Helikoptervlucht boven het rampgebied

Nu de ergste storm wellicht achter de rug ligt, vormt het stilaan tijd om met de helikopter over het rampgebied te vliegen en de schade op te meten. Krijgen we nog een zware naschok in de reële economie?

De vele reddingsplannen en -maatregelen zouden er voor moeten zorgen dat er geen grote Europese bankinstelling over de kop gaat. Dus spaarders zijn hun geld niet kwijt en op die manier zal er geen groot welvaartsverlies zijn. Het vertrouwen moet hierdoor langzaam terugkeren. Ook aandeelhouders van banken moeten met verloop van tijd de waarde van hun onderlinge activa zien opveren.

Sommige analisten vrezen vooral voor de naschok in de vorm van een 'credit crunch', banken of obligatie-investeerders die weigeren krediet toe te kennen. Bedrijven krijgen daardoor hun investeringen niet meer gefinancierd, of erger nog, kunnen hun kredieten niet meer hernieuwen en gaan failliet. Hoewel bedrijven en gezinnen zeker last zullen krijgen van moeilijker kredietverlening, zal het toch niet tot een golf van faillissementen leiden. Vooreerst hebben bedrijven in Europa vrij weinig krediet op de balans staan. Sinds het uiteenspatten van de dotcomcrisis zijn Europese niet-bancaire bedrijven zeer voorzichtig geweest in het aangaan van schulden. In de grootste economie van Europa, Duitsland, bedragen de uitstaande bedrijfskredieten slechts 30% van het bbp, wat voor een mature economie weinig is. België volgt Duitsland als een van de economieën met de laagste schuldgraad bij niet-bacaire bedrijven.

Een ander argument is dat overheden zeer diep in de buidel getast hebben om de banken te redden. Diezelfde overheden zullen nu niet lijdzaam toezien hoe dezelfde banken de economie om zeep helpen door niet meer aan bedrijven te lenen. Als de banken niet uit eigen beweging opnieuw krediet gaan verstrekken, zullen ze op een of andere manier door de overheid (die nu vaak aandeelhouder is) gedwongen worden om kredieten toe te kennen. Of gaan de overheden, nu ze de smaak van het nationaliseren te pakken hebben, ook belangen kopen in niet-bancaire ondernemingen, zoals grote nutsbedrijven.

Een andere mogelijke naschok is de consument die zwaar geschokt is en de knip op de beugel houdt. Normaal zal een deel van zijn angst wegebben naarmate hij vaststelt dat zijn bank niet failliet is gegaan en hij dus zijn spaargeld niet kwijt is. De aandelen- en obligatieportefeuille, die waarderingen hebben die rekening houden met zeer donkere scenario's, zullen eveneens geleidelijk herstellen. Daarnaast zijn de olie- en voedselprijzen sinds juli stevig gezakt, wat gezinnen wat meer budgettaire ruimte moet schenken. Bovendien kan de vergrijzing een aantal West-Europese economieën in de kaart spelen. Landen als Nederland, België en Duitsland hebben de voorbije maanden nog record-lage werkloosheidscijfers genoteerd. Werkloosheid volgt de neerwaartse economie altijd met vertraging, maar deze keer duurt het wel echt lang vooraleer we een significante verslechtering in de werkloosheidscijfers zien. Die verslechtering zal er ongetwijfeld nog komen, maar zal door de demografie en de herstructurering van begin jaren 2000, afgevlakt worden.

Een derde risico is het gevaar van een globale groeivertraging. Het is duidelijk dat de Angelsaksische landen, met hun op schuld-gedreven groei,het meest getroffen zijn. De VS zal het als grootste afnemer van consumptieproducten in de wereld, een tijd laten afweten. Daar tegenover staat dat belangrijke groeilanden als China en Brazilë tot nu toe vrij ongehavend uit de crisis komen. Zij kunnen ervoor zorgen dat we niet naar een wereldwijde recessie gaan.

Deze bancaire crisis zal zeker gevolgen hebben op de reële economie, maar een doemscenario waarbij de jaren '30 herhaald worden, zijn volgens ons sterk overdreven. Zeker niet-Angelsaksische landen zouden zich vrij snel kunnen herstellen.

Stijn Decock, Macro-econoom, Petercam


 



Beursblogs