Nieuw adres

Deze blog is verhuisd. Ontdek het nieuwe adres van deze weblog en de andere blogs van De Standaard Online op www.standaard.be/weblogs.
 

Turkse lire volatiel, maar met potentieel

Els Vanderstraeten_mini
De economische cirsis sloeg hard toe in Turkije. De Turkse lire daalde naar een historisch dieptepunt tegenover de euro. De overheid pakte uit met een herstelplan en de centrale bank verlaagde de rente sinds november 2008 met maar liefst 10,25% tot 6,5%.

 

De groei vertraagde al in de loop van 2008 en tijdens het laatste kwartaal ervan gleed de Turkse economie in een recessie. Toch was de groei met 0,9% nog net positief in 2008. De eerste helft van 2009 was daarentegen bijzonder moeilijk met een krimp van 10,5%. De wereldwijde crisis heeft zowel de binnenlandse vraag als de export doen teruglopen. Daardoor ging de industriële productie onderuit en vielen er massale ontslagen. Volgens officiële cijfers bedraagt de werkloosheid 13%, maar bij de jongeren – die een groot deel van de Turkse bevolking uitmaken – zou die oplopen tot 23%. Toch verwachten analisten dat de groei in 2010 opnieuw rond 3,5% zal schommelen. Het stimuleringspakket van de overheid (tijdelijke belastingverlagingen en investeringen in infrastructuur), de betere groeivooruitzichten in de EU en het meer oriënteren van de Turkse industrie naar Centraal-Azië en het Midden-Oosten zullen immers hun vruchten afwerpen.

 

Troeven

Turkije heeft heel wat troeven om de komende jaren een mooie prestatie neer te zetten.

  • Met bijna 70 miljoen inwoners is er een enorme binnenlandse markt. Bovendien bedraagt de gemiddelde leeftijd slechts 29 jaar en is er dus een groot potentieel aan arbeidskrachten.
  • Het toenaderingsproces voor het Europese lidmaatschap is opgestart, maar er is nog een lange weg te gaan.
  • De Turkse banksector bleef gespaard van de problemen waarmee de westerse banken te kampen hadden (geen ‘toxische’ obligaties, een gezonde verhouding tussen kredieten en deposito’s). Geen enkele Turkse bank moest beroep doen op overheidssteun.

 

Aandachtspunten

  • Hoewel de regering van premier Erdogan met zijn AKP-partij in het parlement een absolute meerderheid heeft, blijft de politieke situatie gespannen. Nieuwe politieke strubbelingen tussen de AKP – die zijn wortels in de gematigde politieke islam heeft – en de seculiere elite – die voor een totale scheiding van staat en godsdienst staat, zoals voorzien in de Turkse grondwet – vallen niet uit te sluiten.
  • Turkije beschikt niet over grondstoffen. Hoewel fors gekrompen door de crisis, is het tekort op de lopende rekening een structureel probleem. (Deze lopende rekening geeft alle transacties, zoals goederen, diensten, inkomensoverdrachten, van een land met het buitenland weer). Hierdoor is Turkije afhankelijk van buitenlands kapitaal.
  • Sinds 2007 verzwakte de budgettaire discipline, nochtans één van de grondslagen achter het economische herstel sinds 2001. Het overheidstekort zou in 2009 ongeveer 7% van het bruto binnenlandse product bedragen.

 

Onderhandelingen IMF slepen aan

Het is opmerkelijk dat Turkije de crisis aanpakte zonder hulp van het Internationaal Monetair Fonds (IMF). Sinds mei 2008 – toen de vorige lening aan het IMF werd terugbetaald – onderhandelt Turkije al over de voorwaarden van een nieuwe lening. Het IMF eist echter garanties voor verdere budgettaire discipline en daar knelt het schoentje. Het bereiken van een akkoord zou zeer positief zijn voor de Turkse financiële markten en de Turkse lire, omdat dit de investeerders een garantie zou geven dat het fiscaal hervormingsplan uitgevoerd zal worden. In november bevestigde de minister van economie dat de onderhandelingen worden verdergezet.

 

Hoge rentevoeten

Hoewel de centrale bank de kortetermijnrente al fors verlaagd heeft, is de rente met 6,50% nog een pak hoger dan in de westerse landen. Bovendien gaan analisten ervan uit dat de cyclus van renteverlagingen bijna ten einde is. In de tweede helft van 2010 kunnen de eerste renteverhogingen zelfs al op het programma staan. Ook de rente op 5 jaar is gedaald, van 17% begin 2009 tot 11,70% begin januari. De nog steeds hoge rentevoeten oefenen een sterke aantrekkingskracht uit op buitenlandse investeerders, wat ook de koers van de Turkse lire zal ondersteunen.

 

Wilt u ook profiteren van deze aantrekkelijke rentevoeten? Dan kunt u beleggen in obligaties in Turkse lire. Let wel: de Turkse lire blijft een volatiele munt; een investering is alleen weggelegd voor de meer dynamische belegger. Vraag meer informatie in uw Dexia-kantoor of surf naar www.dexia.be.

 

Grafiek : Evolutie Turkse lire

 

 

Grafiek 1_8775_image001

 

Besluit

Voor de dynamische belegger zijn Turkse obligaties een interessante diversificatie op lange termijn, omwille van de hoge rente en de troeven van het land. Op korte termijn zal de evolutie van de Turkse lire vooral bepaald worden door het al dan niet bereiken van een akkoord met het IMF.

 

 

Els Vander Straeten – Investment Strategy – Dexia Bank

 

 

 


 

De Griekse Griep : symptomen, gevolgen en medicatie

Zoals bij het uitbreken van de kredietcrisis lijkt er zich opnieuw eenzelfde marktpatroon te manifesteren : een probleem in een kleine hoek van de kredietmarkt breidt zich uit naar de aandelen en de volledige economie.

Wat is de besmettelijkheid van deze kredietwaardigheidscrisis naar de rest van de economie?

Wat zijn de relevante landen in deze analyse?

 

Griekenland is het meest kwetsbaar. Met een begrotingstekort van 12.7% tegenover het Bruto Nationaal Product (BNP) en de hoge uitstaande staatsschuld duidelijke in de kwetsbare zone geraakt. Bovendien heeft Griekenland een uniek geloofwaardigheidsprobleem wat betreft de doorgegeven economische cijfers. Hierdoor worden ze momenteel in een Europees fiscaal keurslijf geduwd en zal een verplichte besparingsronde opgelegd worden, losstaand van de reactie van de bevolking.

Portugal. Komt met een deficit van 9.3% niet ver achter. Bovendien heeft Portugal momenteel een minderheidsregering wat kordaat optreden heel moeilijk maakt.

Spanje heeft een tekort van 10.3%, maar “slechts” een uitstaande schuld van 55.3%. bovendien lijkt de politiek heel doelgericht om een probleem à la Griekenland te vermijden. Of men echter opgewassen is tegen de structurele economische problemen valt af te wachten. De werkloosheid in Spanje zal dit jaar naar alle waarschijnlijkheid de 20% overstijgen en bovendien zit de groeimotor, vastgoed,  momenteel zonder benzine.

Italië heeft heel veel ervaring met hoge schulden en lijkt er zich telkens opnieuw bovenop te helpen. Het grootste voordeel van het land is dat het bankensysteem quasi niet onder de kredietcrisis geleden heeft. Bovendien lijkt het deficit nog best mee te vallen.

Ierland heeft als eerste budgettair ingegrepen op een heel diepgaande manier. De bad bank oplossing waarvoor men koos lijkt op dit moment de betere stabilisator. Bovendien was net als met Spanje de schuldgraad laag en had men de nodige ruimte om bijkomend schulden aan te gaan.

Besmettingsgevaren

I.                   Economische besmetting

De kans dat Griekenland de reeële Europese economie aan het wankelen brengt is gezien de belangrijkheid van de economie klein te noemen. Op dit ogenblik exporteert Duitsland bijvoorbeeld slechts 0.8% naar Griekenland.

II.                Bankenbesmetting

De impact op de financiële sector is wel verregaander. Niet alleen moeten er afwaarderingen gebeuren op de bestaande portefeuille, maar zullen hun eigen kredieten ook duurder worden. Dit is niet dramatisch zolang de ECB liquiditeit aan 1% blijft voorzien en zolang Grieks Staatspapier als onderpand gegeven kan worden. Dit zou op papier bij de volgende negatieve bijstelling van de rating van Griekenland niet meer het geval zijn. Het probleem zou zich echt stellen op het moment van een formele stopzetting van betaling door Griekenland. Op korte termijn is die kans heel klein.

III.             Aantasting vertrouwen

Het ergste zou er komen indien het ondernemersvertrouwen een duidelijk negatieve trendommekeer zou tonen en de investeringen hierdoor opnieuw stilvallen. Hierdoor zou de prille groei opnieuw stoppen.


Hoe gaat het nu verder met de zieke EMU-rand ?

De huidige economische crisis heeft de slapende structurele problemen van de Club Med landen vroegtijdig ontwaakt. De markt heeft op heel korte termijn op de noodzaak tot actie gewezen en nu is het aan de politiek om tot concrete actie over te gaan, zoniet zal alles op de spits gedreven worden en zal de markt slechts rusten als Griekenland, Portugal en Spanje het falen toegeven.

De Europese Monetaire Unie, een Unie?

De komende 2 weken zullen cruciaal worden voor de geloofwaardigheid van de Europese Monetaire Unie als unie. Hier moet een duidelijke strategie voorgelegd worden aan de markt dat de Unie voordelen biedt, maar dat zondaars tegen de regels niet ongestraft kunnen verdergaan,zoals in het verleden. Bovendien moet men het stabibiliteitspact herbekijken. Gezien quasie alle Europese landen niet meer aan de norm voldoen sinds enkele jaren is de geloofwaardigheid van het pact enorm geslonken. Het is duidelijk dat na de monetaire politiek, nu ook de budgettaire politiek overgedragen wordt aan Europa. Indien men hier als land zich niet kan mee verzoenen, dan is een uitstap uit het systeem de enige resterende mogelijkheid.

De vraag is hoe de belastingsbetaler zal reageren op ondersteunende maatregelen voor lidstaaten in problemen. Bovendien stelt zich de vraag hoe men dit zal doen? Vermoedelijk via een pan-europees instituut dat dan als overbruggingsmogelijkheid benut zal worden aan rentevoeten die beneden de marktvoorwaarden liggen.

