Minimaal risico op obligatiecrash

De aandelenkoersen blijven hoge toppen scheren, terwijl de langetermijnrente zeer laag blijft. Staan de obligatiemarkten aan de vooravond van een crash of zijn de aandelenmarkten te optimistisch ?

Stijgende beurskoersen

De beurzen zijn in de ban van de bedrijfsresultaten van het derde kwartaal. Op 7 oktober gaf het Amerikaanse aluminiumbedrijf Alcoa de aftrap. Voor de beleggers geldt het bedrijf als barometer, omdat aluminium gebruikt wordt in alle gelederen van de industrie en Alcoa een wereldspeler is. De helft van de omzet wordt immers buiten de VS gerealiseerd. In het derde kwartaal kon Alcoa voor het eerst in een jaar met winst uitpakken, en dit terwijl de analisten nog uitgingen van een verlies.

 

De resultaten van General Electric, één van ’s werelds grootste industriële conglomeraten, ontgoochelden echter. De omzet daalde met 20% en General Electric waarschuwde voor een zeer gradueel herstel.

 

Bij Intel en ASML vielen er wel positieve verrassingen op te tekenen. Beide bedrijven zijn een goede barometer voor de technologiesector. Intel produceert chips voor pc's en het Nederlandse ASML is een fabrikant van machines voor de chipindustrie. Belangrijk is dat de bestellingen bij ASML boven de verwachtingen uitkwamen. De resultaten van Google konden de beleggers eveneens bekoren. IBM daarentegen kon de verwachtingen niet inlossen.

 

Gemengde signalen uit de Amerikaanse financiële sector : JP Morgan Chase en Goldman verpulverden de verwachtingen van de analisten, maar het leeuwendeel van de winst is wel afkomstig uit tradingactiviteiten. Het is dan ook de vraag hoe duurzaam deze winsten zijn. Citigroup klopte eveneens de verwachtingen, maar pijnpunt is toch de 8 miljard dollar aan voorzieningen voor kredietverliezen die aangelegd zijn.

 

Bank of America, de grootste consumentenbank in de VS, ontgoochelde met een verlies van 1 miljard dollar in het derde kwartaal. Het verlies is onder andere te wijten aan de stijging van de voorzieningen voor kredietverliezen.

 

We moeten ons behoeden voor euforie. Het lijkt erop dat de beurzen een te sterk voorschot op het economische herstel hebben genomen. Ze lijken te vergeten dat we voor een moeilijke periode met structureel lagere groei staan. Bovendien moeten de enorme begrotingstekorten ooit afgebouwd worden.

Stijgende obligatiekoersen

De rente blijft laag en het lijkt er dus op dat de obligatiemarkten wel rekening houden met een langere periode van lage groei. Of zullen de oplopende overheidsschulden toch leiden tot hogere rentevoeten ? De crisis heeft de overheid immers gedwongen uitzonderlijke maatregelen te nemen. We gingen ons licht opsteken bij Koen Van De Maele, hoofd obligatiebeheer bij Dexia Asset Management.

Massale uitgifte van geld door de centrale bankiers, rentevoeten tegen het nulpunt, omvangrijke aankopen van ‘toxische’ obligaties, hoog oplopende begrotingstekorten … Zal de inflatie opnieuw de kop opsteken ?

De centrale banken hebben inderdaad massaal geld gecreëerd. De Amerikaanse Centrale Bank (Fed) heeft op één jaar tijd voor ongeveer 1 162 miljard dollar liquiditeiten gecreëerd via haar programma om obligaties op te kopen en haar kredietprogramma's aan de banken. Dat komt overeen met 9% van het Amerikaanse bruto binnenlands product (bbp). Deze omvangrijke geldinjectie heeft ertoe bijgedragen dat de voorheen opgedroogde geldmarkten weer herstelden, waardoor de kredietverlening opnieuw op gang kwam. Vandaag de dag wijst alles erop dat de centrale bankiers gelijk hadden en de tragische fouten uit de jaren dertig werden vermeden.

Wat zijn de gevolgen van een dergelijke geldcreatie ?

Het grootste gedeelte van alle gecreëerde liquiditeiten wordt vandaag niet geabsorbeerd. Dit wil zeggen dat de banken het geld onder de vorm van deposito's opnieuw opzijzetten bij de centrale banken. Wanneer de economische activiteit herneemt, zouden banken hun overtollige reserves kunnen gebruiken om hun klanten nieuwe leningen aan te bieden. In dit geval worden de reserves in de economie vermenigvuldigd en dat kan een gevaarlijke inflatiespiraal op gang brengen.

Wat moet er dan gebeuren om deze transmissie te vermijden ?

Sinds 2008 gebruikt de Fed een nieuwe waaier aan monetaire instrumenten, waaronder het betalen van rente op deposito's. Hierdoor beschikt men over een nieuw wapen om banken aan te zetten of juist te ontmoedigen deze reserves te gebruiken. Door de rente te verhogen, kan men het risico op een te snelle transmissie in de reële economie verminderen. Door dit nieuwe instrument te introduceren, bewijst de Fed dat hij sinds 2008 met de exitstrategie begaan is. We mogen de centrale bankiers immers niet onderschatten! Fouten zijn mogelijk, maar tot op heden hebben ze het ergste kunnen vermijden en enkel hun geloofwaardigheid verhoogd.

Waarom laten overheden hun tekorten oplopen ?

Regeringen over de hele wereld hebben geprobeerd op een gecoördineerde manier het hoofd te bieden aan de crisis. Ondanks hun specifieke kenmerken hebben de meeste landen gelijkaardige herstelplannen uitgewerkt : ofwel via consumptie, ofwel via investeringen. Deze programma's hebben toegelaten een deel van de economische krimp te compenseren. Tegelijkertijd hebben de regeringen het banksysteem gered, ofwel via kapitaalinjecties, ofwel via leningen. De prijs van dit alles is een hogere overheidsschuld.

Wat zijn de gevolgen van deze schuldopbouw voor de rentevoeten ?

Er bestaat geen eenduidige relatie tussen de overheidsschuld en de rente. Het is nochtans duidelijk dat de regeringen voor recordbedragen obligaties zullen moeten uitgeven, waarvoor kopers gevonden moeten worden. Er zal dus voldoende vraag moeten zijn om deze gigantische bedragen op te nemen.

Is er nog vraag naar overheidsobligaties ?

Zeer zeker. Vooreerst hebben centrale banken aangetoond dat ze in staat zijn om massaal overheidsobligaties aan te kopen. De aankondiging van dit nieuws in maart volstond om de rente in de VS te laten dalen met 0,5% ! Verder wordt de Amerikaanse schuld voor bijna een derde aangehouden door buitenlandse investeerders, voornamelijk China. De enorme groei van de opkomende landen laat de financiering van de tekorten van de landen die minder snel groeien, toe. Tenslotte mag men ook het spaargedrag van de gezinnen niet vergeten ! Door de crisis sparen de gezinnen meer, en dus kopen ze ook meer staatsobligaties. Een rente van net boven de 3% blijft immers aantrekkelijk wanneer de inflatie negatief is.

