk ontoereikend was, zijn de oprichters hiervoor aansprakelijk.

Inhoud

In de praktijk wordt dat financieel plan al te vaak volledig door de boekhouder/accountant opgesteld. Idealiter kijkt de boekhouder/accountant het financieel plan pas in laatste instantie met een kritisch oog na. Hij kan het financieel plan toetsen aan de realiteit en aan concurrerende ondernemingen. Alhoewel een financieel plan slechts voor twee jaar verplicht dient opgemaakt te worden, is het beter om een financieel plan op langere termijn op te stellen. Zo krijgt de onderneming een beter beeld op de toekomst. In het Wetboek van Vennootschappen is echter slechts één bepaling terug te vinden over de inhoud van het financieel plan. Het plan moet een verantwoording inhouden van de toereikendheid van het kapitaal voor een periode van tenminste twee jaar vanaf de oprichting. Het gevolg van deze grote vrijheid qua inhoud is het feit dat financiële plannen gaan van simplistisch en nietszeg­gend, naar zeer gedetailleerd, afhankelijk van de oprichters en hun raadgever(s).

De volgende zaken kunnen zeker helpen bij het opstellen van het financieel plan:

  het schema van het investeringsbudget over de drie (of meer) geplande boekjaren;

  het schema van het bedrijfskapitaal over de drie (of meer) geplande boekjaren;

  het schema van het resultaat na belastingen en van de kasstroom;

  het schema van de besteding en herkomst van de middelen;

  de mate waarin men op verschillende kredietmogelijk­heden een beroep zal kunnen doen;

  de duurtijd van de toegestane en ontvangen kredieten;

  de terbeschikkingstellingen, huur- of leasingcontracten voor het gebruik, de huur of leasing van onroerende of roerende goederen;

  de persoonlijke borgstellingen;

Sancties

De aansprakelijkheid die hieruit voortvloeit bestaat van rechtswege en is hoofdelijk. De rechter moet aldus niet onderzoeken of de oprichters persoonlijke inbreuken op de wet hebben gepleegd, aangezien het volstaat vast te stellen dat het kapitaal ontoereikend was op het ogenblik van de stichting van de vennootschap. Wanneer een financieel plan te beperkt is opgesteld, kan de rechter zich steunen op andere informatie in het vennootschapsdossier, zoals de statuten. Wanneer het doel in de statuten bijvoorbeeld zeer ruim werd genomen en het financieel plan onvoldoende de voornaamste en werkelijke doelstellingen weergeeft, kan de rechter tot het besluit komen dat op basis van het statutaire doel voor de vennootschap grote investeringen nodig waren en dat daartegenover het kapitaal ontoereikend is.

De vordering kan uitsluitend worden ingesteld wegens faillissement van de vennootschap. De curator vertegenwoordigt dan de massa en kan een vordering instellen namens alle gezamenlijke schuldeisers.

Voor het ontbreken of het onvolledig zijn van het financieel plan op zich, voorziet de wetgever geen onmiddellijke sanctie. Voor de notaris daarentegen bestaat er wel een belangrijke aansprakelijkheid, aangezien hij dient in te staan voor de wetmatige oprichting (zie verder).

 Rol van de notaris

 Op de notaris rust geenszins een inhoudelijke verant­woordelijkheid met betrekking tot het financieel plan. De notaris is enkel aansprakelijk voor het bewaren van het plan. De notaris wordt niet geacht een financieel expert te zijn, maar hij kan wel oordelen over de toereikendheid van het plan.

De notaris beoordeelt de vorm en de minimumvereisten, niet de gedetailleerde inhoud. Het komt hem evenwel toe om krachtens zijn algemene plicht tot raadgeving de oprichters te wijzen op de belangrijkheid van het financieel plan en op haar onvolkomenheden.

Geconfronteerd met een duidelijke ontoereikendheid van het overhandigde plan, moet de notaris zijn cliënten inlichten over de effectieve gevaren waaraan ze zich blootstellen. Bij gebreke aan dergelijke informatie kan de contractuele aansprakelijkheid in het gedrang komen die volgt uit zijn informatieplicht.

Bovendien bestaat er een omzendbrief die uitgaat van de Procureur Generaal bij het Hof van Beroep te Brussel waardoor de notaris verplicht is het financieel plan te weigeren indien de inhoud ervan onvoldoende waarborgen bevat, of indien het plan op een onbekwame of ongeloofwaardige wijze is samen­gesteld.

Inzagerecht fiscus

Als de vraag naar een kopij van het financieel plan komt, kan de belastingplichtige drie standpunten innemen

1)               Weigeren

Hij kan aan de fiscus antwoorden dat er geen wettelijke verplichting is om het financieel plan over te maken;

2)               Doorverwijzen

Hij kan aan de fiscus antwoorden dat het financieel plan niet in zijn bezit is en dat het vóór de oprichting werd overgemaakt aan de notaris (zoals het Wetboek van Vennootschappen voorschrijft) en dat de Administratie zich met haar vraag moet wenden tot de notaris zelf.

De Administratie zal dit wellicht niet doen, want de notaris is gebonden door zijn beroepsgeheim en mag dit plan niet overmaken. Tenzij de notaris in kwestie expliciet zou ontheven worden van zijn beroepsgeheim, hetzij door zijn deontologische overheid, hetzij door de rechterlijke macht. Gelet op de onbelangrijkheid van de informatie die de Administratie uit het financieel plan kan/zal halen, zal het ongetwijfeld zover niet komen.

3) Meewerken

De belastingplichtige overhandigt een kopij aan de Administratie.

Het is onze persoonlijke mening dat de Administratie geen recht heeft op een kopij van het financieel plan. Het is evenzeer onze persoonlijke mening dat de belastingplichtige best voor optie deze laatste optie kiest. De Admini­stratie kan volgens ons uit het financieel plan geen informatie halen die tegen de belastingplichtige kan gebruikt worden en het zorgt voor een goede verstandhouding met de fiscus.

Conclusie

Uit bovenstaande blijkt duidelijk dat het belang van het financieel plan niet mag onderschat worden. Het is immers een eigen onderzoek naar de financiële haalbaarheid van je onderneming. Bovendien zullen notarissen niet zomaar een duidelijk ontoereikend plan aanvaarden, gelet op hun aansprakelijkheid.

 

Tom Cooreman

Legal Counsel-Master in Personal Financial Planning

[email protected]

Managing Partner JuriFin

www.jurifin.be


 

Reacties

De reacties op dit bericht zijn afgesloten.



Beursblogs