De vrienden van Anouk

Echte vriendschap bestaat niet in de politiek. En ook niet op Facebook. Ene Anouk Vleminckx kon op Facebook in drie à vier weken tijd al een kleine 250 politici aan zich binden. Anouk is intussen vriend met bekende politici als Yves Leterme, Bart Somers, Freya Van den Bossche, Geert Lambert, Inge Vervotte, Kathleen Van Brempt, Patrick Dewael, Tinne Van der Straeten, Kris Peeters en Marie-Rose Morel. Terwijl Anouk in het echte leven helemaal niet bestaat.


Bijna alle politici hapten gewoon toe en namen Anouk zonder morren op in hun vriendenclub. Is dit erg? Onthutsend? Natuurlijk niet. Facebook kan je eigenlijk op twee manieren gebruiken. Enerzijds om contact te hebben met je 'echte' vrienden. Anderzijds om nieuwe mensen te leren kennen. Het is, met de nakende verkiezingen, dan ook niet meer dan logisch dat de meesten voor deze laatste strategie hebben gekozen.


Sommigen gingen van de ene strategie naar de andere. Groen-politica Freya Piryns zat bijvoorbeeld al langer op Facebook, maar liet pas sinds een paar maanden geleden ook onbekenden toe. Maar besloot dan ook om de foto's van haar zoontje te verwijderen.


Dat de meeste politici met iedereen vriend willen zijn, is dus niet erg maar soms best grappig. Uittredend minister-president Kris Peeters stuurde bijvoorbeeld weer zelf een vriendenverzoek naar de onbestaande Anouk.


Om maar te zeggen de top10-lijstjes van de politici met meeste Facebook-vrienden met een korrel zout moeten worden genomen. Premier Herman Van Rompuy vertelde deze week aan een weekblad dat hij op Facebook 899 vrienden heeft. 'Maar in het echte leven zijn het er maar twee', zo voegde hij er aan toe.


 

Software bestempelt Kris Peeters als meest gespannen politicus

Software die politieke debatten analyseert. In de VS bestaat het al langer, en zondagavond werd het ook in ons land toegepast. Het waren de mensen van Information Builders, zelf in de studio van het Groot Debat op televisiezender één aanwezig, die er voor zorgden.


Dit type software, business intelligence in het jargon, is klassiek in gebruik voor de analyse van bedrijfsdata, zoals het detecteren van interessante klantenopportuniteiten. Maar wordt ook voor minder voor de hand liggende zaken aangewend. Zoals bij tactiekbespreking bij voetbalkampioenschappen en nu dus ook in verkiezingscampagnes. Al moet gezegd worden dat het in ons land ook al bij de verkiezingen van 2007 werd aangewend.


Op het eerste zicht gaf Information Builders geen conclusies om van achterover te vallen. Dat Bart De Wever zelden lacht, wisten we al. Net zoals Filip De Winter vaak tracht te scoren met oneliners en metaforen ('De Vlaamse Regering is geen klasserestaurant maar een frituur'). En dat Geert Lambert van SLP zich het meest naar de opponent wendde, konden we vermoeden. De man heeft ook een huizenhoge kiesdrempel te overschrijden en dus niks te verliezen.


Van Dirk Van Mechelen kregen we enkele weetjes. Zo was zijn vader slager en heeft Dirk twee autistische kinderen in de familie, weten we nu. Van Mechelen was, volgens Information Builders, in het debat dan ook de kampioen van de persoonlijke anekdotes. Maar ook dat merkten we al.


Meest opvallend waren misschien nog de cijfers die uittredend Minister-President Kris Peeters op zijn 'Groot Debat'-rapport kreeg. Peeters onderbrak, volgens de software, het meest zijn gesprekspartners, gesticuleerde het meest van allemaal en antwoorde van alle politici het minst op de vraag van de interviewer. Ook al (en daar moeten we eerlijk in zijn) kwam Peeters van alle politici veruit het meest in beeld, wat uiteraard een invloed had op het eindrapport van Information Builders.


Toch kreeg Peeters bij de nabespreking op Canvas de stempel van de 'meest gespannen' politicus van de avond. 'Krampachtiger dan normaal', zo klonk het. De manier waarop de man zijn tong moest wentelen om toch maar te zeggen dat verkoop van Fortis zowel een slecht als wel een goed idee was, gold hierbij als illustratie. Een mens zou voor minder gespannen en krampachtig raken.