Zullen de overheidstekorten blijven ?

De terugkeer naar een begrotingsevenwicht zal niet voor de nabije toekomst zijn. Maar er moet wel een realistisch begrotingsplan uitgestippeld worden door de betrokken overheden. Teneinde de nieuwe vraag naar overheidsobligaties te behouden, mag de geloofwaardigheid van de overheid niet ter discussie staan. Een geplande vermindering van de overheidsschulden over een periode van bv. vijf jaar kan er dus voor zorgen dat de vraag verzekerd wordt. Overheidstekorten mogen evenwel niet eeuwigdurend zijn.

Hoe groot is het risico op een forse rentestijging ?

Er is weinig risico. We menen dat centrale bankiers de overtollige reserves zullen kunnen bespelen, en dat de regeringen het nodige zullen doen om hun schuldeisers gerust te stellen. Wanneer deze twee risico's vermeden worden, lijkt het ons onwaarschijnlijk dat de rente sterk zal stijgen. De groei zal waarschijnlijk niet voldoende zijn om de werkloosheid te verlagen. Met een werkloosheid van ongeveer 10% in de VS kan men bezwaarlijk spreken van een sterke economische herleving. Ook de inflatie blijft zeer laag. De zwakke economische herleving, gecombineerd met een politiek van lage rentevoeten, zorgt voor een ondersteuning van overheidsobligaties.

 

Dreigt er gevaar wanneer de olieprijzen zouden stijgen ?

Dat is het belangrijkste risico voor de inflatie: een stijging van de grondstofprijzen vanwege de te hoge liquiditeiten in de markt. In eerste instantie zal de totale inflatie stijgen, waarna dit kan leiden tot hogere renteniveaus. Daarna zal deze toename van de grondstofprijzen echter leiden tot een vertraging van de groei of zelfs een nieuwe inkrimping. Dit zal dan uiteindelijk een sterke stijging van de overheidsobligaties, en dus opnieuw een daling van de rente, teweegbrengen.

 

Dexia Asset Management

 


 

De USD : in God we trust...

Wat is de richting van de USD tegenover de EUR is wellicht een van de meestgestelde vragen van 2009. Beleggers lijken zich voor het eerst sinds lang opnieuw structurele zorgen te maken over de richting van de „Greenback“.  Een duidelijk terugtrekken van activa uit het buitenland op het hoogtepunt van de kredietcrisis heeft plaatsgemaakt voor de „moeder van alle carry-trades“ zoals Nouriel Roubini het onlangs noemde.

Wat is een Carry-Trade? Een Carry-Trade is een van de oudste mogelijkheden om gebruik te maken van interestverschillen. Daarbij wordt ontleend aan een goedkope interestvoet en geplaatst in een duurdere interestvoet. Het verschil tussen de ontvangen interest en de te betalen interest strijkt de belegger als premie op. In de laatste 20 jaar was de Yen de Carry-Trade munt bij uitstek. De uiterst lage interestvoeten lagen hiervan aan de oorsprong. Dit heeft er ten dele toe geleid dat Japanse beleggingen sinds 1990 relatief veel slechter rendeerden dan de meeste vergelijkbare investeringen.

Het tempo en de omvang waarmee Amerikaanse privé-beleggers in de voorbije maanden een USD carry-trade opbouwden is alarmerend. Ze kunnen in de komende jaren een duidelijke rol gaan spelen voor de ontwikkeling van beleggingen.  Sinds Maart 2009 werden er naar schatting voor netto 700 miljard USD aan nieuwe carry-trades opgebouwd. Dit is opnieuw vergelijkbaar met het pre-kredietcrisis niveau, ware het niet dat het toen 5 jaar duurde om op hetzelfde niveau te komen.

Deze beweging is niet enkel te wijten aan een verhoogde risico-appetijt van de amerikaanse beleggers, maar zit dieper geworteld in een fundamenteel wantrouwen tegenover hun eigen munt.

Wat is de impact voor u als belegger?

Samengevat betekent een zwakkere USD een beter rendement in reële activa en activa die gefinancierd worden buiten de USD-zone. Gezien de USD momenteel (!) nog steeds de wereldhandelsmunt bij uitstek is, behouden reële activa zoals grondstoffen bijvoorbeeld hun interne waarde.

Beleggingen die profiteren van een dalende USD

Geografisch: lokale verkoopsmarkt : Groeilanden, Azië inclusief Japan en kleine ondernemingen (small caps).

Sectoren die profiteren : Energie, Financiële waarden, Industriële waarden en grondstoffen.

Obligaties : High Yield (VS en Europa)

Alternatieve investeringen :

  • Vastgoed in de VS (onder de vorm van zogenaamde REIT’s)
Hedge fonds strategieën die profiteren : Market directional, Converteerbare arbitrage, Relatieve waarde arbitrage, Aandelen Hedge
  • Grondstoffen : Olie, Zilver en Goud
  •  Beleggingen die profiteren van een stijgende USD

    Geografisch : Regionale verkopers in de VS, Zwitserland en grote ondernemingen

    Sectoren : Alle lokaal (vanuit het standpunt van de VS) gebruikte goederen en diensten.

    Gezondheidszorg, Consumentengoederen en telecom.

    Obligaties : Kwaliteits ondernemings- en overheidsobligaties (VS en Europa).

    Alternatieve investeringen :

    • Hedge fonds strategieën die profiteren : Aandelen markt neutraal, Absolute return en macro strategieën.
    Grondstoffen : Geen.

  • Het is van uitermate groot belang dat u bij het beleggen in USD-gevoelige investeringen die profiteren van een USD daling, de USD afdekt tegenover uw referentiemunt. Zoniet is de netto-opbrengst ervan verwaarloosbaar. Een investering in het goud bij een dalende USD koers zal een euro belegger maar weinig plezier / rendement opleveren.

    Het antwoord waar de USD nu waar naar toe gaat tegen wanneer dienen wij u schuldig te blijven. Deze munt blijft gekoppeld aan een aantal heel onvoorspelbare externe factoren. Wel is het duidelijk dat de munt onder druk staat omwille van de schuldexplosie die de Amerikaanse overheid aangaat ter stimulering van de economie. Dit is uiteraard een relatief gegeven en moet bekeken worden tegen de munt waar men mee vergelijkt. Ook Europa is momenteel de economie en banken aan het herstructureren en hier draaien de geldprinters tevens op volle  toeren.

    Op korte termijn echter kan de AAA-kredietwaardigheid van de VS in gedrang komen indien de begroting niet tijdig onder controle gehouden wordt. Dit zou de spreekwoordelijke druppel kunnen zijn die nog meer centrale banken ervan overtuigd een stuk van de reserves in andere alternatieven te beleggen. De alternatieven? In de eerste plaats de EUR. In de tweede plaats het goud. Met alle gevolgen vandien voor de export industrie en deflatie in Europa…

    Het goud is dus wellicht de beste indicator voor de toekomstige richting van de USD. Dit met argusogen volgen als de kanarie in de koolmijn is vermoedelijk de meest voorzichtige strategie, gekoppeld aan het tijdig omdraaien van de bovenvermeldde sectoren en beleggingscategorieën.