Op korte termijn verwachten we een opluchting indien er op 16 februari klare taal gesproken wordt. De gevolgen : de Euro zal stijgen, de lange termijnrente van sterke landen zal stijgen en van de zwakke landen dalen en de aandelen zullen een sprong maken. Investeren in eerder vermelde sectoren is aangewezen met buy stops.

Op lange termijn is het probleem helaas nog niet geweken en blijven we struturele probleemlanden mijden. Kapitaalsbescherming blijft een uitdaging!

 

Bruno Verstraete, Nautilus Capital AG


 

Spanje en Griekenland op korte termijn uit de Eurozone?

Op termijn zal de Eurozone moeten gaan inkrimpen. Zowel de ECB als de politiek kunnen dit niet voorkomen. De rentevoeten die geëist worden aan de PIGS-landen zullen zo hoog worden dat deze landen niet meer aan hun verplichtingen kunnen voldoen. Zullen er nog meer landen volgen?

De Nederlandse beleggingsdeskundige Martien van Winden schreef in 2000 al dat de duurzaamheid van de euro vrij beperkt is. Van Winden kondigde dus al tien jaar geleden aan dat er grote problemen op zouden doemen in 2010. Dit wordt vooral veroorzaakt door de enorme vergrijzingsgolf. De enorme kosten die dit met zich mee gaan brengen kunnen in principe alleen door de Nederlanders betaald worden. De meeste overige landen hebben hier geen geld voor gereserveerd. Klik hier voor het interview met Martien van Winden.

De enorme perikelen rond de problemen van Griekenland hebben de euro hard onder druk gezet. Verder is ook Spanje er zeer slecht aan toe. De Spaanse economie is vele malen groter dan die van Griekenland en dit herbergt dus veel meer gevaar dan die van Griekenland. De Spaanse economie is de vierde economie van Europa. De overige PIGS-landen, Portugal en Italië hebben ook grote problemen die vergelijkbaar zijn met die van Spanje en Griekenland. Veel redenen om enthousiast te zijn over de EMU zijn er dan ook niet. Vergeleken met de VS lijkt de EMU er veel slechter voor te staan. Dit ondanks het enorme begrotingstekort van de VS.


 

Wordt het een volatiel jaar op de financiële markten ?

Patrick Vandenhaute
Terugblik op 2009

Hoewel de ruiters van de Apocalyps ons het einde van de wereld voorspelden, recessie vermeden worden dankzij de maatregelen van de overheden en de centrale banken. Gelukkig leidden al deze beslissingen vanaf het derde kwartaal tot een verbetering van de economische conjunctuur in Azië, Europa en de Verenigde Staten.

2010 op economisch vlak

In de Verenigde Staten begint het herstel zich stilaan als een olievlek uit te breiden. Eerst herstelde de productie zich; vervolgens was het de beurt aan de consumptie; daarna leek ook de arbeidsmarkt stilaan te stabiliseren en uiteindelijk gaat nu zelfs het werkloosheidscijfer in dalende lijn, waardoor de consumptie ook opnieuw zal aantrekken. Dat zou aanleiding kunnen geven tot de vorming van een positieve spiraal: een stijging van de consumptie, gevolgd door een stijging van de productie en een daling van de werkloosheid.

 

Het risico op een terugkeer naar de recessie ebt dus weg. Toch temperen bepaalde elementen ons enthousiasme:

  • het begrotingstekort zal omlaag moeten, dus wellicht zijn er besparingsmaatregelen nodig;
  • de gezinnen die hard getroffen werden door de crisis, zullen wellicht minder hun toevlucht zoeken tot kredieten en meer sparen.

 

Ook in de eurozone hernam de activiteit in de loop van het derde kwartaal. Het bruto binnenlandse product liet een groei van +1,5% op jaarbasis optekenen. Hoewel de Europese economie heeft geleden onder het ineenstorten van de wereldwijde handel en de voorraadafbouw van de bedrijven, lagen precies deze twee factoren aan de basis van het herstel van de groei tijdens het derde kwartaal. De privéconsumptie daalde daarentegen wel met 0,9%, o.a. door het stopzetten van de schrootpremie in Duitsland. Intussen steeg de werkloosheidsgraad tot 9,8%. Deze trend gaat wellicht verder in 2010, met een minder sterke groei in Europa ten opzichte van de Verenigde Staten als gevolg.

Onze strategie voor 2010

De maatregelen die genomen werden om de economische en financiële crisis onder controle te krijgen, hebben bijgedragen tot een enorme voorraad aan liquide middelen en nooit geziene begrotingstekorten. Maatregelen zijn dan ook absoluut noodzakelijk. Enerzijds moeten de centrale banken de hoeveelheid liquide middelen naar omlaag proberen te krijgen en anderzijds moeten de overheden maatregelen nemen om hun begrotingstekorten te beperken.

 

Zolang de rente laag blijft, kunnen de beurzen nog stijgen. Toch is het erg waarschijnlijk dat de beurzen ook in 2010 opnieuw erg volatiel zullen zijn. Heel wat factoren kunnen zorgen voor een toename van de risicoafkeer en bijgevolg meer volatiele beursmarkten. Denk maar aan het risico dat gekoppeld is aan de strategieën om uit de crisis te geraken, de verslechtering van het soeverein risico (Griekenland, Portugal ...), de Amerikaanse dollar of de maatregelen die genomen werden om de banksector beter te reguleren.

 

Daarnaast waren de laatste weken van 2009 misschien een goede graadmeter voor wat 2010 zou kunnen brengen: goede economische indicatoren, de crisis in Dubai, ongerustheid over de Griekse schuld. Toch veranderen de gebeurtenissen in Dubai of de vrees voor de schuld in Griekenland onze visie op de beursmarkten niet. We behouden een neutrale tot licht positieve weging voor het aandelengedeelte in onze modelportefeuille en hebben een voorkeur voor de eurozone en voor defensieve sectoren (energie, farma, telecom).

 

Patrick Vandenhaute – Investment Strategy – Dexia Bank

 


 

Fiscale grensbedragen voor 2010

Guyvanroten
Doorgaans betekent een nieuw jaar voor uw beleggingen ook nieuwe maximumbedragen waarvoor u een belastingvermindering of -vrijstelling kunt genieten. In 2010 blijven deze maximumbedragen dezelfde door de negatieve inflatie in 2009. We geven u een overzicht.

De spaarrekening

Zoals u wellicht weet, zijn de opbrengsten van een spaarrekening tot een bepaalde grens vrijgesteld. Ook voor 2010 blijft deze grens 1 730 EUR. Als de intrest op uw spaarrekening hoger ligt dan dit bedrag, zal de bank een roerende voorheffing van 15% inhouden op het surplus aan intresten. Met een rente van bijvoorbeeld 1,5% zult u in de praktijk dus meestal niet belast worden op de eerste 115 333 EUR die op uw spaarrekening staan (1,5% x 115 333 EUR = 1 730 EUR). Indien de spaarrekening een gezamenlijke rekening is op naam van u en uw echtgeno(o)t(e) of uw wettelijk samenwonende partner, geniet u een dubbele fiscale vrijstelling. In 2010 zijn de renteinkomsten voor die spaarrekeningen vrijgesteld tot 3 460 EUR. Het bedrag waarop u meestal niet belast zult worden met een rente van 1,5% is hier natuurlijk dubbel zo hoog, namelijk 230 666 EUR. Naast het fiscaal interessante aspect is de spaarrekening ook de ideale oplossing om het deel van uw spaargeld dat altijd beschikbaar moet blijven, veilig en flexibel te beleggen.

Pensioensparen

Belastingvermindering

Het maximumbedrag dat in 2010 voor pensioensparen fiscaal in mindering mag worden gebracht, bedraagt – net als vorig jaar – 870 EUR per persoon. U kunt dat bedrag in één keer storten, maar het kan ook gespreid worden via een doorlopende opdracht. Om het maximum van 870 EUR te sparen, volstaat het om bijvoorbeeld maandelijks 72,5 EUR te storten. Indien u dat maximum spaart, hebt u recht op een belastingvermindering van 30 tot 40% van het gestorte bedrag, wat gelijkstaat aan een terugbetaling door de fiscus van in principe minimum 261 EUR en maximum 348 EUR (op basis van uw inkomen en te vermeerderen met de gemeentetaks). Deze belastingvermindering verhoogt het rendement op uw stortingen.

 

Taxatie

Als u vóór uw 55ste met pensioensparen gestart bent, betaalt u op uw 60ste in principe een taks van 10% (16,5% voor stortingen gedaan vóór 1993). U kunt blijven sparen tot het jaar waarin u 64 wordt. Op stortingen gedaan tussen uw 60ste en uw 64ste geniet u nog wel een belastingvermindering, maar u wordt er niet meer op belast. De ingehouden taks op uw 60ste is immers de definitieve eindbelasting. Dit is fiscaal zeer interessant !

 

Twee vormen van pensioensparen

U kunt aan pensioensparen doen via een levensverzekering of via een fonds. Naast kapitaalbescherming geniet u bij een levensverzekering ook een gewaarborgde rente, aangevuld met een jaarlijkse variabele winstdeelname. Deze formule is dus interessant voor beleggers die zekerheid op prijs stellen. Bij een fonds hebt u geen gegarandeerd rendement, maar kunt u wel een graantje meepikken van het potentieel op de beurzen. Een fonds belegt immers ook voor een deel in aandelen. Deze formule is geschikt voor wie niet zozeer naar kapitaalbescherming op zoek is, maar wel mikt op een stijging van de beurzen op lange termijn.

 

Langetermijnsparen

Belastingvermindering

Zodra uw hypothecair krediet voor uw woning is afbetaald en de fiscale aftrek of belastingvermindering van uw krediet wegvalt, kunt u met langetermijnsparen ten volle profiteren van een tweede fiscale vermindering. In tegenstelling tot bij pensioensparen wordt het maximumbedrag dat voor langetermijnsparen fiscaal in mindering mag worden gebracht, berekend op basis van uw inkomen. Voor 2010 wordt dezelfde formule toegepast als vorig jaar : 155,7 EUR + 6% x netto beroepsinkomen, met een maximum van 2 080 EUR per persoon per jaar. De maximale aftrek ligt hier dus hoger dan voor pensioensparen. Vanaf een netto beroepsinkomen van 32 072 EUR per jaar bereikt u dat maximum. Op basis van uw recentste aanslagbiljet kan uw bankier uw maximum berekenen. Indien u dat maximum spaart, hebt u – net zoals bij pensioensparen – recht op een belastingvermindering van in principe 30 tot 40% van het gestorte bedrag (op basis van uw inkomen en te vermeerderen met de gemeentetaks). Deze belastingvermindering verhoogt het rendement op uw stortingen. U kunt ook hier uw stortingen spreiden via een doorlopende opdracht. Wist u trouwens dat u langetermijnsparen en pensioensparen perfect kunt combineren?

