Winstverwachtingen nemen toe, rente blijft laag

  • Gepost op vrijdag 11 december 2009 om 12:26
  • door De Standaard Online

Als gevolg van het nieuws over de betalingsstop door staatsconcern Dubai World gingen de aandelenmarkten deze week flink de min in, daalde de obligatierente en schoten verzekeringspremies op staatsschulden in de opkomende landen omhoog. 


De financiële markten waren vooral zo aangeslagen omdat Dubai zich niet garant wilde stellen voor de schulden van Dubai World en omdat Abu Dhabi, het olierijke buuremiraat van Dubai, niet ingreep. De centrale bank van de Verenigde Arabische Emiraten zorgde alleen maar voor liquiditeit bij de banken. De verkoophausse was het sterkst op de lokale markten. Toen het tot beleggers doordrong dat de gevolgen voor de wereldeconomie en de financiële markten beperkt zouden zijn, werd het verloren terrein snel weer teruggewonnen.


Er waren meer redenen voor nervositeit: de Duitse bank WestLB had 4 miljard euro extra staatssteun nodig. De Bundesbank concludeerde dat de Duitse banken nog EUR 90 miljard aan bijzondere waardeverminderingen op leningen zullen moeten boeken. Ook het IMF is van mening dat banken vooralsnog maar circa de helft van het feitelijk te lijden verlies hebben verantwoord. 


Het huidige tijdsgewricht werd eveneens zichtbaar in de belasting van 2% die Brazilië op de kapitaalinstroom gaat heffen, de devaluatie van de Vietnamese munt en het nieuws dat het overheidstekort in Griekenland veel hoger ligt dan eerst gedacht en dat de overheidsschuld de pan uit kan rijzen. Op zich waren deze voorvallen niet belangrijk genoeg om ernstige problemen te veroorzaken, maar duidelijk is dat de rekening voor de excessen uit het verleden nu wordt gepresenteerd.


In het licht van al dat slechte nieuws ontwikkelden de aandelenmarkten zich verrassend veerkrachtig. Het vooruitzicht van hogere bedrijfswinsten (de winstverwachtingen blijven toenemen) en het extreem soepele monetaire beleid bieden vooralsnog solide steun. Sterker nog, uit Amerikaanse cijfers blijkt dat bijna 90% van de toename in de binnenlandse winst voor rekening komt van financiële ondernemingen die profiteren van een steile rentecurve. Zelf zien we de winstontwikkeling in de sector financiële ondernemingen niet in dat tempo verlopen. We houden het er dan ook op dat er vooral bij niet-financiële spelers nog ruimte is voor verdere koerswinsten.


Wij handhaven onze overweging van aandelen. Onze voorkeur gaat daarbij uit naar de opkomende markten, terwijl we neutraal zijn ten opzichte van de overige regio’s. Binnen obligaties (onderwogen) hebben we staatspapier verkocht (inmiddels een omvangrijke onderweging) en geïndexeerde leningen gekocht (nu neutraal). Deze tactische transactie werd ingegeven door een sterk seizoensmatig (dat wil zeggen, eindejaars) patroon voor inflation-linked papier.


Teleurstellend was de daling van de Amerikaanse ISM-index. Na eerst onder invloed van de voorraden te zijn aangetrokken, zag de productiesector het tempo verzwakken. Reden voor paniek is er echter niet. Deze indicator staat nog op groei, de deelindex voor de werkgelegenheid bevindt zich nog altijd op positief terrein en de nieuwe orderontvangsten stegen sterk.


De consumentenbestedingen lijken zich goed staande te houden. Ook in november zijn de autoverkopen weer gestegen. Verder tekende zich een verbetering af in de aanstaande huizenverkopen, een maatstaf die vaak fungeert als voorloper voor andere verkoopmaatstaven. De belastingaftrek voor huizenkopers komt de huizenmarkt ten goede. Belangrijke obstakels blijven de hoge werkloosheid, het groeiend aantal executieverkopen en het feit dat steeds meer gezinnen een hypotheek hebben die hoger is dan de waarde van hun huis.


De stemmingsindex van de eurozone is gestegen naar het hoogste niveau sinds de ondergang van Lehman Brothers. Op dit moment staat de teller op een bbp-groei van nul (op jaarbasis), een flinke verbetering ten opzichte van het negatieve percentage van 4,1% dat voor het derde kwartaal werd genoteerd. Wel is de werkloosheid weer gestegen, wat tot verdere druk op de loongroei kan leiden. De zwakke geld- en kredietgroei kunnen voor de ECB reden zijn om de rente ongemoeid te laten.


Japan is wederom in de ban van deflatie: de CPI-inflatie bedraagt -2,5% op jaarbasis en de kerninflatie -1,1%. De arbeidsinkomsten dalen nog steeds. Ook in de productiesector matigt de groei. De inkoopmanagersindex ging naar beneden maar hield net boven het omslagpunt van 50 stil. De industriële productie vertoonde de traagste groei sinds het herstel van de economie. Op de export en de productie kan de sterke yen zwaar wegen, vooral ook omdat de binnenlandse economie blijft kwakkelen.


Naar het zich laat aanzien, zal de groei in de opkomende markten matigen. In China stabiliseerde één inkoopmanagersindex terwijl weer een andere een lichte stijging boekte. In India vlakte de export af. De productie is hier onverwachts gedaald, na de sterke stijgingen van de voorgaande maanden die de productie tot niveaus van voor de crisis omhoog stuwde. Voor Taiwan daalde de inkoopmanagersindex enigszins, maar het cijfer is nog altijd hoog. In Brazilië schoot de inkoopmanagersindex naar het hoogste niveau sinds november 2007.


Joost van Leenders

Investment specialist – investment strategy 

Fortis Investments


 

Reacties

De reacties op dit bericht zijn afgesloten.



Beursblogs