     Bruno Verstraete

    CEO Nautilus Capital AG

    6.11.2009

     


     

    Betere verkoopgroei geeft aandelen vleugels

    De derdekwartaalresultaten van de bedrijven lopen volop binnen. Ze zijn globaal genomen ondersteunend voor aandelen. Tot op heden heeft de verkoop van iets meer dan 70% van de ‘S&P 500’-bedrijven de verwachtingen overtroffen en 85% kwam met beter dan verwachte winsten per aandeel. Dat is beter dan vorig kwartaal toen de meevallende WpA-cijfers vooral aan kostenbesparingen te danken waren. Dit kwartaal speelden kostenbesparingen een minder grote rol. 

    Beleggers liepen al op de betere verwachtingen vooruit wat de aandelenrally tot dusver mede in de hand heeft gewerkt. Wij verwachten nog meer stijgingen, aangemoedigd door de winstcijfers die dit kwartaal in positieve zin verrassen. We bleven overwogen voor aandelen, nog altijd met een voorkeur voor opkomende markten. De recente forse daling van de dollar tegenover de euro zou Europa vroeg of laat parten kunnen spelen, maar in dat geval zullen de beleidsmakers wellicht van zich laten horen. Dat zou kunnen voorkomen dat de euro blijft stijgen. 

    We namen winst op onze langdurige overweging in investment-grade bedrijfsobligaties om het risico van onze globale portefeuille te reduceren. De spreads van deze obligaties zijn verkrapt, maar het wanbetalingsrisico blijft hoog. Dat betekent nog niet dat we negatief staan tegenover deze beleggingsklasse. Volgens ons is de carry hoog genoeg om een overweging te rechtvaardigen. We belegden de opbrengst in staatsobligaties die nu minder onderwogen zijn. 

    De macro-economische cijfers bleven onduidelijk over de toekomst van de Amerikaanse economie. De verwerkende industrie toont een redelijk herstel, maar het blijft de vraag of de consumenten mee op de kar zullen springen. Wat de regionale graadmeters betreft, daalde de Philly Fed index in oktober iets meer dan verwacht. Wel bleef hij op productiegroei wijzen. De Empire manufacturing index van het producentenvertrouwen in de regio van New York steeg naar zijn hoogste niveau sinds vijf jaar. De vooruitzichten voor de sector zijn positief, vooral omdat we nog maar aan het begin van de cyclus van voorraadheropbouw staan. Dit is een goed voorteken voor de bbp-groei in de volgende kwartalen.

    De Amerikaanse huizenbouw is in het derde kwartaal gestabiliseerd. Dat zou de bbp-groei nu een impuls moeten geven nadat residentiële beleggingen 1,3% afhaalden van de groei in het eerste kwartaal en 0,7% in het tweede kwartaal. Of die forse groei kan standhouden, is onduidelijk. Het consumentenvertrouwen is in oktober onverwacht afgenomen. De stijgende werkloosheid, de zwakke loongroei evenals de toenemende gedwongen verkopen en wanbetalingen wegen op het gemoed. Hierdoor is de consument amper in staat om het herstel een duwtje te geven.

    De cijfers uit de VS en de eurozone bevestigden onze visie dat inflatie vooralsnog wellicht uit zal blijven. De basiseffecten (de kelderende olieprijzen van vorig jaar die wegvallen uit de voortschrijdende jaarlijkse groeicijfers) zouden de inflatie binnenkort fors hoger moeten duwen. Dat kan de inflatievrees aanwakkeren. Echter, op basis van de kerninflatie die een dalende trend vertoont, menen wij dat die vrees wellicht overdreven is.. De dalende producentenprijzen, de hoge werkloosheid en de lage capaciteitsbenutting geven aan dat de inflatie laag zal blijven. Dit moet de Federal Reserve en de ECB toelaten om te wachten met renteverhogingen tot er meer duidelijkheid komt over het effect op de economie van een geleidelijke uitstap uit de ongebruikelijke stimuleringsmaatregelen van de vorige kwartalen.

    De centrale banken van Israël en Australië hebben hun rente al een eerste keer verhoogd en andere ontwikkelde landen zouden dit voorbeeld snel kunnen volgen, maar de beleidsrente in Hongarije en Turkije is met 50 bp verlaagd tot resp. 6,75% en 7%. Dankzij de dalende inflatie konden de opkomende markten hun monetair beleid versoepelen en de verbeterende fundamentele factoren hebben het minder noodzakelijk gemaakt om hun valuta’s te verdedigen met hoge tarieven. 

    Joost van Leenders

    Investment specialist asset allocation, Fortis Investments 


     

    Groene beleggingen ?

    Bernard Bemelmans klein
    In een voormalig artikel hadden we het over
    de grote milieu-uitdagingen van het begin van de 21ste eeuw, namelijk water- en afvalbeheer, en de ontwikkeling van alternatieve en duurzame energiebronnen. Op 5 juni vestigde de wereldwijde uitzending van de film “Home” van Yann Arthus-Bertrand onze aandacht op het broze karakter van het ecologische evenwicht op onze aarde. Ook beleggers hebben steeds meer interesse in het groene energie thema.

    Een dubbele uitdaging

    Het huidige succes van de o.a. ecokredieten bij de gezinnen toont de groeiende belangstelling voor groene energie aan. We staan dan ook voor enorme uitdagingen:

    • De eerste uitdaging is natuurlijk het “groene aspect”. Er wordt gestreefd naar een verminderde uitstoot van broeikasgassen, vooral koolstofdioxide (CO2).
    • De tweede uitdaging is van economische aard. Terwijl een gezin zijn energiefactuur naar beneden wil zien gaan, proberen de regeringen hun energieafhankelijkheid terug te dringen. Zo beschikt Europa niet over grote voorraden fossiele brandstoffen zoals gas of olie, en is het dus verplicht die in te voeren. Europa wil dan ook – bij voorkeur op een duurzame manier – zijn eigen energieproductie verhogen, zodat het niet langer gegijzeld kan worden door crisissen bij de producenten. Daarvan zijn de spanningen in het Midden-Oosten of de gespannen betrekkingen tussen Rusland en Oekraïne een goed voorbeeld.

    Een groene energiemix

    Er bestaan tal van groene energiesoorten. Terwijl bepaalde vormen van technologie (zoals waterstofcellen) nog in de kinderschoenen staan, werden andere al uitgebreid getest en worden ze steeds verder verfijnd. Bij die laatste vermelden we in de eerste plaats:

    • windenergie: momenteel is ons landschap nog niet bezaaid met windmolens. Het eerste Belgische “off-shore” windmolenpark, dat onlangs in gebruik werd genomen voor de kust van Zeebrugge, heeft een vermogen van 5 MW (Megawatt) – voldoende voor de elektriciteitsbehoefte van meer dan 650 gezinnen (verwarming niet inbegrepen);
    • zonne-energie: die vorm van energie is het best vertegenwoordigd. Een oppervlakte gelijk aan 0,58% van die van de Europese Unie zou volstaan voor het verbruik van de EU. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat het gebruik van zonne-energie de voorbije jaren is toegenomen met meer dan 30% op jaarbasis.