Taxatie

Indien u vóór uw 55ste met langetermijnsparen gestart bent, wordt u op uw 60ste belast met een taks van 10% (16,5% voor stortingen gedaan vóór 1993). Bij langetermijnsparen kunt u echter blijven sparen tot aan de vervaldag van uw contract, bijvoorbeeld de datum van uw 80ste verjaardag. Zo zult u nog een belastingvermindering genieten op stortingen na uw 60ste, maar er niet meer op worden belast. De ingehouden taks op uw 60ste is immers, net zoals bij pensioensparen, de definitieve eindbelasting. Dit is fiscaal zeer interessant !

Eén vorm van langetermijnsparen

U kunt enkel via een levensverzekering aan langetermijnsparen doen. Naast kapitaalbescherming geniet u dus ook een gewaarborgde rente, aangevuld met een jaarlijkse variabele winstdeelname. Langetermijnsparen via een fonds is niet mogelijk.

Besluit

De fiscale grensbedragen van pensioensparen en langetermijnsparen blijven dezelfde in 2010. Op basis van uw inkomen kan uw bankier uw maximale aftrek voor langetermijnsparen berekenen.

 

 

Guy Vanroten – Investment Strategy – Dexia Bank


 

Merrill Lynch verkiest aandelen boven obligaties

Aandelen zullen in 2010 beter presteren dan bedrijfs- en staatsobligaties, aangezien de overheden naar de consument kijken om hen te vervangen als een katalysator voor duurzame economische groei in de nasleep van de recessie. Dat zegt beursstrateeg Bill O’Neill van de vermogensbeheerder Merrill Lynch Wealth Management.

De wereldwijde economie zal naar verwachting in 2010 met 4,3 procent groeien, na een krimp van bijna één procent in 2009. Deze voorspelling wordt gedaan in de veronderstelling dat consumenten meer zullen gaan uitgeven en lenen nu de dreiging van werkeloosheid afneemt en gezinsinkomens herstellen, aldus O’Neill.

“Overheden hebben biljoenen dollars geïnvesteerd in het herstel van de economie. Centrale banken hebben rentetarieven tot bijna nul teruggebracht. Bedrijven hebben geherstructureerd, gedesinvesteerd, gefuseerd en geleend om zich voor het herstel te positioneren,” aldus O’Neill. “Zij zullen de staf nu overdragen aan de consument om de groei in 2010 door te zetten. Halverwege het jaar zullen we zien of die overdracht succesvol is geweest.”

China en India

Van China en India wordt verwacht dat zij het wereldwijde economische herstel zullen aanvoeren met een groei van respectievelijk tien en zeven procent volgens Year Ahead 2010. Naar verwachting zal de Chinese consument de binnenlandse groei stimuleren, aldus O’Neill.

Voor de Verenigde Staten en de eurozone wordt voorspeld dat zij bescheiden zullen groeien in 2010 met respectievelijk 3 en 2 procent. De economie van Japan wordt verwacht een groei van 3 procent te realiseren nadat het een krimp van 6 procent heeft moeten incasseren in 2009. 

“We denken dat het een goed jaar gaat worden voor aandelen," aldus O’Neill. “En we verwachten groei zonder de bijkomende inflatierisico’s. Onze voorspelling is dat aandelen beter zullen presteren in 2010 dan bedrijfs- en staatsobligaties.” 

Naar verwachting zullen aandelen in het bijzonder profiteren van de versnelde groei van de Aziatische markten. Aandelen met exposure naar China, India, Maleisië, Indonesië en Korea zullen volgens O’Neill in 2010 aantrekkelijke rendementen bieden. De aandelen van de opkomende markten zullen naar verwachting beter presteren dan hun tegenhangers uit de ontwikkelde economieën. 

Cyclische aandelen in sectoren zoals olie en gas, basismaterialen en industriële ondernemingen zullen naar verwachting beter presteren dan gemiddeld. Cyclische beleggingen leidden het herstel van de markten in 2009, waarbij wereldwijde aandelen een geschat rendement genereerden van meer dan 26 procent. O’Neill verwacht dat defensieve aandelen in de gezondheid- en nutssectoren, maar ook in de auto-industrie en chemiebedrijven in 2010 tot de achterblijvers zullen horen.

Rente

Centrale banken zullen zich in 2010 waarschijnlijk meer richten op inflatie, waarbij er van landen als het Verenigd Koninkrijk, India, Korea en Indonesië wordt verwacht dat zij in de eerste helft van het jaar de rente zullen verhogen. China en de eurozone volgen naar verwachting aan het eind van het jaar. Maar de dreiging van onderliggende inflatie blijft vermoedelijk op de achtergrond, denkt O‘Neill.

“Er is kans op een korte, scherpe schok in de rentetarieven in de tweede helft van 2010,” aldus O’Neill. “Maar we verwachten niet dat de inflatie het komende jaar een probleem gaat zijn. Aanzienlijke emissies van staatsobligaties, stijgende rentetarieven en acute gevoeligheid voor tekenen van inflatie, gaan naar verwachting wel drukken op staatsobligaties.” 

“We geloven dat 2010 het jaar is om uit staatsobligaties te gaan,” aldus O’Neill. “Het rendement op staatsobligaties uit de VS en Verenigd Koninkrijk lijkt te laag. Als de korte rente gaat stijgen, zullen de obligatiekoersen naar verwachting dalen. We zien vooral risico’s in de Amerikaanse en Britse rentecurves."

De waarderingen van bedrijfsobligaties lijken in vergelijking met aandelen ook gespannen, ook al bieden zij betere vooruitzichten dan staatsobligaties, in het bijzonder kredietwaardige bedrijfsobligaties.

Valuta

Met G10-valuta die significant overgewaardeerd zijn in vergelijking met de valuta van de opkomende markten, waaronder China, Rusland en Brazilië, kan de bewegelijkheid van vreemde valuta stijgen, verwacht O’Neill. Desalniettemin zullen naar verwachting de valuta’s van Brazilië, Rusland, India en China (BRIC) in 2010 verder in waarde stijgen.

Carry trades met buitenlandse valuta, die hun voordeel doen met verschillen tussen de wereldwijde rentetarieven, zijn naar verwachting in 2010 kwetsbaar als gevolg van de stijgende G10-rentepercentages en een appreciatie van de valuta van de opkomende markten als centrale banken hun interventiebeleid laten vieren, zegt O’Neill. 

De dollar zal zich naar verwachting in 2010 herstellen, gesteund door een sterkere en duurzame groei van de Amerikaanse economie en het vooruitzicht dat de Amerikaanse centrale bank een stijging zal doorvoeren van de rentetarieven. Naar verwachting wordt de dollar aan het eind van 2010 verhandeld onder US$1,30/€1.

Grondstoffen

Grondstoffen zullen naar verwachting in 2010 profiteren van een terugkerende wereldwijde economische groei en ruwe olie zal naar verwachting gemiddeld US$ 85 per vat noteren.

Ook zal de prijs van aardgas zich herstellen, denkt O’Neill. Echter, het totale rendement voor beleggers binnen de energiesector, zal naar voorspelling niet zo indrukwekkend zijn als het rendement op energieaandelen. 

Merrill Lynch Wealth Management adviseert een focus op metalen, in het bijzonder edelmetalen, zoals goud en zilver, in grondstoffenportfolio’s. Binnen basismetalen zal koper, naar verwachting een aantrekkelijk rendement bieden vanwege de vraag uit de opkomende markten. 

Alternatief 

Binnen de categorie alternatieve beleggingen wordt verwacht dat Brits commercieel vastgoed – dat erg geleden heeft onder de financiële crisis – zal herstellen in 2010. Het zal voor het eerst zijn sinds 2006 dat deze sector weer winst gaat maken, voorspelt O’Neill.

De belangrijkste uitdaging voor regeringen in 2010 zal zijn om de wereldwijde economie minder afhankelijk te laten zijn van stimuleringsmaatregelen, aldus O’Neill. “We geloven dat 2010 een beslissend jaar zal zijn waarin de duurzaamheid van het wereldwijde economische herstel getest zal worden. En wij denken dat het zal lukken.” 


 

Twee trends bij het begin van het nieuwe jaar

Tijdens de vierde beursdag van het nieuwe jaar kunnen we al stellen dat een aantal trends duidelijk worden. 

1. De risicoappetijt blijft nog altijd sterk aanwezig. 

Aandelen hebben het jaar in de meeste markten positief ingezet. 

Op zich is dit geen verrassing. Zo is er het januari-effect waarbij de beurzen in de eerste maand van het jaar meestal positieve returns neerzetten. Dit heeft onder andere te maken met de gewoonte van beleggers om in kalenderjaren te redeneren: men vat het jaar aan met een schone lei waarbij men de neiging heeft om risico te nemen. 

De redenering gaat als volgt: op lange termijn stijgen de aandelenmarkten. Indien ik niet in aandelen zit en de beurzen stijgen zal ik moeten beslissen om alsnog op de trein te springen of gewoon hardnekkig aan de zijlijn te blijven staan en in toenemende mate gefrustreerd te zijn bij verdere koersstijgingen. Indien ik wel in aandelen zit en de koersen dalen kan ik nog altijd rekenen op een herstel later tijdens het jaar, dat nog lang is (onthou dat de belegger in dit voorbeeld in kalenderjaren redeneert). Stijgen de koersen vroeg in het jaar dan kan ik vrij vlug al wat winst realiseren. 

Een andere factor die een rol speelt in 2010 is dat de economische data in de VS sterk blijven. De ISM index (index der aankoopdirecteurs) steeg naar zijn hoogste niveau sinds november 2005 en zowel de componenten inzake nieuwe bestellingen als werkgelegenheid waren sterk. Dit is goed voor het beleggersvertrouwen in de aanloop naar het resultatenseizoen dat begin februari van start gaat. 