 

Underdog zit op YouTube (2)

Wie een beetje zoekt, vindt ze vandaag wel: de partijen die YouTube echt centraal stellen in hun verkiezingscampagne. Zo komt SLP met een goed gemaakt filmpje van een dame in een therapeutische sessie, omdat ze altijd voor traditionele partijen ('een ongezonde gewoonte') heeft gestemd.




En PVDA+ voert een fake newsflash op, die doet uitschijnen dat iedereen in België getooid gaat met een rode clownneus, het centrale thema in hun campagne. 'Het lijkt erop dat de politiek er hier een echt circus van heeft gemaakt', lezen we. Met een knipoog naar de Mexicaanse griep.


Dat filmpje van PVDA is al zowat 50.000 keer bekeken, en zowat het populairste YouTube-verkiezingsfilmpje van het moment. Het zijn dus vooral de kleine partijen die er het origineelst uit de hoek komen. Ook al moet de echte campagne dus nog beginnen.


 

Underdog zit op YouTube (1)

Zal YouTube voor onze verkiezingen even belangrijk worden als voor de Amerikaanse? De videosite ging in de VS bepalend worden voor de campagne, vermits elke uitschuiver er genadeloos zou worden vereeuwigd. Zo'n vaart liep het niet, al dook er af en toe wel eens een filmpje op dat de mainstream media haalde. De ijdele democratische kandidaat John Edwards, die minutenlang zijn haar kamde op het deuntje 'I feel pretty', was daar een voorbeeld van.



Ook twee jaar geleden in ons land, bij de vorige stembusgang, was er altijd wel een internetfilmpje dat eruit sprong. Yves Leterme op de fiets of Didier Reynders in de karaokebar bijvoorbeeld. De meeste heibel was er nog rond Caroline Gennez met haar filmpje met op de achtergrond een beeldje dat verdacht veel op een hakenkruis leek. Later zou blijken dat het kunstwerk een eerbetoon was aan holocaustslachtoffers.




Vandaag komt het, net als de hele campagne overigens, eerder traag op gang op YouTube. Het nieuwe is er ook wat af. Ook al is er intussen genoeg Belgische politiek op de videosite. Doorgaans zijn het dan fragmenten uit televisiedebatten of campagnefilmpjes van individuele kandidaten. Af en toe zit daar wel iets tussen dat het grote publiek bereikt, zoals bijvoorbeeld Vlaams Belang-kandidate Marie-Rose Morel van op haar ziekenhuisbed.



De meeste traditionele partijen beschikken wel over een eigen kanaal op YouTube met tientallen filmpjes, vaak van toespraken op hun congressen. Maar echte publiekstrekkers zijn dat niet. Dan doen de gimmicks het beter, zoals voor CD&V dat bloopers uit hun campagnefilmpjes online zet. Of de 'LDD Song' waarin een groepje Aziaten de lof zingen over deze partij. Deze laatste doet een beetje denken aan de 'Obama-girl', een rondborstige schone die indertijd op YouTube haar liefde bezong voor de Barack Obama.





 

EU Tweets op één pagina

Eutweets Xavier Damman, een Belg met een passie voor democratie, webdesign en sociale media ging even kijken naar Tweetcongress in de Verenigde Staten en naar Tweetminster in het Verenigd Koninkrijk en zag dat het goed was....

Enkele weken later werd Europatweets geboren.



De site is een soort van verzamelplaats voor "tweets" van Europese politici en geeft een duidelijk overzicht van hun updates.

Je kan zoeken naar specifieke politici per land en per partij. Zelfs een automatische vertaling naar 21 talen is beschikbaar. 

Verder geeft de site ook nog een duidelijke grafiek over de meest actieve politieke groeperingen en kan je natuurlijk directe berichten sturen naar de politici of hun updates "re-tweeten".

Mocht je zelf een EU-politicus kennen, dan kan je hem of haar aan Europatweets toevoegen.

En natuurlijk kan je Europatweets en Xavier Damman volgen op Twitter.


 

Opzij, opzij, opzij

Terwijl bij ons de campagne stilaan op gang komt, heeft het Europees Parlement een andere bekommernis: mensen naar de stembus lokken. Europa wil kiezers oproepen met filmpjes op YouTube. Ze doen dat met humor zoals wielrenners die zich naar het stembureau haasten en met de slogan there's allways time to vote.






 

Tweet, tweet....

Twitter.... volgens sommigen de meest idiote uitvinding sinds jaren, volgens anderen een fantastisch communicatietool.

Het is in elk geval een mix tussen chat, een sociaal netwerk en een constante stroom van "updates" tussen personen. Twitter heeft ook al bewezen dat het zeer vlug nieuwe informatie kan verspreiden naar een heleboel mensen.