     

    Groene energie is dus volop aanwezig en zou ruimschoots volstaan om te voldoen aan de wereldwijde energievraag, die geraamd wordt op 14 TW (Terawattuur), oftewel 14 000 000 000 KW. Alleen al de totale zonne-energie die door de atmosfeer, de oceanen en het aardoppervlak wordt opgenomen, wordt op 122 000 TW geschat! Momenteel bevinden de energiebronnen zich echter niet altijd op de plaats waar ze gebruikt worden. Bovendien is het moeilijk ze om te zetten, te vervoeren en op te slaan.

     

    Een voorbeeld: één van de meest zonrijke gebieden van onze planeet is de Sahara. Uit die vaststelling ontstond het project Desertec. Als de politieke en technische hindernissen overwonnen kunnen worden, zal dit project – met een gigantisch budget van 400 miljard euro – 15% van de energiebehoeften van Europa kunnen dekken!

     

    Potentieel ?

    Terwijl de link tussen de prestaties van de “traditionele” energiesector – met vooral de grote oliemaatschappijen – en de evolutie van de olieprijs (Brent) vanzelfsprekend is, lijkt die band minder voor de hand liggend voor de sector van de groene energie. En toch kunnen we, zoals blijkt op onderstaande grafiek, vaststellen dat die correlatie wel degelijk bestaat. Olie zal immers een stimulerende economische rol spelen. Hoe duurder de olie, hoe meer de verbruikers geneigd zullen zijn om naar alternatieven te zoeken.

     

    Grafiek : Evolutie Brent, internationale aandelenindexen, energiesector en groene energievormen

     

    Grafiek 1_29960_image001

     

    Het potentieel van de sector is immens en evenredig met de doelstellingen en behoeften aan groene energie. De VS willen 150 miljard dollar investeren in de sector en Europa mikt op een aandeel van 20% voor groene energie tegen 2020.

     

    Toch is de horizon nog niet helemaal opgeklaard. De sector hangt immers nog in sterke mate af van toelagen van de overheid, die nu veeleer geneigd is de broeksriem aan te halen. Bovendien torst die overheid vaak een zware schuldenlast en krijgt ze momenteel moeilijk toegang tot de kapitaalmarkten. In deze sector is het van essentieel belang om in de voorhoede van de technologische vooruitgang te staan, wat grote investeringen in Onderzoek & Ontwikkeling vergt.

     

    Besluit

    Hoewel de sector van de groene energie op halflange en lange termijn een groot potentieel inhoudt, gaat het eveneens om een nog jonge sector die in volle ontwikkeling is. De ondernemingen zijn kwetsbaarder en gevoeliger voor het “economisch klimaat”, wat leidt tot een grotere volatiliteit. Beleggen in deze sector moet dan ook passen in een langetermijnvisie met een voorkeur voor diversificatie.

     

    Bernard Bemelmans – Investment Strategy – Dexia Bank

     

     


     

    Rusland : eerste crisis in tien jaar

    Els Vanderstraeten_mini  In deze editie bespreken we Rusland, dat alsmaar meer moeite heeft om het niveau van de andere BRIC-landen te handhaven. Rusland werd immers het zwaarst getroffen door de economische crisis, aangezien haar economie te afhankelijk is van de energiesector. Bovendien ziet Rusland haar bevolking snel verouderen en zelfs afnemen, terwijl Brazilië, India en China een relatief jonge en groeiende bevolking hebben.

    Olie : motor en achillespees

    De Russische economie heeft nochtans een bloeiende periode gekend. Tussen 2000 en 2007 bezorgden de stijgende olieprijzen het land een jaarlijkse groei van 7%. Rusland is dan ook ‘s werelds tweede grootste gas- en olieleverancier. Het aanzienlijke belang van olie en gas in het exportvolume maakt de economie extra kwetsbaar voor een terugval van de wereldwijde vraag naar olie. Op de grafiek ziet u dat bijna 2/3 van het totale exportvolume (in dollar) in 2008 bestond uit olie, gas of gerelateerde producten. Om de economie meer weerbaar te maken, is diversificatie van de exportsector naar halffabricaten en afgewerkte goederen noodzakelijk.

     

    Bijzonder hard getroffen door de crisis

    De internationale crisis, gecombineerd met de val van de olieprijzen, gaf aanleiding tot een forse economische recessie. In het eerste semester kromp de Russische economie met iets meer dan 10%.

    Rusland werd zwaar getroffen door de kredietcrisis. Buitenlandse investeerders keerden het land de rug toe, waardoor de koers van de roebel fors daalde. Spaarders begonnen hun spaartegoeden om te zetten in harde dollars en massale wisselkoersinterventies waren nodig om de roebel te ondersteunen. Uiteindelijk koos de centrale bank voor een geleidelijke devaluatie van de munt.

    Ook de banksector bleef niet gespaard. Massale kapitaalinjecties door de centrale bank waren noodzakelijk om de

    sector overeind te houden. Daarnaast ontleenden Russische staats- en privébedrijven, en ook particulieren vaak in vreemde deviezen. Er bestaat dus een dubbel risico: enerzijds wordt de herfinanciering van buitenlandse leningen die op vervaldag komen, bijzonder moeilijk. Anderzijds loopt het percentage aan slechte kredieten op, waardoor de sector niet geneigd is nieuwe kredieten te verstrekken. Pessimistische schattingen zien de slechte leningen oplopen tot 20 en zelfs 40%. De Russische Centrale Bank houdt het op 12%.

    De kredietverlening aan de gezinnen is dan ook bijna volledig stilgevallen. Voeg daarbij de zwakke roebel, de gedaalde lonen en de oplopende werkloosheid en het is geen wonder dat de Russen de vinger op de knip houden. Zo is de autoverkoop in elkaar gestuikt. De “Association of European Businesses” verwacht dat er in 2009 slechts 1,4 miljoen wagens verkocht zullen worden tegenover 3,2 miljoen in 2008. Opmerkelijk is wel dat Porsche in Rusland meer wagens verkocht dan een jaar geleden.

    In een poging om de crisis te bestrijden, heeft de regering een pak geld gebudgetteerd ter stimulering van de economie. Over de effectiviteit van het pakket bestaan echter veel twijfels. Naast sociale programma’s en belastingverlagingen vloeit veel geld immers naar de staatsbedrijven en de herkapitalisatie van de banken. Het begrotingsoverschot smolt als sneeuw voor de zon en de overheid stevent af op een tekort van 7,4% in 2009 en 7,5% in 2010 (tegenover een overschot van gemiddeld 4,4% in de periode tussen 2001 en 2008).