De risicoappetijt blijkt trouwens ook uit andere indicatoren. Beurzen in veel groeimarkten zijn sterker gestart dan in ontwikkelde markten. Er vloeit veel geld richting converteerbare obligaties. Ondernemingsobligatiespreads dalen.

2. De bi-polaire wereld (Amerika-China) wordt bevestigd

 Reeds in 2009 was dit thema sterk aanwezig (groeilanden die leidend waren om de wereldeconomie aan een hoger toerental te doen draaien) maar nu zien we ook dat de inflatie in Azië een belangrijk onderwerp wordt, getuige de beslissing van de Chinese centrale bank om de rente op schatkistcertificaten lichtjes te verhogen. We komen hiermee in een interessante faze: zal dit van aard zijn om het beleggersenthousiasme af te koelen of niet?

Qua ogenblikkelijke reactie is het antwoord duidelijk ja en de Chinese beurs noteert trouwens in de min sinds de start van het jaar terwijl de andere Aziatische markten en Europa toch wat zenuwachtig reageerden op het nieuws. Mijn vermoeden is echter dat de “wall of money” gewoon te groot is en dat een aanzet van een strakker beleid in China, dat overigens welkom is, niet van aard is om het beleggersenthousiasme blijvend af te koelen wanneer intussen het fundamentele economische plaatje verder verbetert.

William De Vijlder (Fortis Investments)

http://william.devijlder.fortisinvestments.com/nederlands/


 

Wanneer slecht goed kan worden

De slechtst presterende sectoren van 2009 hebben op dit moment de hoogste rendementen op dividenden. Hierdoor geloven we sterk in de defensieve, achtergebleven sectoren omwille van:

1. De inhaalbeweging die ze te maken hebben. Het zijn achtergebleven sectoren die vooral in tijden van twijfel beter zullen presteren. Ondertussen is de rente op de bedrijfsobligaties onder de dividendrendementen van deze sectoren gevallen.

2. Een aantal sectoren zal kunnen genieten van stabiele cash flows. Bovendien zijn de dividenden na de nieuwste resultaten reeds aangepast aan de nieuwe realiteit. Hierdoor kunnen ze bij stijgende winsten tevens opnieuw naar boven aangepast worden. 

3. Bovendien blijft het opwaarts potentieel behouden, wat bij de recent uitgegeven ondernemingsobligaties niet gezegd kan worden. Deze zullen van hun huidige koers terugvallen naar de 100% parikoers.

De sectoren waarin we geloven zijn :

1. Nutsbedrijven : de meeste nutsbedrijven kregen klappen omwille van betere alternatieven in de markt. Bovendien daalde de globale energieconsumptie voor het eerst sinds de tweede wereldoorlog.

2. Telecom : de grootste afschrijvingen op de 3G licenties werden gemaakt. Bovendien zijn een aantal globale spelers heel sterk in de groeimarkten aanwezig en profiteren daar nog van de betere marges.

3. Farmaceutische sector : had sterk te lijden onder de Obama‐vrees. Bovendien is het spook van patentexpiraties nog steeds op de horizon aanwezig. Als subsector adviseren we hier de biotechnologiesector, met een concentratie op de grotere biotech. Die hebben wel nieuwe producten in de pipeline, maar geen distributiekanaal. Heel complementair met de grote farmabedrijven die via een overnamepolitiek biotech zullen kopen.


De achtergebleven sectoren waar we niet in geloven :

1. Verzekeringen: kunnen traditioneel voor een langere periode problemen op hun balans verbergen. Hierdoor is het rendement waarschijnlijk ook achtergebleven op de banken. We vermijden de sector nog steeds.

2. Reissector: achtergebleven met reden. Heel veel genoteerde reisondernemingen kwamen omwille van de hoge schuldgraad in de problemen. We verwachten in deze sector een verdere uitzuivering en vermijden de sector dan ook volledig.


Concrete investeringsmogelijkheden :

Eerder dan in individuele lijnen te investeren geven we de voorkeur aan transparante, liquide en gemakkelijk verhandelbare instrumenten. Hiertoe eigenen indextrackers zich het best. 

Voor de 3 vermeldde sectoren :

  • Lyxor ETF DJ Stoxx 600 Telecommunications : ISIN FR0010344812
  • Lyxor ETF DJ Stoxx 600 Utilities : ISIN FR0010344853
  • Ishares Nasdaq Biotechnology : IBB

Alternatief kunnen hoog dividend fondsen tevens hun nut bewijzen. Het voordeel van deze fondsen is dat ze de meeste ervan gezuiverd werden van de financiële sector en de verzekeringssector nadat de slechtere banken aankondigden of gedwongen werden van overheidswege, geen dividenden meer uit te betalen. We geven de voorkeur aan globale fondsen.

Bruno Verstraete (Nautilus Capital)

www.nautilusag.com


 

De aandelenmarkten

Els Vanderstraeten_mini
In 2009 hebben de beurzen een indrukwekkend parcours afgelegd. Terwijl ze in januari en februari nog verder weggleden, stak een uitgelekte nota met positieve geluiden over de resultaten bij de Amerikaanse bank Citigroup in maart het vuur aan de lont. Sindsdien spurtte de Europese beurs 59% hoger. Natuurlijk kijkt iedereen nu uit naar wat 2010 in petto heeft.

2009, een opmerkelijk beursjaar

 

Grafiek 1_5846_image001

 

                               van 01-01 tot 23-12-09                     van 09-03 tot 23-12-09    

 

Europese beurs                   +27%                                                   +59%

(DJ Stoxx 600)

                                                                                                                                            

Amerikaanse                       +24%                                                   +66%

Beurs (S&P 500)

                                                                                                                                            

 

De beurzen bevinden zich nog steeds in een ‘sweet spot’ of een omgeving van lage rente met een herstel van de economische groei met weinig inflatie. De bedrijfsresultaten van het derde kwartaal waren meestal beter dan de analistenverwachtingen. Toegegeven: de gestegen winsten zijn vaak te danken aan kostenbesparingen (o.a. afslanking van het personeel). Zoals hierboven al aangehaald, hebben de bedrijven wellicht te sterk gereageerd op de crisis. Zo is het aantal gewerkte uren in de VS sinds december 2007 met 8% gedaald, terwijl het bruto binnenlands product slechts met 3 à 4% gedaald is. Als de industriële productie opnieuw herneemt, zouden de aanwervingen moeten volgen.

 

Sinds midden oktober weten de beurzen echter niet goed richting te kiezen. Begin november stak de ongerustheid over de financiële sector weer de kop op (negatieve marktreactie op de door de EU gevraagde opsplitsing van ING, de tweede ‘bail out’-ronde in het Verenigd Koninkrijk met de quasi nationalisering van Royal Bank of Schotland en Lloyds, de slechte resultaten bij UBS ...). Bovendien herinnerden de crisis in Dubai en de forse toename van de overheidsschuld in Griekenland ons eraan dat er in het economische systeem nog heel wat krediet overblijft dat op een ordentelijke manier dient te worden afgebouwd.

 

Het is zeer waarschijnlijk dat de beurzen in 2010 terug wat volatieler zullen zijn. De thema’s die de beleggers zullen bezighouden en die ervoor kunnen zorgen dat de risicoaversie toeneemt en de beurzen dus dalen, zijn een plotse ommekeer in het monetaire beleid van de centrale banken en toch ook nog steeds de resultaten uit de financiële sector. Paradoxaal genoeg zouden te goede economische cijfers de beurzen lager kunnen sturen, omdat investeerders dan vrezen dat de rente te snel verhoogd zal worden.

 

Aandelen krijgen nog steeds een neutraal gewicht in onze modelportefeuilles. Wie aandelen bezit, kan deze behouden. We zijn optimistisch voor het beursverloop van de komende maanden, aangezien we geen renteverhogingen verwachten. Nadien wordt het echter uitkijken. Daarom geven we de voorkeur aan Europese aandelen uit defensieve sectoren (farma, telecom, energie) of aandelen die een aantrekkelijk dividend uitkeren.

 

Wie een graantje van de mooie vooruitzichten van de groeilanden – die toch sterk uit de crisis zijn gekomen – wil meepikken, kiest best voor een breed gespreid fonds dat zowel belegt in Azië als in Latijns-Amerika. Bovendien is het aangewezen te werken via een spaarplan, omdat de groeilanden het thema bij uitstek zijn voor de belegger op lange termijn. Uw relatiebeheerder kan u meer uitleg geven.

 

Wie in 2009 de beursrally miste, aarzelt nu misschien om na de forse stijging terug in te stappen. Gestructureerde producten die gedeeltelijke of volledige kapitaalbescherming bieden en u toch laten profiteren van de beursstijging, zijn dan een aantrekkelijke oplossing.

Besluit

De aandelenmarkten zullen 2010 wellicht positief kunnen afsluiten. Het zal echter geen rechtlijnige ontwikkeling zijn en tijdelijke correcties zullen zeker voorkomen. Gezien de economische verbetering en het stimulerende monetaire beleid zouden aandelen beter moeten presteren dan vastrentende obligaties. Uiteraard is het aangewezen een goed gespreide portefeuille op te bouwen die past bij uw wensen en projecten.

 

Els Vander Straeten – Investment Strategy – Dexia Bank


 

Wat zal 2010 brengen ?

Els Vanderstraeten_mini
De jaarwisseling is het ideale moment om terug te blikken op het voorbije jaar een een blik te werpen op de toekomst. De wereldeconomie kroop sinds de zomer uit een diep dal, geholpen door de lage rente en door overheden die massaal investeerden in infrastructuur en de consumptie ondersteunden via belastingverlagingen, schrootpremies of subsidies bij de aankoop van een woning. In de loop van 2010 lopen veel van deze maatregelen af en het is nog maar de vraag of de economie niet opnieuw zal afglijden in een recessie … Tijd voor een gesprek met Jacques De Pover, economist bij Dexia Bank.

Herstelplannen overheid

Wereldwijd hebben de overheden massaal geld gepompt om de economie aan te zwengelen. In 2010 vallen een aantal steunmaatregelen weg : de schrootpremies in de VS en Duitsland zijn bv. ten einde. Zijn de westerse economieën sterk genoeg om verder te groeien zonder de steun van de overheden?