In de context van een politieke campagne is deze tool zeker de moeite waard om te integreren in het sociale media arsenaal.

Hier een overzicht van de Twitter activiteit van de partijen die gebruik maken van de tool. De grafiek geeft aan hoeveel "tweets" zij gepubliceerd hebben per maand. Ik gebruikte het handige Tweetstats om dit te illustreren.

De frequentie.

Open VLD met de Twitter handle @open_vld

 

Open VLD

 

SPA met de Twitter handle @sp_a

 

SPA

 

NVA met de Twitter handle @n_vabarricade

 

NVA

 

Groen met de Twitter handle @groen

 

Groen


Er is duidelijk een afname van de communicatie via Twitter naarmate de campagne nadert... Een beetje een contradictie maar ja, iedereen zal het waarschijnlijk druk hebben met "echt" campagne te voeren zeker...

De reikwijdte.

Verder nog en kleine analyse van de echte reikwijdte van de Twitter activiteit van deze partijen. De volledige resultaten en details kan u lezen door de link te volgen voor elke partij op Twinfluence, (http://twinfluence.com) een andere analytische tool.

Groen heeft 344 "volgelingen" (zij die de berichten van Groen via Twitter opvolgen) en 928,081 "2de graads volgelingen": (de vrienden van de vrienden). Alle details voor Groen kan je hier nalezen.

Open VLD heeft 201 "volgelingen" (zij die de berichten van Open VLD via Twitter opvolgen) en 716,380 "2de graads volgelingen": (de vrienden van de vrienden). Alle details voor Open VLD kan je hier nalezen

SPA heeft 111 "volgelingen" (zij die de berichten van SPA via Twitter opvolgen) en 35,793 "2de graads volgelingen": (de vrienden van de vrienden). Alle details voor SPA kan je hier nalezen.

NVA heeft 24 "volgelingen" (zij die de berichten van NVA via Twitter opvolgen) en 3,052 "2de graads volgelingen": (de vrienden van de vrienden). Alle details voor NVA kan je hier nalezen.


 

Facebook en politici

We staan voor de eerst verkiezingsronde in ons land waar een vriendensite als Facebook een rol van betekenis kan spelen. Twee jaar geleden bestond het sociale netwerk al, maar was het nog lang niet zo populair als vandaag. Bijna 1,5 miljoen Belgen gebruiken het, onder wie dus heel wat politici.


Wat Facebook betreft zijn er vandaag drie soorten politici:


1.) De ‘niet op Facebook’ politicus.


Nog altijd een kleine meerderheid. Deze politicus is niet zo sterk met computers of heeft er gewoon geen zin in. Voorbeelden hiervan zijn de onvermijdelijke Louis Tobback van wie wordt gezegd dat hij nog altijd zijn e-mails dicteert. Ook kopstukken als Caroline Gennez, Filip Dewinter, Bart De Wever en Jean-Marie Dedecker laten het netwerk links liggen.


Soms is dat gek. Patrick Janssen doet bijvoorbeeld ook niet mee, en zou als ex-reclamemaker nochtans wel de waarde ervan moeten kunnen inschatten. En van Roland Duchâtelet kan je, als ondernemer van enkele technologiebedrijven, ook bezwaarlijk beweren dat hij niet vertrouwd is met technologie.


2.) De ‘Facebook Light’ politicus.


Deze soort politicus is wel aanwezig op Facebook, maar niet fanatiek. Hij of zij heeft wel een pagina, of een soort van fanpage. Maar ook niet veel meer dan dat. Kopstukken als Kris Peeters, Guy Verhofstadt, Bart Staes en Jean-Luc Dehaene lijken hier een voorbeeld van. De pagina’s worden soms ook door het campagneteam opgevolgd en zijn een middel om potentieële kiezers te informeren, maar ook niet veel meer dan dat. Het is vooral aanwezigheidspolitiek.


3.) De ‘Facebook Full Option’ politicus.

 

Deze gaat ‘all the way’. Zit (bijna) dagelijks op het netwerk en houdt dan ook contact met militanten en andere ‘vrienden’. Hier gaat het om de echte interactiviteit.