    Beurs

    De olieprijzen dicteren de Russische beurs. De lokale beursindex RTS bevat 66% energiewaarden en 15% grondstoffen. In 2008 werd een verlies van 75% opgetekend. De recente stijging van de olieprijzen heeft de Russische beurs logischerwijze geen windeieren gelegd. In 2009 behoort ze dan ook tot de uitblinkers met een herstel van 125% (uitgedrukt in USD, tussen 1 januari en 12 oktober 2009).

    Besluit

    Het economische herstel in Rusland zal ook de komende jaren grotendeels afhankelijk blijven van het prijsverloop van olie en gas. Voor 2010 zou de groei opnieuw licht positief zijn, maar niettemin zeer bescheiden voor een groeiland uit het BRIC-rijtje.

     

    Els Vander Straeten – Investment Strategy – Dexia Bank

     


     

    De Noorse kroon, ster van het noorden

    Alex klein 1  De economische crisis ging gepaard met een grotere risicoaversie en een voorkeur voor vluchtwaarden, zoals de dollar en de Zwitserse frank. De Noorse kroon (NOK) heeft daar de tol voor betaald. Nu de rust op de markten lijkt weer te keren, is de NOK - terecht - opnieuw erg in trek bij de beleggers. Wat heeft hij nog te bieden? Antwoord hieronder.

    Gestrand in het oog van de storm

    De financiële crisis en de toegenomen risicoaversie hebben de NOK parten gespeeld. De vlucht naar defensievere en liquidere munten (USD, CHF enz.) en de renteverlagingen van de Norges Bank (de Noorse Centrale Bank) hebben bijgedragen aan de verzwakking van de NOK. Tussen eind augustus 2008 en eind december 2008 verloor hij meer dan 20% tegenover de euro.

     

    Sinds januari 2009 stuurt de Noorse economie echter steeds meer hoopgevende signalen uit. Ook de NOK doet het weer beter. Sinds haar bodempeil van 26 december 2008 is de munt met ongeveer 15% gestegen en verscheidene elementen wijzen erop dat haar stijgingspotentieel nog niet is uitgeput.

    Kroniek van een terugkeer in schoonheid

    De NOK beschikt over voldoende troeven om uit het dal te kruipen. Eerst en vooral staan de overheidsfinanciën er uitstekend voor: de lopende rekening is ruim positief en de begroting zal waarschijnlijk een overschot blijven vertonen, zelfs in 2009. Ook de handelsbalans vertoont een aanzienlijk overschot, wat een opsteker vormt voor de munt.

    De tweede troef hangt samen met de economische opleving in Noorwegen, die zich steeds duidelijker begint af te tekenen. In 2009 zou het bruto binnenlands product met amper 1,5% krimpen, wat veel minder is dan in de eurozone. Te oordelen naar de nationale rekeningen zal de binnenlandse vraag relatief solide blijven. Bovendien beschikt Noorwegen als vijfde grootste olie-exporteur ter wereld over een financiële buffer, waarmee het zijn herstelmaatregelen kan financieren. Daarnaast zorgt die buffer er ook voor dat het land beter bestand is tegen de crisis.

    Daarbij komt nog dat de inflatie (2,30% in augustus) ver boven het Europese gemiddelde ligt, maar nog altijd heel dicht bij de 2,50% die de centrale bank als doelstelling op middellange termijn hanteert. De combinatie van die factoren geeft de Norges Bank dus meer speelruimte om een eerste verhoging van haar kortetermijnrente (nu 1,25%) door te voeren. Volgens het jongste rapport zou de rente sneller verhoogd kunnen worden dan verwacht. Dat zou tot een stijging van de NOK kunnen leiden.

    Bovendien hangt de koers van de NOK nauw samen met die van de grondstoffen, vooral van olie en aardgas. Een bevestiging van het herstel van de groei kan de prijzen van de basisgrondstoffen doen stijgen, en dus extra steun geven aan de NOK. In die algemene context zal de NOK waarschijnlijk verder stijgen in de komende kwartalen.

    Beleggen in Noorse obligaties

    Wat vastrentende beleggingen betreft, biedt een Noorse obligatie op vier jaar een vrij aantrekkelijk extra jaarrendement (ongeveer 1,60%) in vergelijking met een obligatie in euro. De grafiek hieronder illustreert uitstekend het toegenomen renteverschil. Hoe groter het renteverschil op de rechterschaal, hoe beter u beschermd bent tegen een mogelijke daling van de NOK.

     

    Grafiek evolutie EUR/NOK

     

     Grafiek 1_16097_image001

    Tegenwoordig evolueert de Noorse kroon ruim onder zijn historische niveau. Wie in NOK belegt, profiteert niet alleen van het interessante renteverschil, maar ook van het stijgingspotentieel van de munt. We denken dat de Noorse kroon op middellange termijn weer kan aanknopen met het niveau van vóór de crisis, op voorwaarde dat het vertrouwensklimaat aanhoudt. Dat komt dus neer op een stijgingspotentieel van 5 à 10%.

     

    Besluit

    De NOK evolueert nog altijd op een historisch zwak niveau. Gezien de economische vooruitzichten heeft de munt echter stijgingspotentieel op middellange termijn. Bovendien maakt het extra rendement van een obligatie in NOK deze belegging relatief interessant.

     

    Alexandre François – Investment Strategy – Dexia Bank


     

    Geen reden tot euforie

    Els Vanderstraeten_mini
    Kan het wereldbeeld op zes maanden tijd volledig wijzigen? Zijn alle economische problemen van de baan? Als we naar de prestaties van de beurzen van de afgelopen maanden kijken, lijkt het er wel op. Sinds het dieptepunt in maart gaan de aandelenkoersen immers gezwind hoger. Merkwaardig is wel dat de daling van de langetermijnrente niet gestopt is en dat het goud – toch een vluchtwaarde bij uitstek – aan een opmars bezig is.

     

    Economie aan de beterhand

    De twee grootste – een ineenstorting van het financiële systeem en het volledig stilvallen van de wereldhandel – lijken inderdaad definitief afgewend. Er komen meer en meer signalen dat de recessie achter ons ligt. Ook de voorzitter van de Amerikaanse Centrale Bank deelt deze mening, hoewel hij onmiddellijk nuanceerde door te stellen dat het herstel van de Amerikaanse economie waarschijnlijk te zwak zal zijn om de werkgelegenheid snel aan te zwengelen.

    In augustus stegen de Amerikaanse kleinhandelsverkopen met 2,7% op maandbasis. Toegegeven: een groot gedeelte van de stijging was te danken aan de gestegen autoverkoop. Amerikanen die hun oude wagen deze zomer voor een nieuwe inruilden, kregen immers een premie van 3 500 à 4 500 dollar. Die subsidies gaven de autosector een boost. Zo speelden ze een belangrijke rol in de heropleving van de kleinhandelsverkopen en de industriële productie in augustus. Toch kon de consumptie ook zonder de autoverkoop voor het eerst sinds lang weer aantrekken.