“De Amerikaanse economie staat er beter voor dan algemeen verwacht werd door de meeste economisten. Eind maart waarschuwde ik al voor overdreven pessimisme. In het vierde kwartaal van 2008 en het eerste van 2009 werden de voorraden immers brutaal afgebouwd. Zo heeft Arcelor Mittal bv. haar productie wereldwijd met de helft teruggeschroefd, terwijl achteraf bleek dat de vraag slechts met 35% gedaald was. De ondernemingen hebben misschien wat te fel gereageerd op de crisis. Sinds de zomer worden de voorraden opnieuw aangevuld. De consumptie in de VS kende effectief een zware inzinking eind 2008, maar klom toch vrij snel uit het diepe dal.“

Het opnieuw aanleggen van de voorraden zal dus voor een positieve spiraal zorgen?

“In het vierde kwartaal van 2009 en het eerste kwartaal van 2010 zal de voorraadopbouw nog steeds een positieve bijdrage tot de groei leveren, en wat belangrijker is: het zal een positieve spiraal op gang brengen. We zien nu al dat de werkloosheid in de VS stabiliseert. Dat zorgt ervoor dat het vertrouwen bij de gezinnen verder zal toenemen, wat dan weer positief is voor de consumptie en finaal dus ook voor de productie. En dat zou tot nieuwe aanwervingen moeten leiden ...“

Dus de Amerikaanse economie kan terug op eigen benen staan?

“Laat ons zeggen dat de Amerikaanse economie sterk genoeg is om de afbouw van het herstelplan op te vangen. Sinds eind augustus wordt de schrootpremie niet langer toegekend bij de aanschaf van een nieuwe wagen. Toch zagen we geen inzinking in de autoverkoop; in oktober en november steeg die zelfs fors.”

Autoverkopen in de VS

 

Grafiek 1_14023_image001
 

En wat met Europa?

“Over de Europese economie ben ik wel wat meer ongerust, hoewel er toch ook positieve signalen zijn. Zo gaan de indicatoren die naar het sentiment van de ondernemers peilen, al enkele maanden in stijgende lijn. Deze indicatoren zijn betrouwbaar, want ze zijn gebaseerd op enquêtes waarbij concrete vragen aan de ondernemers worden gesteld, zoals “Hoe ziet het orderboekje voor de komende maanden eruit?”, “Zal u het productieritme verhogen?” enz.

De particuliere consumptie in Europa blijft echter ontgoochelen. In Duitsland werd de schrootpremie afgeschaft in september en in Frankrijk zal ze verlaagd worden in 2010. Afwachten hoe de autoverkoop hierop zal reageren ... Mijn grootste bezorgdheid betreft echter de sterke euro, die de concurrentiepositie van de Europese ondernemingen op de wereldmarkt bemoeilijkt. Het is zelfs zeer opmerkelijk dat Jean-Claude Trichet, voorzitter van de Europese Centrale Bank (ECB), zich ook in die richting uitliet.“

Zal de rente stijgen ?

De overheidstekorten swingen de pan uit: in de VS is het tekort opgelopen tot 9,9 % van het bruto binnenlands product (bbp), in België tot 5,6%, in Frankrijk tot 8,3% en in Duitsland tot 3,4%. Ooit moeten deze tekorten toch afgebouwd worden. Hoelang zal dit wegen op de economische groei?

“De hoge tekorten zijn voor een gedeelte te verklaren door de overheidssteun die de banken ontvangen hebben. We zien echter al dat deze steun stilaan terugbetaald wordt. Bovendien zullen de centrale bankiers zeker een oogje in het zeil houden, opdat de overheden hun verantwoordelijkheid opnemen en de tekorten geleidelijk aan afbouwen. Daarnaast hebben de infrastructuurwerken die in 2009 gestart zijn, de tekorten eenmalig de hoogte ingeduwd.

Door de betere economische vooruitzichten zullen de fiscale ontvangsten wel wat toenemen, maar toch zullen bezuinigingsmaatregelen nodig zijn. Een periode van recessie wordt traditioneel gevolgd door een periode van sterke economische groei. Maar gezien de budgettaire beperkingen zal de economie deze keer slechts aan een bescheiden tempo herstellen.“

De herstelplannen leidden wel tot een toename van de overheidsschulden. In 2009 konden de overheidsuitgiftes vlot geplaatst worden. Vooral financiële instellingen kochten staatspapier in een vlucht naar veiligheid. Zal het staatspapier in 2010 nog even vlot geplaatst kunnen worden of staan we aan de vooravond van een rentestijging?

“De komende maanden zie ik de rente niet echt stijgen. Momenteel wordt de gestegen vraag naar krediet door de overheden nog steeds gecompenseerd door de gedaalde vraag naar krediet door de ondernemingen. Het is een klassiek fenomeen dat de ondernemingen in tijden van crisis minder kredieten aangaan. Aangezien ik de economie in 2010 verder zie opklaren, vermoed ik ook dat de ondernemingen vanaf de tweede helft van 2010 nieuwe investeringen zullen doen en dat de kredietvraag opnieuw zal toenemen. Naar eind 2010 toe kan de langetermijnrente dus wat stijgen. Maar laten we niet vergeten dat de rente – zelfs na een stijging met 1% – zowel in de VS als in Europa historisch gezien nog steeds zeer laag is.“

Eind 2010 kan de rente met maximaal 1% stijgen

 

Grafiek 2_19978_image001

Nu de economie aan de beterhand is, zullen de centrale banken de rente verhogen. Zal de Amerikaanse of de

Europese Centrale Bank de eerste zijn?

“Moeilijke vraag. De kerntaak van de ECB is de inflatie binnen de perken te houden. In de zomer van 2008 heeft ze de rente bijvoorbeeld nog verhoogd, terwijl de eerste tekenen van een forse groeivertraging al duidelijk waren. De inflatie steeg in juli 2008 echter – weliswaar tijdelijk – tot 4% en de ECB hechtte duidelijk meer belang aan prijsstabiliteit dan aan groei. De Amerikaanse Centrale Bank (Fed) daarentegen houdt naast de inflatie ook de economische groei in het oog. Ondanks het verwachte herstel van de economie denk ik niet dat centrale bankiers de officiële kortetermijnrente snel zullen verhogen – ten vroegste in het najaar van 2010 en dan nog zeer geleidelijk aan. Ik vermoed dat ze eerst zeker willen zijn dat het financiële systeem voldoende stabiel is. De centrale banken zijn trouwens wel al gestart met een geleidelijke afbouw van de overvloedige liquiditeiten naar de banksector.”

Financiële sector

De centrale banken hebben enorm veel liquiditeiten ter beschikking gesteld om de noodlijdende financiële sector te hulp te schieten. Is deze sector ondertussen al aan de beterhand?

“De catastrofale scenario’s die begin 2009 de ronde deden, zijn gelukkig niet uitgekomen. De resultaten van de financiële sector waren dat jaar zelfs beter dan verwacht. De extreem lage kortetermijnrente heeft de banken dan ook geen windeieren gelegd. We zien ook dat heel wat banken – Citigroup, Bank of Amerika, BNP Paribas, Société Générale – starten met de terugbetaling van de ontvangen overheidssteun.”

Zijn alle problemen voor de banken van de baan?

“Het is mogelijk dat banken in 2010 nog in moeilijke papieren raken of dat ze nog extra voorzieningen voor slechte kredieten moeten rapporteren, maar de financiële sector staat er beter voor dan begin 2009. De betere economische vooruitzichten zullen er ook voor zorgen dat er minder ondernemingen failliet zullen gaan, waardoor de voorzieningen voor slechte kredieten minder groot zullen zijn.”

Groeilanden : motor wereldeconomie ?

Sinds eind 2008 geeft China enorme bedragen uit aan o.a. infrastructuurwerken om de groeidoelstelling van 8% te behalen. Het ziet er naar uit dat de kaap van 8% overschreden zal worden en dat de groei in 2010 zelfs naar een hogere versnelling zal schakelen. In welke mate heeft China bijgedragen tot het herstel van de economie van de ontwikkelde landen in 2009?

“Net als andere groeilanden zoals India en Brazilië heeft China zeker bijgedragen tot het sneller dan verwachte economische herstel. Toch mogen we niet vergeten dat we leven in een geglobaliseerde wereld, waar de buitenlandse handel een belangrijke rol speelt. De crisis die in de VS startte, mondde uit in een wereldwijde recessie. Het herstel waarvan de kiemen inderdaad in Azië liggen, zal wereldwijd gevolgd worden.”

Was China de reddende engel?

“China pakte inderdaad uit met een enorm pakket aan herstelmaatregelen en we mogen zeker stellen dat ze in hun opdracht geslaagd zijn. Nochtans zag het er eind 2008 niet goed uit. De export zakte in elkaar, maar de binnenlandse consumptie en de investeringen bleven groeien dankzij de maatregelen. Dat de wereldeconomie aan de beterhand is, merken we aan de recente stijging van de Chinese export. Ook in de andere landen van het Verre Oosten neemt de export toe.”

De Chinese export herneemt

Grafiek 3_25281_image001

Grondstoffen

Terwijl de olieprijs begin 2009 rond de 35 dollar per vat schommelde, wordt momenteel al 75 dollar per vat neergeteld. Ook de prijzen van andere grondstoffen zoals koper, lood en zink stegen fors. Hoe kunnen we deze toch sterke stijging verklaren en wat zijn de verwachtingen voor 2010?

“Ik ben van mening dat de stijging van de grondstofprijzen vooral het gevolg is van de groeiende populariteit van grondstoffen als beleggingsalternatief. We konden dit begin december al zien: door de toegenomen onzekerheid bij de beleggers, door o.a. de Dubai-affaire en de onrust over het Griekse overheidstekort, daalden de olieprijzen.

Hoewel de vraag naar grondstoffen vanuit China in 2009 inderdaad toenam, zijn er geen tekorten. In de ontwikkelde landen is de vraag immers fors teruggevallen. Bovendien zijn de olievoorraden van de westerse landen omvangrijk. Toch verwacht ik niet dat de olieprijs veel zal dalen in 2010; waarschijnlijk zal hij schommelen in een vork van 70 à 83 dollar per vat.”

Evolutie olieprijs

 

Grafiek 4_28112_image001

Verwachte groeicijfers

                                     2009             2010

Verenigde Staten     -2,5%          +2,6%

Eurozone                   -3,9%          +1,5%

China                        +8,4%          +9,7%

India                         +6,0%          +7,5%

Brazilië                       0,0%          +4,0%

Bron : Economische vooruitzichten Dexia Research december 2009

Besluit

Begin 2010 ziet het economische plaatje er veel beter uit dan menig economist had durven hopen. De wereldeconomie zal terug groeien, maar voor de westerse landen zal het aan een bescheiden tempo zijn.