Je vindt er veel minder bekende politici, die dan ook op minder media-aandacht kunnen rekenen, vallen hieronder. Voor hen iss het medium best wel interessant om kiezers te werven of om contact te houden met de achterban. Maar ook de (gewezen) ‘jonge honden’, zoals Annick De Ridder, Jurgen Verstrepen of Tinne Vanderstraeten. Maar ook de (ex-)ministers zoals Inge Vervotte en Kathleen Van Brempt. Ook Bart Somers is bijvoorbeeld erg actief op Facebook. De man verjaarde gisteren en kreeg tientallen verjaardagswensen op zijn pagina.


Interactiviteit met de kiezers heeft voor- en nadelen. Politici zijn meer benaderbaar, maar krijgen ook soms minder fijne reacties op hun virtuele wall. Toen Somers vorige week zijn beruchte fout moest toegeven waren er een aantal reacties van sympathisanten die echt teleurgesteld waren in hem en op zijn Facebook wall vriendelijk verzochten ontslag te nemen.


 

Wie van de drie: spa, sp-a of s-p-a?

Bij de sp.a mogen ze blij zijn dat de meeste surfers vandaag Google gebruiken om een website te vinden. Want de socialistische partij vindt u niet op spa.be (‘het natuurlijke mineraalwater uit het hartje van de Belgische Ardennen’) en gek genoeg ook niet op sp-a.be want die is geregistreerd door een domeinbemiddelaar. (lees: iemand die er munt uit wil slaan).


Caroline Gennez en co vinden we uiteindelijk op het minder voor de hand liggende s-p-a.be. Ook al moeten we toegeven dat, eens we op de site zijn terechtgekomen, de sp.a van zowat alle partijen de meeste interactiviteit inbouwt, met onder meer een rechtstreekse verbindingen met en aanwezigheid op netwerken als Facebook, Netlog, Twiter, YouTube, Flickr en LinkedIn.


Sp.a Rood, de zogenaamde linkervleugel van de partij, zit dan weer op sp-a-rood.be. Die site is dan weer veel minder interactief en dient om de zes kandidaten van sp.a rood, waaronder Erik De Bruyn, in de verf te zetten. En om middelen te ronselen, want deze beweging bestaat, zo lezen we, dankzij financiële bijdragen van sympathisanten. Bovenaan de site staat dan ook een rekeningnummer met een duidelijke slogan: ‘koken kost geld’.


 

Web 2.0 en de Obama campagne; "facts & figures".

Goed, het is nu wel algemeen bekend dat de verkiezingscampagne van President Obama veel te danken heeft aan de inzet van het web en de toepassing van sociale media zoals blogs, sociale netwerken en een heus online verkiezingsplatform.

Maar hoe zwaar was dan wel deze online inzet ?

Wat zijn de cijfers achter de hype ?

Hier even een paar kerncijfers op een rijtje uit het rapport "The Social Pulpit - Barack Obama’s Social Media Toolkit" van Edelman :

  • E-mail: een email lijst van meer dan 13 miljoen adressen die ongeveer 7,000 variaties kregen van 1 miljard (!) emails.
  • Donors:  3 miljoen"webdonors" die 6.5 miljoen keer een financiele bijdrage deden.
  • Sociale Netwerken:  5 miljoen "vrienden" op meer dan 15 sociale netwerken. 3 miljoen alleen al op Facebook.
  • Web site: 8.5 miljoen maandelijkse bezoekers op MyBarackObama.com (op piekdagen weliswaar).
  • Video: bijna 2,000 officiële YouTube videos die meer dan 80 miljoen keer werden bekeken.
  • Mobiele toepassingen:  3 miljoen mensen ingetekend op het SMS programma. Elk van hen kregen tussen 5 en 20 berichten per maand.


Indrukwekkend al die communicatiemacht...

Maar wat men dikwijls vergeet te vertellen is dat al deze online communicatie paste in een groter geheel van klassieke campagne tactieken zoals klassieke TV spots, offline manifestaties en een echte deur tot deuraanpak.

Hoe staat het dan hier in België, met onze eigen politiekers...?

Restricties op het campagne budget & en de afwezigheid van echte concrete ervaring maken het natuurlijk onmogelijk om nog zelfs maar Obama te imiteren maar toch...

Buiten de "social media enabled" websites van de partijen zien we toch dat het gebruik van bijvoorbeeld minder gekende media zoals Twitter zijn intrede vindt.

Twitter is natuurlijk een echte uitdaging hé... Het medium is bijna het summum van directe & publieke tweerichtingscommunicatie binnen een sociaal netwerk van zeer genetwerkte individuen.

Benieuwd hoe onze politiekers zich hier in gaan begeven...

Tip: denk transparantie, openheid, echtheid... Good luck !


 

Zoeken op deze blog





Vlaamse blogs