    Nochtans blijven er dreigende onweerswolken boven de Amerikaanse consument hangen: de werkloosheid is al opgelopen tot 9,8% en het wordt steeds moeilijker om krediet te krijgen. Daarnaast is de vraag naar consumentenkredieten ook fors afgenomen. De Amerikaanse gezinnen sparen namelijk weer! Het zou wel eens lang kunnen duren vooraleer “Joe Sixpack” de wereldeconomie terug op sleeptouw neemt.

    De Amerikaanse vastgoedmarkt toont al een aantal maanden bescheiden tekenen van herstel of stabilisatie. Zo zijn de vastgoedprijzen niet langer in vrije val en neemt de verkoop van zowel bestaande als nieuwe woningen opnieuw toe. Onrustwekkend is wel dat het aantal wanbetalingen bij woonkredieten nog steeds toeneemt.

     

    In Europa werd de autoverkoop eveneens positief beïnvloed door de schrootpremie, die in verschillende landen – waaronder Duitsland en Frankrijk – werd ingevoerd. Onweerswolken van dienst zijn ook hier de oplopende werkloosheid (gemiddeld 9,5%) en de verminderde kredietverlening. Positief is wel dat de activiteit van de uitvoersector opnieuw toeneemt. Waarschijnlijk zit de vraag vanuit het verre oosten hier achter. In het derde kwartaal zou de economie van de eurozone opnieuw moeten groeien en daarmee de recessie achter zich laten.

     

    Chinese beurzen fors lager

    Door het snelle ingrijpen van de Chinese overheid en de enorme bedragen die ze spendeert, draait de Chinese economie bijna terug op volle toeren. De exportmotor blijft weliswaar sputteren, maar de binnenlandse consumptie kende geen terugval. In augustus stegen de Chinese kleinhandelsverkopen met iets meer dan 15% op jaarbasis. Ook de investeringen in vastgoed groeiden dit jaar al met bijna 15%.

     

    Het economische herstel wordt ook aangedreven door de sterke stijging van de kredietverlening. De Chinese overheid stuurt het kredietbeleid van de banken via quota. In de eerste zes maanden van 2009 werd al dubbel zoveel krediet verleend als tijdens heel 2008. Een gedeelte van deze kredietverlening wordt echter niet geïnvesteerd, maar belegd in de lokale beurzen, die weliswaar moeilijk toegankelijk zijn voor buitenlandse investeerders. De vrees dat de kredietverlening wel eens aan banden zou kunnen worden gelegd, zorgde voor een ware crash op de lokale beurzen. In augustus werd een verlies van 25% opgetekend. In september werd echter al een deel van dat verlies goedgemaakt, omdat de Chinese premier verklaarde dat de stimuleringsmaatregelen zolang als nodig van kracht blijven om het herstel van de economie te verzekeren. Wie aandelenfondsen bezit die uitsluitend in China beleggen, raden we toch aan te kiezen voor een meer gespreid fonds dat belegt in alle groeilanden.

     

     

    Geen correctie op westerse beurzen

    De crash van de Chinese beurzen had geen gevolgen voor de westerse, wat toch wijst op een vrij duurzame stijging. Beleggers reageren nog altijd enthousiast op de betere of minder slechte economische data. Ook het feit dat de centrale bankiers wereldwijd nog geen intentie hebben om de rente te verhogen, kan hen bekoren. Het modewoord “TINA” of “there is no alternative” lijkt terug van weggeweest. Cash brengt maar weinig op en ook obligaties met een langere looptijd bieden slechts een bescheiden rentevergoeding. Veel beleggers worden dan ook bang om de beursrally te missen ...

     

    Op 6 oktober noteert de Belgische rente op tien jaar aan 3,64%, slechts een fractie hoger dan het dieptepunt van 3,20% in september 2005. Normaal leiden economisch herstel en toegenomen interesse voor aandelenbeleggingen tot een rentestijging. Dit is nu echter niet het geval. Enerzijds omdat de centrale bankiers de financiële markten met liquiditeiten overspoelen, anderzijds misschien ook omdat de obligatiemarkten het economische herstel somberder inschatten.

     

    Blijkbaar zochten pessimistische beleggers op zoek naar een veilige haven hun heil in goud. Sinds de crisis spurtte goud 30% hoger. Dexia Research ziet de drempel van 1 000 dollar eerder als een plafond dan als een start voor een verdere opleving. Goud wordt immers vaak gekocht als indekking tegen een forse opstoot van de inflatie. Een scenario dat de centrale bankiers absoluut willen vermijden. Daarnaast wordt ook vaak naar de dalende dollar verwezen om de hogere goudprijs te verklaren.

    Strategie

    Euforie lijkt ons uit den boze. Ondanks het beursherstel met meer dan 50% noteren de beurzen immers nog een pak lager dan de piek bereikt in het najaar van 2007. Bovendien wordt het huidige economische herstel voornamelijk gedragen door de enorme sommen die de overheden wereldwijd in de economieën pompen. De hamvraag is wie de rol van de overheid als “spender of last resort” in 2010 zal overnemen.

     

    Binnen de modelportefeuilles blijven we de aandelen een neutraal gewicht toekennen. Enerzijds blijven we surfen op de golven van het positieve sentiment, maar anderzijds worden we toch iets voorzichtiger. We geven een voorkeur aan defensievere sectoren en het gewicht van de financiële sector wordt afgebouwd. Het zwakke economische herstel zal het aantal wanbetalingen bij kredieten doen toenemen en door een striktere regulering zal de sector de resultaten van het verleden niet meer kunnen verwezenlijken. Het lijkt ons voorzichtiger de stijgingen van de voorbije maanden veilig te stellen. Voor nieuwe aandelenbeleggingen geven we de voorkeur aan gestructureerde beleggingen met een beperkte kapitaalbescherming

     

    Besluit

    Of de beursrally op zijn laatste benen loopt, valt moeilijk te voorspellen. Zolang de centrale bankiers de rente laag houden en de nodige liquiditeiten verschaffen, kan de positieve tendens nog wat aanhouden.

     

    Els Vander Straeten – Investment Strategy – Dexia Bank


     

    Uitgang? Zei iemand uitgang?

    Sinds de eerste fragiele tekens van economische stabilisatie te voorschijn kwamen, verschenen ook meteen de waarschuwende vingers. Centrale banken en overheden zouden nu snel alles moeten voorbereiden om de ongekend hoge stimulus van de afgelopen maanden weer uit de economie te halen. Exit strategie heet zoiets voor de kenners. Vooral in Europa wordt al langer gespeculeerd over verkrappend begrotingsbeleid volgend jaar en snelle renteverhogingen van de ECB om mogelijke inflatie meester te zijn. Hoewel veel beleidsmakers deze speculaties regelmatig hebben gevoed, geldt ook hier: blaffende honden bijten niet.