Els Vander Straeten – Investment Strategy – Dexia Bank


 

"ING straks te klein om te overleven"

Doordat de ING Groep gedwongen is om zich af te gaan splitsen wordt haar totale marktpositie aanmerkelijk verkleind. Van de 9e plek ter wereld qua banken gaat het bedrijf naar de 13e plek. ”Te klein om zelfstandig te blijven” aldus oud-grondlegger Wim Scherpenhuijsen Rom tegenover de Nederlandse krant De Stentor. Hij stelt dat het bankwezen van ING Groep daarom een interessante overnamekandidaat is. Hij noemt dit een kwestie van tijd. 

Scherpenhuijsen Rom is één van de grondleggers van de ING Groep. In de jaren 90 ging het bedrijf vol goede moed de strijd aan met ABN AMRO. ING Groep stootte toen door top de 10 van de wereld. De gedwongen afsplitsing wordt door hem als kwalijk ervaren. Van Scherpenhuijsen Rom stelt dat er veel misverstanden zijn over het bedrijf. Zo is de staatssteun van Wouter Bos niets anders dan een hele dure lening (hoge rente) waardoor de schatkist juist meer gevuld wordt. De betaalde rente bedraagt 15%. De belastingbetaler profiteert juist van de geboden staatssteun aldus Scherpenhuijsen Rom. 

Overnamekandidaat
ING Groep is niet het slachtoffer geworden van haar expansiedrift aldus Scherpenhuijsen Rom. De oorzaak van de huidige problematiek zijn juist door Kroes, Bos en Hommen ontstaan zo stelt hij tegenover De Stentor. Door de gedwongen afsplitsing wordt ING een te kleine speler om internationaal mee te doen. Het einde van een zelfstandig ING is daarom in zicht. Partijen zoals Deutsche Bank en HSBC die in omvang het dubbele zijn noemt Scherpenhuijsen partijen die ING over zouden kunnen nemen. Een overname noemt hij een kwalijke zaak voor Nederland. Dit omdat Nederland dan internationaal gezien nog minder te zeggen krijgt. 


 

De energiesector

De rentabiliteit en de aandelenprestaties van de energiesector hangen in grote mate af van de olieprijs, die de voorbije twee jaar heel sterk schommelde. Momenteel evalueren de beleggers de vooruitzichten van de energiesector dus met een olieprijs in het achterhoofd, die ondanks de recente stijging nog steeds meer dan de helft lager ligt dan de piek van midden 2008.

De olieprijzen zelf zijn het resultaat van de vergelijking tussen het aanbod en de wereldwijde vraag. In de zomer van 2008 steeg die vraag tot 87 miljoen vaten per dag, om door de financiële crisis terug te vallen tot ongeveer 83 miljoen vaten. Als de markt – zoals nu het geval is – geen `gecontroleerde´ vrije markt zou zijn, had dat moeten leiden tot een nog sterkere olieprijsdaling. De OPEC, die 43% van de wereldwijde olieproductie controleert, reageerde al snel door haar productie te beperken. Maar eigenlijk is Saoedi-Arabië de centrale bankier van de oliemarkten. Als de olieprijzen dankzij de bodemprijs van de OPEC ondersteund worden, vergen substantieel hogere prijzen immers een opleving van de vraag naar olie.

 

De oliewinning is moeilijker in te schatten. Voor de kusten van West-Afrika en in Rusland en Kazachstan worden nieuwe projecten op het getouw gezet. Tal van wingebieden, in het bijzonder in Mexico, zien hun productie echter aanzienlijk teruglopen. Zo kelderde de productie van het olieveld van Cantarell, het tweede grootste olieveld ter wereld, onlangs met 34% in vergelijking met vorig jaar. De talloze nieuwe ontwikkelingen, zoals de ontdekkingen voor de kusten van Brazilië of de teerzanden, en de projecten die nog in studie zijn, vooral in de Noordelijke IJszee, zijn erg duur en vergen een hoge olieprijs om rendabel te zijn. De kans is dus groot dat de wereldwijde olieproductie het moeilijk zal krijgen om te voldoen aan de vraag als de internationale economie binnen twee jaar weer op volle toeren draait.

 

Evolutie van de koers van de Brent en de Dow Jones Stoxx 600 - Oil & Gas index

Grafiek 1_19038_image001
 

Hoe evolueren de oliebedrijven in een dergelijk klimaat ?

Dankzij de huidige niveaus zijn oliegiganten, zoals Total of BP, in staat hun investeringen te dekken en hun hoog dividend te betalen. Die bedrijven snoeien in de kosten om een zekere speelruimte te creëren, voor het geval de olieprijzen niet sterker zouden opveren dan hun huidige peil. Als de olieprijs wél zou opflakkeren, zouden ze terug cashflow kunnen genereren, de dure boringen kunnen betalen – voornamelijk in de wateren rond Groenland of in het dieper gelegen gedeelte op het Mexicaanse plateau – of gewoonweg hun aandelen terug kunnen inkopen.

Hetzelfde geldt voor de bedrijven uit de oliedienstverleningssector. Als de prijzen op de huidige niveaus zouden blijven, rekening houdend met de lage waarderingen voor die aandelen, zullen de grote uitgavenprogramma’s van de oliereuzen niet sterk moeten worden teruggeschroefd. Als de olievraag echter zou toenemen, zouden de booractiviteiten en de kosten voor de dienstverlening weer aanzienlijk stijgen – net als de prijzen. In een dergelijk klimaat zijn de huidige aandelenprijzen bijzonder laag.

Wellicht zal de olieproductie geen aanzienlijke groei laten optekenen; een standpunt dat gedeeld wordt door de voornaamste productiespecialisten in Saoedi-Arabië. Bovendien is het slechts een kwestie van tijd voor de economische motor weer stevig draait en de daaruit voortvloeiende energievraag de olieprijzen zal doen stijgen. De huidige koersen van de oliegiganten, de dienstverlenende bedrijven of de kleine exploratie- en productieondernemingen houden geen rekening met een hogere olieprijs. Uiteraard zorgen de grootste nieuw ontdekte olievoorraden voor een extra stijgingseffect voor bepaalde bedrijven. Bij wijze van voorbeeld: de belangrijke ontdekkingen in de grondlagen voor de kust van Brazilië hebben de vooruitzichten van BG Group en Repsol op lange termijn grondig gewijzigd.

Besluit

Als gevolg van de lage oliekoersen en de crisis zijn talrijke investeringen in de energiesector bevroren. Eens de wereldeconomie weer op volle toeren draait, zullen de productie- en raffinagecapaciteit moeite hebben om aan de vraag te voldoen. Deze beperkte speelruimte kan de olieprijzen de hoogte in jagen.

Omwille van zijn financiële gezondheid en zijn vooruitzichten op middellange termijn is de energiesector overwogen in de modelportefeuilles.

Bernard Bemelmans – Investment Strategy – Dexia Bank


 

Winstverwachtingen nemen toe, rente blijft laag

Als gevolg van het nieuws over de betalingsstop door staatsconcern Dubai World gingen de aandelenmarkten deze week flink de min in, daalde de obligatierente en schoten verzekeringspremies op staatsschulden in de opkomende landen omhoog. 


De financiële markten waren vooral zo aangeslagen omdat Dubai zich niet garant wilde stellen voor de schulden van Dubai World en omdat Abu Dhabi, het olierijke buuremiraat van Dubai, niet ingreep. De centrale bank van de Verenigde Arabische Emiraten zorgde alleen maar voor liquiditeit bij de banken. De verkoophausse was het sterkst op de lokale markten. Toen het tot beleggers doordrong dat de gevolgen voor de wereldeconomie en de financiële markten beperkt zouden zijn, werd het verloren terrein snel weer teruggewonnen.


Er waren meer redenen voor nervositeit: de Duitse bank WestLB had 4 miljard euro extra staatssteun nodig. De Bundesbank concludeerde dat de Duitse banken nog EUR 90 miljard aan bijzondere waardeverminderingen op leningen zullen moeten boeken. Ook het IMF is van mening dat banken vooralsnog maar circa de helft van het feitelijk te lijden verlies hebben verantwoord. 


Het huidige tijdsgewricht werd eveneens zichtbaar in de belasting van 2% die Brazilië op de kapitaalinstroom gaat heffen, de devaluatie van de Vietnamese munt en het nieuws dat het overheidstekort in Griekenland veel hoger ligt dan eerst gedacht en dat de overheidsschuld de pan uit kan rijzen. Op zich waren deze voorvallen niet belangrijk genoeg om ernstige problemen te veroorzaken, maar duidelijk is dat de rekening voor de excessen uit het verleden nu wordt gepresenteerd.


In het licht van al dat slechte nieuws ontwikkelden de aandelenmarkten zich verrassend veerkrachtig. Het vooruitzicht van hogere bedrijfswinsten (de winstverwachtingen blijven toenemen) en het extreem soepele monetaire beleid bieden vooralsnog solide steun. Sterker nog, uit Amerikaanse cijfers blijkt dat bijna 90% van de toename in de binnenlandse winst voor rekening komt van financiële ondernemingen die profiteren van een steile rentecurve. Zelf zien we de winstontwikkeling in de sector financiële ondernemingen niet in dat tempo verlopen. We houden het er dan ook op dat er vooral bij niet-financiële spelers nog ruimte is voor verdere koerswinsten.


Wij handhaven onze overweging van aandelen. Onze voorkeur gaat daarbij uit naar de opkomende markten, terwijl we neutraal zijn ten opzichte van de overige regio’s. Binnen obligaties (onderwogen) hebben we staatspapier verkocht (inmiddels een omvangrijke onderweging) en geïndexeerde leningen gekocht (nu neutraal). Deze tactische transactie werd ingegeven door een sterk seizoensmatig (dat wil zeggen, eindejaars) patroon voor inflation-linked papier.


Teleurstellend was de daling van de Amerikaanse ISM-index. Na eerst onder invloed van de voorraden te zijn aangetrokken, zag de productiesector het tempo verzwakken. Reden voor paniek is er echter niet. Deze indicator staat nog op groei, de deelindex voor de werkgelegenheid bevindt zich nog altijd op positief terrein en de nieuwe orderontvangsten stegen sterk.