    Een ding is duidelijk: het economisch herstel is nog veel te broos om vroegtijdig te beginnen met het afbouwen van schulden of het terugdraaien van monetaire stimulus. Tot nog toe zitten de meeste Europese landen en ook de VS officieel nog een recessie en zelfs met positieve groei in het derde kwartaal zou een snel einde van stimulus ook een snel einde van het herstel kunnen betekenen. De economieën moeten eerst nog laten zien hoe zij een verder oplopen van de werkloosheid kunnen verwerken.

    De volgorde van de exit strategie is eigenlijk simpel: Allereerst zullen we een einde van de monetaire stimulus zien. In de Eurozone is er nu al sprake van overbodige liquiditeit op de geldmarkt. Banken hebben afgelopen week voor de tweede keer ingeschreven op leningen van de Europese Centrale Bank met een 12-maands looptijd, tegen een rente van 1%. Dit keer hebben 589 banken gezamenlijk voor €75 miljard geleend, tegen €442 miljard in juni. Banken hebben blijkbaar voldoende reserves en het interbancaire verkeer is zich verder aan het normaliseren. Daarnaast werd afgelopen week ook bekend dat de 22 grootste Europese banken succesvol uit de Europese stress test waren gekomen. Onder de zeer zware veronderstellingen van een economische krimp dit jaar van 5,2% en 2,7% in 2010 blijven alle banken voldoen aan de internationale kapitaalvereisten. De verliezen van alle geteste 22 banken lopen in zo’n scenario op tot  400 miljard euro.

    Het gaat beter met de financiële sector en er is duidelijk sprake van overbodige liquiditeit. Redenen voor de ECB om misschien toch binnenkort richting de uitgang te lopen. Dit betekent niet dat de ECB de rente gaat verhogen, maar wel dat zij via geldmarktoperatie overbodige liquiditeit uit de markten zal zuigen. De geldmarktrente zal in dit geval wel stijgen. Pas op het moment dat de geldmarktrente weer boven het officiële ECB rentetarief ligt, heeft het zin om aan de modaliteiten van de herfinancieringoperaties te sleutelen (terug van vast naar flexibele tender, hogere eisen voor onderpanden).

    Terwijl de uitgangsroute voor de ECB redelijk goed is uitgestippeld, overheerst bij de Europese overheden nog veel onduidelijkheid over de weg naar de uitgang. In 2010 zullen hooguit de plannen klaar liggen voor bezuinigingen, maar daden zien we pas vanaf 2011. Veel lidstaten gebruiken het vogelvrije 2010 om nog eens flink te stimuleren. Tijdens hun bijeenkomst afgelopen week in Zweden hebben de Europese ministers van financiën nu ook officieel duidelijk gemaakt dat 2010 niet het jaar van de uitgang zal worden. 2010 wordt het vogelvrije jaar, waarin Europa minstens een oogje zal dichtknijpen bij de beoordeling van de overheidsfinanciën. De meeste overheden zullen deze vrijheid aangrijpen om ook volgend jaar op de stimuleringsrijstrook te blijven.

    In Duitsland heeft de nieuwe regering belastingverlagingen beloofd. Deze belastingverlagingen zullen 2010 alleen door een oplopend tekort worden gefinancierd niet door bezuinigingen. Toch wil de nieuwe regering volgens mediaberichten het tekort 2010 niet verder laten oplopen dan 4% BBP. De Franse regering staat al op het beklaagdenbankje en moet het begrotingstekort tegen 2012 weer onder de heilige 3%-grens brengen. Toch werden er afgelopen week belastingverlagingen voor bedrijven aangekondigd en miljardeninvesteringen in de infrastructuur. Het begrotingstekort zal volgend jaar ergens tussen 8 en 9% BBP uitkomen. Van exit strategie geen sprake. Hoe vooral de Franse regering tegen 2012 het begrotingstekort weer onder de 3% zal hebben gebracht blijft een raadsel. Iets was volgend jaar nog goed kan zijn voor de economie, kan wel de dood worden van het Europese Stabiliteits- en Groeipact.

    De weg naar de uitgang van het huidige stimuleringsbeleid is nog ver. Terwijl de ECB in ieder geval al de route heeft gevonden, moet voor de kaart met de routebeschrijving voor regeringen nog worden geprint.

    Carsten Brzeski, Senior Economist, ING 


     

    De telecomsector

     

    Bernard Bemelmans klein  Het faillissement van Lehman Brothers in september 2008 was één van de belangrijkste wendingen in de crisis, die de beurzen wereldwijd dieprood kleurde. Hoewel geen enkele sector de dans ontsprong, bleef de schade voor enkele sectoren toch beperkt. Zo profiteerden de telecomaandelen van hun status als vluchtwaarde bij de belegger. Maar sinds maart 2009 klimt de beurs uit de put en hinkt de sector wat achterop … Een blik op de toekomst.

    Mooi weerwerk

    Na meer dan een jaar crisis in de financiële sector spoelde het faillissement van Lehman Brothers op 15 september 2008 alle hoop op een snel herstel weg. Bij de instorting van de reus op lemen voeten bleef geen enkele sector of regio ongedeerd.

    Na die schok bood de telecomsector fraai weerwerk, terwijl de Europese index DJ Stoxx 600 - vooral onder invloed van de financiële en de automobielsector - steil bergaf ging. In volle crisis zetten heel wat beleggers in op de telecomsector, waar de bedrijven stabielere resultaten boekten, een genereus dividendbeleid voerden en in staat waren een aanzienlijke cashflow te genereren.

     

    Terugslag

    Door de hoopgevende berichten uit de financiële sector en de afwending van een diepe recessie zoals in de jaren ‘30 zetten de beurzen sinds maart 09 een echte rally in. Die duurt trouwens nog altijd voort – het kleine dipje in juni niet te na gesproken.

    De toenemende risicobereidheid voor meer cyclische sectoren, die dus extra kunnen profiteren van een herstel van de wereldeconomie, ging ten koste van eerder defensieve sectoren, zoals de telecomsector.

     

    Onderstaande grafiek en tabel geven de prestatie weer van de index DJ Stoxx 600 Telecom ten opzichte van de Europese index DJ Stoxx 600 in de loop van voornoemde twee periodes.

     

    Evolutie van de indexen DJ Stoxx 600 en DJ Stoxx 600 Telecom 

     

    Grafiek 1_27466_image001 

      DJ Stoxx 600 DJ Stoxx 600 Tel.
    Van 15-09-2008 -42% -23%
    tot 09-03-2009    
    Van 09-03-2009 42% 17%
    tot 31-07-2009    
    Van 15-09-2008 -17% -10%
    tot 31-07-2009    

     

    Plus- en minpunten van de sector

    + Eén van de belangrijkste troeven van de sector is zijn vermogen om grote cashflows te genereren. Daardoor kunnen bedrijven zich gul tonen tegenover hun aandeelhouders. Ze kunnen immers grote dividenden uitkeren of eigen aandelen inkopen. Ter illustratie: het gemiddelde dividend van de Europese telecomsector bedraagt zowat 5,5% en is dus heel aantrekkelijk bij een lage obligatierente.

    + In Europa is de sector nog sterk versnipperd en zouden er dus nog fusies en overnames kunnen volgen.

    + De gsm is een erg praktisch en onmisbaar hulpmiddel met groeiend succes geworden. In combinatie met een steeds grotere waaier van (te betalen) toepassingen biedt hij de sector een zekere inkomstenstabiliteit.

     

    - De penetratiegraad van (vaste en mobiele) telefonie is heel groot in Europa en de VS (gemiddeld circa één draagbare telefoon per inwoner). Om hun inkomsten te laten groeien, richten de bedrijven hun pijlen op de groeimarkten. Dat houdt echter meer risico’s in.

    - De schuldgraad van de bedrijven blijft hoog, ondanks een drastische sanering van hun balansen sinds de technologie-zeepbel van 2001.

    - De Europese Commissie wil de transparantie en het concurrentievermogen van de markt voor mobiele telefonie vergroten. De bijbehorende reglementering weegt door op de resultaten van de sector.

    Conclusie

    De waarderingen van telecomaandelen zijn dan wel aantrekkelijk, maar je kunt je afvragen in welke mate de bedrijven in de komende maanden de cashflows zullen kunnen genereren waar de aandeelhouders zo naar uitkijken. Daarom krijgt de sector van ons een neutraal gewicht in de modelportefeuilles.

     

    Bernard Bemelmans – Investment Strategy – Dexia Bank

     

     

     


     

    Brazilië : meer dan grondstoffen alleen

    Els Vanderstraeten_mini  Bij ervaren beleggers doet het acroniem “BRIC” waarschijnlijk een belletje rinkelen.

    De afkorting staat voor Brazilië, Rusland, India en China. In 2001 werd ze voor het eerst gebruikt door een Amerikaanse analist. Hij ging ervan uit dat deze landen in de komende jaren de rijkste landen ter wereld wel eens zouden kunnen overtreffen voor wat de omvang van de economie betreft. Zo ver zijn we nog niet, maar deze landen hebben wel al een lange weg afgelegd. Hun economische fundamenten zijn een pak gezonder dan tien jaar geleden. Ondertussen zijn de vier landen goed voor 40% van de wereldbevolking en 25% van het totaal aan goederen en diensten dat wereldwijd geproduceerd wordt. De financiële wereld lanceerde massaal aandelenfondsen die in deze vier landen beleggen. Het valt dan ook niet te verwonderen dat de beurzen van Brazilië, China, Rusland en India momenteel in de top tien van de 65 belangrijkste wereldbeurzen prijken. In de komende edities zetten we telkens een land in de kijker. Brazilië is als eerste aan de beurt.

     

    Verrassend sterke groei

    Brazilië – de grootste economie in Latijns-Amerika – kwam eind jaren ‘90, toen de Argentijnse crisis volop woedde, in nauwe schoentjes te staan. Het Internationaal Monetair Fonds diende tussen te komen. Sindsdien is de economische situatie er beduidend op vooruitgegaan, o.a. dankzij de globale eco­nomische welvaart, de hoge grondstofprijzen, een erg gedis­ciplineerde budgettaire politiek en het onder controle houden van de inflatie.

    De Braziliaanse economie biedt ook vrij goed weerstand aan de wereldwijde economische crisis die momenteel woedt. Zo verraste het recente “groeicijfer”, met slechts een bescheiden krimp van de economie in het eerste kwartaal, in positieve zin.

    Brazilië is dan ook een vrij gesloten economie: de export verte­genwoordigt ongeveer 15% van het bruto binnenlands pro­duct (bbp). De binnenlandse vraag is één van de belangrijkste motors van de economische groei en neemt nog steeds toe, al verloopt de stijging wel trager dan de voorbije jaren. Zo groeiden de kleinhandelsverkopen in juli nog met 5,9% ten opzichte van vorig jaar.

    De btw-verlagingen die de regering in het begin van het jaar invoerde en de sterke daling van de rentevoeten zijn een belangrijke steun geweest voor de consumptie. Sinds het begin van het jaar heeft de Braziliaanse Centrale Bank de kor­tetermijnrente met 5% verlaagd tot 8,75%. Hierdoor wor­den de kredieten voor ondernemingen en gezinnen goedko­per. Bovendien lijkt de toename van de kredietverlening een structurele trend te zijn, want ze heeft zich ook voortgezet tijdens de moeilijkste maanden van de wereldwijde crisis.

    Dexia Research verwacht dat de Braziliaanse economie dit jaar met 1,2% zal krimpen, om in 2010 opnieuw te groeien met 3,2%. Deze cijfers zijn wel een flink stuk lager dan de verwachte groei voor China, die in 2009 nog 7% zou bedragen en in 2010 zou oplopen tot 8%. De Braziliaanse groei is kleiner, omdat de landen zich niet in eenzelfde ontwikkelingsstadium bevinden, wat blijkt uit het gemiddeld jaarlijks inkomen per inwoner. Toch blijft de armoede een struikelblok, net als de administra­tieve rompslomp en de infrastructuur die vaak in lamentabele staat is.

     

    BBP per inwoner BRIC-landen (in USD)

    Brazilië            8.197,43

    Rusland        11.806,95

    India               1.016,16

    China              3.315,32

    België            47.107,82

     

    Bron : IMF - GDP per capita current prices in 2008

     

    Beurs

    Op de Braziliaanse financiële markten zijn de beter dan ver­wachte groeicijfers niet onopgemerkt gebleven. De Bovespa, de sterindex van de beurs van Sao Paulo, is één van de best presterende aandelenmarkten sinds het begin van het jaar. In 2009 spurtte hij 65% hoger (op 23-09-2009); in 2008 werd een verlies van 41% opgetekend (telkens in lokale munt).

    De afgelopen jaren kon de Braziliaanse beurs vooral profiteren van de stijgende grondstofprijzen. Twee derde van de export bestaat immers uit ruwe grondstoffen. Zo is Brazilië de vierde grootste staalproducent ter wereld. Toch is de grondstofsector slechts goed voor 10% van het bbp, maar heeft hij een veel groter gewicht in de nationale beursindex.

    De energiesector vertegenwoordigt bijna 30% van de Bovespa; de grondstoffen bijna 25%. Petrobras en Vale, respectievelijk de groep die over de vierde grootste oliereserves ter wereld beschikt en de tweede grootste mijngroep wereldwijd, zijn samen goed voor meer dan een derde van de Bovespa-index.

    De handelsrelaties tussen China en Brazilië worden steeds belangrijker. China, en niet langer de VS, is sinds kort de groot­ste afzetmarkt voor de Braziliaande exporteurs. Daarnaast investeerde China onlangs 10 miljard Amerikaanse dollar in Petrobras in ruil voor olie.

    Conclusie

    De goed ontwikkelde en groeiende consumentenmarkt en de rijkdom aan grondstoffen zullen Brazilië ook de komende jaren geen windeieren leggen.

     

     

    Els Vander Straeten – Investment Strategy – Dexia Bank

     

     

     


     



    Beursblogs