De consumentenbestedingen lijken zich goed staande te houden. Ook in november zijn de autoverkopen weer gestegen. Verder tekende zich een verbetering af in de aanstaande huizenverkopen, een maatstaf die vaak fungeert als voorloper voor andere verkoopmaatstaven. De belastingaftrek voor huizenkopers komt de huizenmarkt ten goede. Belangrijke obstakels blijven de hoge werkloosheid, het groeiend aantal executieverkopen en het feit dat steeds meer gezinnen een hypotheek hebben die hoger is dan de waarde van hun huis.


De stemmingsindex van de eurozone is gestegen naar het hoogste niveau sinds de ondergang van Lehman Brothers. Op dit moment staat de teller op een bbp-groei van nul (op jaarbasis), een flinke verbetering ten opzichte van het negatieve percentage van 4,1% dat voor het derde kwartaal werd genoteerd. Wel is de werkloosheid weer gestegen, wat tot verdere druk op de loongroei kan leiden. De zwakke geld- en kredietgroei kunnen voor de ECB reden zijn om de rente ongemoeid te laten.


Japan is wederom in de ban van deflatie: de CPI-inflatie bedraagt -2,5% op jaarbasis en de kerninflatie -1,1%. De arbeidsinkomsten dalen nog steeds. Ook in de productiesector matigt de groei. De inkoopmanagersindex ging naar beneden maar hield net boven het omslagpunt van 50 stil. De industriële productie vertoonde de traagste groei sinds het herstel van de economie. Op de export en de productie kan de sterke yen zwaar wegen, vooral ook omdat de binnenlandse economie blijft kwakkelen.


Naar het zich laat aanzien, zal de groei in de opkomende markten matigen. In China stabiliseerde één inkoopmanagersindex terwijl weer een andere een lichte stijging boekte. In India vlakte de export af. De productie is hier onverwachts gedaald, na de sterke stijgingen van de voorgaande maanden die de productie tot niveaus van voor de crisis omhoog stuwde. Voor Taiwan daalde de inkoopmanagersindex enigszins, maar het cijfer is nog altijd hoog. In Brazilië schoot de inkoopmanagersindex naar het hoogste niveau sinds november 2007.


Joost van Leenders

Investment specialist – investment strategy 

Fortis Investments


 

Zeepbel op de Chinese beurs ?

Els Vanderstraeten_mini
China heeft alle zeilen bijgezet. Het voor 2009 vooropgestelde groeicijfer van 8% zal zelfs overschreden worden. De stimuleringsmaatregelen van de overheid compenseerden de gekelderde vraag vanuit het westen ruimschoots.

 

 

De afgelopen dertig jaar ontpopte China zich als fabriek van de wereld. Tijdens die periode kende het land een gemiddelde jaarlijkse groei van 9,8%. De afgelopen jaren kon geen enkele crisis (bv. de Aziatische crisis in 1997-1998 of het uiteenspatten van de technologiezeepbel in 2000) echt roet in het eten gooien. Tussen 2004 en 2008 trachtte de regering de groei zelfs af te remmen tot ongeveer 8% per jaar. De groeidoelstelling van 8% is nodig om voldoende jobs te blijven creëren voor de groeiende arbeidsbevolking. Hiertoe legde ze exportheffingen op, werd de rente verhoogd en kwamen er beperkingen op de kredietverlening. Vandaar dat de recente crisis aanvankelijk hard toesloeg in China.

 

Stimuleringspakket

Het land reageerde echter zeer kordaat. Onmiddellijk na het faillissement van Lehman Brothers in september 2008 werd de rente verlaagd. Ook de beperkingen op de kredietverlening werden opgeheven, wat in 2009 tot een ware kredietexplosie heeft geleid.

 

Al in november 2008 was er de aankondiging van een enorm pakket aan overheidsmaatregelen ter waarde van 4 triljoen yuan (586 miljard dollar), of ongeveer 18% van het Chinese bruto binnenlands product (bbp). Het herstelplan voorzag vooral in investeringen in infrastructuur (auto- en spoorwegen, luchtvaart, elektriciteitsnet). Daarnaast vloeide er ook geld naar de gezondheidszorg en het onderwijs.

 

Dankzij de centraal geleide economie duurt een beslissingsproces in China niet erg lang, waardoor het plan vrij snel vruchten afwierp. Zo versnelde de groei in het derde kwartaal al tot 8,9% op jaarbasis. Voor het vierde kwartaal van 2009 en het eerste kwartaal van 2010 voorspellen economen zelfs groeicijfers van 10%. Het valt dan ook niet te verbazen dat de eerste waarschuwingen voor nieuwe zeepbellen op de vastgoedmarkt of op de Chinese beurs opduiken.

 

Vastgoed

De sterke Chinese groei is te danken aan de overheidsinvesteringen, maar ook aan de privé-investeringen - voornamelijk in vastgoed - en de sterke binnenlandse consumptie. Het aantal verkochte huizen steeg dit jaar met 85% en de prijzen van bv. nieuwe appartementen in Shanghai zijn met 30% gestegen.

 

De vraag dringt zich dan ook op of we voor een nieuwe zeepbel staan. Ons lijkt het risico klein, omdat de Chinese vastgoedprijzen - na een daling in 2008 - dit jaar slechts met 2% stegen. Bovendien zou slechts 25% van de huisbezitters een hypothecair krediet hebben en bedraagt het gemiddelde kredietbedrag 46% van de waarde van het vastgoed, tegenover 76% in de VS. Daarnaast moeten eigenaars 20% van hun eigen woning zelf financieren. Wie vastgoed koopt als belegging, moet 40% zelf financieren (Bron : The Economist 10-10-2009).

 

Besluit

Dankzij het stimuleringsplan groeit de economie sterker dan verwacht. Ook de binnenlandse consumptie blijft groeien en wordt steeds belangrijker. In 2010 kan de groei nog wat versnellen, omdat de export opnieuw een positieve bijdrage zal leveren.

 

De Chinese beurs is weggelegd voor de dynamische belegger. Weet wel dat Chinese aandelen na de recente stijging niet langer goedkoop zijn.

 

Els Vander Straeten – Investment Strategy – Dexia Bank


 

Australische dollar : duurzaam herstel of niet ?

Patrick Vandenhaute
De economische vertraging en de financiële crisis in 2008 hebben de Australische dollar (AUD) geen goed gedaan. Sinds begin dit jaar is hij echter terug sterk gestegen tegenover de euro (+ 24%, slotkoers op 12/11/09). Enerzijds is die hernieuwde belangstelling voor de AUD toe te schrijven aan de wereldwijde conjunctuurverbetering, en anderzijds aan de betere cijfers van de Australische economie.

Gevolgen van de economische crisis

Tijdens de economische en financiële crisis van 2008 zijn de sterke punten van de Australische economie (grondstofreserves en handel met de Aziatische markten) voor één keer slecht uitgepakt. Australië voert namelijk veel grondstoffen uit en de hoge prijzen daarvan vormden maandenlang een belangrijke ondersteunende factor voor de economie en de munt van het land. Door de vertraging van de wereldeconomie in 2008 werden de grondstoffen echter alsmaar goedkoper, terwijl het volume van de Australische uitvoer kelderde. In dat klimaat is de Australische economie in een recessie beland, waardoor de AUD steeds dieper wegzakte. Om die neerwaartse spiraal te doorbreken, stelde de regering snel een economisch herstelplan op en verlaagde de centrale bank haar belangrijkste rentevoet van 7,25 tot 3%.

Australië verhoogt zijn rente opnieuw als eerste van de G20

Toch heeft de Australische economie de conjunctuurverslechtering blijkbaar beter doorstaan dan de wereldeconomie. Daar zijn verscheidene redenen voor. Ten eerste hebben de bedrijven geen massale ontslagen doorgevoerd, maar hebben ze de voorkeur gegeven aan een vermindering van de gepresteerde uren. Ten tweede is de Australische banksector vrij ongeschonden uit de financiële crisis gekomen, waardoor de regering haar herstelplan volledig kon aanwenden om de economie aan te zwengelen. En ten derde hebben de autoriteiten de twee herstelplannen heel snel ingevoerd.

 

Na de publicatie van een resem meevallende economische indicatoren verwachtte de markt al enkele weken een verhoging van de officiële rente. De centrale bank verhoogde haar rente van 3% tot 3,75%. “Toch blijft het Australische monetaire beleid heel inschikkelijk", aldus de gouverneur van de centrale bank.

 

In haar communiqué vermeldde deze dat de groei in de loop van volgend jaar waarschijnlijk weer op kruissnelheid zal komen, en dat het gevaar voor een sterke inkrimping van de economie wegebt.

 

De cijfers geven haar gelijk

Er worden meer banen gecreëerd dan verwacht. In oktober kwamen er bijna 25 000 bij, terwijl algemeen voor een verlies van 10 000 jobs was gevreesd. Er begint zich ook een verbetering af te tekenen in de vastgoedsector, waar behoorlijk wat kredietaanvragen binnenlopen.

 

Ondertussen blijft China maar uitpakken met cijfers die aantonen dat ‘s lands macro-economische omgeving gezond is. De Wereldbank heeft haar groeiprognose voor de Chinese economie en voor Oost-Azië dan ook opwaarts herzien voor 2009 en 2010. Gezien zijn drukke handelsbetrekkingen met die landen zal Australië daar ongetwijfeld een graantje van meepikken, zeker nu de grondstofprijzen terug oplopen in het zog van de aantrekkende wereldvraag.

 

De Australische dollar

Dankzij de betere economische cijfers en de twee renteverhogingen van de Australische Centrale Bank is de AUD, sinds zijn bodem op 10 oktober 2008, 23% duurder geworden tegenover de euro (sluiting 12-11). Veel analisten verwachten dan ook dat de Australische dollar zijn opmars zal voortzetten.

 

Besluit

Gezien de betere macro-economische cijfers vinden we een belegging in Australische dollar bij wijze van diversifiëring opportuun. Bovendien bieden de obligaties in AUD een hoger rendement dan die in EUR.

 

Patrick Vandenhaute – Investment Strategy – Dexia Bank

 

 


 

Goedkoop geld: een recept voor zeepbellen?


2009 is een uitstekend jaar voor beleggers geworden, waarmee de grote verliezen van 2008 gedeeltelijk zijn goedgemaakt. De champagne kan worden besteld, maar die heerlijke belletjes zijn niet de enige bellen waaraan beleggers denken. We bevinden ons tenslotte in de nasleep van een crisis, op een punt in de cyclus waar in het verleden vaak de basis werd gelegd voor financiële zeepbellen. De combinatie van extreem lage rentevoeten, ruime liquiditeit en een beperkte vraag naar geld vanuit de reële economie kan gemakkelijk leiden tot overbelegging in bepaalde financiële activa. Dat is de reden dat door liquiditeit aangedreven markten de neiging hebben om slecht economisch nieuws te negeren, wat mooi wordt uitgedrukt in het oude adagium “bull markets climb a wall of worry” (“stijgende markten beklimmen een muur van zorgen”).

Recentelijk hebben diverse gerenommeerde economen gewaarschuwd dat er mogelijk nieuwe zeepbellen in de maak zijn. De meest evidente daarvan is die in Aziatisch vastgoed. De prijzen van vastgoed in landen als China, Hong Kong en Singapore nemen een hoge vlucht, een situatie die eenvoudig kan worden verklaard uit een combinatie van hoge economische groei, een sterke toename van het geldaanbod en rentevoeten die kunstmatig laag worden gehouden vanwege de koppelingen met de Amerikaanse dollar.

In de Westerse wereld is de kans op het ontstaan van nieuwe zeepbellen veel kleiner dan in Azië of Latijns-Amerika. We hebben hier weliswaar ook een lage rentevoet, maar voor zeepbelcreatie is vaak tevens een hoge geldgroei nodig. Het geval wil dat de groei van het brede geldaanbod (M2 en M3) in de VS en in Europa zeer bescheiden is, veel beperkter dan in de periode 2003-2007, toen de zeepbel in de huizenprijzen werd gecreëerd. De centrale banken pompen nog steeds enorme hoeveelheden geld in de markt, maar dit aanbod bereikt de reële economie niet volledig (de banken lenen slechts mondjesmaat meer geld uit) en blijft vastzitten in het bankensysteem, waar het waarschijnlijk wordt geparkeerd in staatsobligaties en andere activa met een laag risico.

Naast de hierboven genoemde ontwikkelingen moeten we nog een ander verschijnsel noemen dat tot het ontstaan van zeepbellen kan leiden: de zogeheten “carry trade”. Deze constructie wordt toegepast door hedgefondsen en andere financiële spelers, die geld lenen in een liquide, laagrenderende valuta en dat beleggen in riskante, hoger renderende activa. Voor de crisis was de Japanse yen de voorkeursvaluta, nu is het de Amerikaanse dollar. Omdat Ben Bernanke heeft beloofd om de dollarrente voorlopig dichtbij nul te houden en de VS op korte termijn waarschijnlijk weinig bezwaar tegen een zwakke dollar zullen hebben, lenen beleggers graag in dollars om deze te beleggen in hoog renderende valuta’s, grondstoffen en aandelen. Dit kan bijdragen aan het ontstaan van zeepbellen in elk van deze activa.

Wat kan de belegger hiervan leren? Zeepbellen zorgen voor tijdelijke beleggingskansen, maar timing is daarbij van cruciaal belang. In de VS en in Europa is de kans op het ontstaan van zeepbellen vooralsnog klein, ondanks de extreem lage rentevoeten. Elders in de wereld zien we nog geen echte zeepbellen, maar wel een paar kandidaat-zeepbellen. Aziatisch vastgoed, grondstoffen (inclusief goud) en aan grondstoffen gerelateerde aandelen en valuta’s zijn goede voorbeelden. De Amerikaanse dollar is een soort omgekeerde zeepbel, omdat deze verder is verzwakt door de carry trade en duidelijk ondergewaardeerd is (de reële waarde ten opzichte van de euro is 1,20). De Amerikaanse munt kan daardoor op een perverse manier een uitstekende veilige haven blijken te zijn als en wanneer er een correctie in de financiële markten plaatsvindt en de “carry traders” gedwongen worden om dollars terug te kopen.

Ad van Tiggelen is senior strategist bij de Multi-Asset Group van ING Investment Management. De informatie in zijn columns is niet bedoeld als beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen.


 

Is de status van de dollar op lange termijn in gevaar ?

Patrick Vandenhaute
Sinds de invoering van de euro
hebben de appreciatie- en depreciatiefasen van de dollar tegenover de euro elkaar opgevolgd. In 1999-2000 werd er sterk getwijfeld aan de sterkte van de euro. Tijdens de financiële

crisis (maart 2008 - maart 2009) steeg de dollar opnieuw tegenover de euro en speelde hij zijn rol van vluchtwaarde

en reservemunt. Maar sinds maart van dit jaar vertoont de dollar weer een dalende tendens.

De bokkensprongen van de dollar

In 2006-2007 en begin 2008 daalde de dollar tegenover de euro en de munten van de opkomende landen, waardoor de Verenigde Staten kapitaal zagen wegstromen naar de groeilanden. In die periode was de zwakte van de dollar vooral te wijten aan de stijging van het tekort op de lopende rekening van de VS. In de tweede helft van 2008 en begin 2009 herpakte de dollar zich en stroomde er weer kapitaal naar de VS. Als gevolg van de financiële crisis schuwden de beleggers namelijk alle risico en versluisden ze hun kapitaal naar markten die als veiliger en liquider staan aangeschreven, onder andere die van de Amerikaanse overheidsobligaties. Sinds maart 2009 laat de dollar het echter opnieuw afweten.

 

Vanwaar die ongerustheid over de dollar ?

De ongerustheid van de beleggers situeert zich op verschillende niveaus. Ten eerste maken ze zich zorgen over het toenemende begrotingstekort na de diverse economische herstelmaatregelen. Volgend jaar zou dat 1.600 miljard USD of 12% van het bruto binnenlands product bedragen. Ten tweede hebben de beleggers vragen bij de kwaliteit van de dollar na de balansverhoging van de Amerikaanse Centrale Bank en diens aankopen van risicoactiva om de financiële sector te stabiliseren. De uitlatingen van de Chinese autoriteiten en de belangrijkste OPEC-landen over de status van de dollar als reservemunt hebben de negatieve stemming ten aanzien van de dollar alleen maar verergerd. En last but not least hebben de verklaringen van de Fed-voorzitter Ben Bernanke voor de commissie financiële diensten van het Congres de twijfel over de gezondheid van de dollar zeker niet weggenomen. Hij zei namelijk dat "als we niet gauw orde op zaken stellen, de dollar in gevaar komt en het meest kritieke punt daarin de begrotingsstabiliteit op lange termijn is".

 

En wat zijn de vooruitzichten voor de dollar op korte termijn (drie à zes maanden) ?

Volgens de prognoses van Dexia Research zal de Amerikaanse economie in 2010 trager groeien dan vroeger, onder andere wegens de hoge schulden van de huishoudens. Daardoor wordt het voor de regering moeilijker om het overheidstekort terug te dringen, en zal de overheidsschuld hoog blijven. Bovendien wordt vaak geopperd dat de VS een nieuw wisselbeleid zouden kunnen voeren, namelijk de dollar nog lager laten zakken om de uitvoer aan te zwengelen en de economie sterker te doen opveren. De directeur van de nationale economische raad heeft die mogelijkheid aangekaart bij het Witte Huis, voor wie de economische opleving staat of valt met een verbetering van het exportvolume. Wellicht zal de dollar dus terugkeren naar zijn niveau van april 2008 (1,60 EUR/USD).

 

En op lange termijn ?

Tegenwoordig is de dollar niet meer alleen de munt van de VS, maar wel de munt van een grote dollarzone met  - naast de VS - China, Hongkong, een aantal landen in het Midden-Oosten, Venezuela ... Al die landen hebben hun munt aan de dollar gekoppeld en hebben geen andere keuze dan dollars te kopen om de munt te stuiten in haar val. Op lange termijn zou de dollar er dan weer bovenop kunnen komen. Bovendien zal de rente - gezien de gestage conjunctuurverbetering - in de loop van 2010 gaan stijgen, wat de dollar zal ondersteunen en doen appreciëren.

 

Evolutie EUR/USD

 

Grafiek 1_9754_image001
 

Besluit

Op korte termijn zijn we niet positief over de Amerikaanse dollar, vooral gezien het enorme begrotingstekort. Op langere termijn zijn we echter positiever, gezien zijn status van reservemunt en de waarschijnlijke heropleving van de rente in 2010.

 

Patrick Vandenhaute – Investment Strategy – Dexia Bank

 


 

India : China achterna ?

Els Vanderstraeten_mini 

Politiek gezien zijn India en China elkaars tegenpolen; economisch gezien zitten ze op hetzelfde spoor. Na Japan en China is India de derde grootste economie van Azië. Al bij al heeft het land de crisis goed doorstaan. De economische groei is weliswaar teruggevallen, maar dankzij het herstelplan van de overheid kon een recessie – net als in China – vermeden worden.

In de periode 2002-2007 zorgden de economische hervormingen en het gunstige investeringsklimaat voor een gemiddelde jaarlijkse groei van 9%. In 2008 viel de groei echter terug tot 7,3%. Na het uitbreken van de financiële crisis in september 2008 vormde de spectaculaire toename van de overheidsbestedingen in combinatie met een reeks snelle renteverlagingen door de centrale bank de basis voor het economische herstel in de eerste jaarhelft. Voor heel 2009 wordt uitgegaan van een groei van 5 à 6 %, om in 2010 opnieuw te versnellen richting 7%.

 

Groeiende consumentenmarkt

Met 1,2 miljard inwoners heeft India de tweede grootste bevolking ter wereld. De binnenlandse vraag is dan ook een onmisbaar element voor de ontwikkeling van het land. De tijd dat Indiërs vooral landbouwers waren, ligt achter ons. Vandaag is de landbouw nog slechts goed voor 17% van de totale activiteit van het land, terwijl het aandeel van de industrie op ongeveer 30% uitkomt. Multinationals zoals ArcelorMittal of Tata veroveren de wereld. Het belang van de dienstensector in de economie neemt eveneens gestaag toe. Daar waar China in eerste instantie vooral de kaart van de industriële massaproductie trok, mikt India met goed opgeleid personeel eerder op de dienstensector (bv. IT-bedrijven).

 

De forse stijging van de binnenlandse consumptie en de investeringen werden ondersteund door de toegenomen kredietverlening. In de periode 2002 - 2007 nam de kredietverlening aan de privé-sector jaarlijks met 20% toe, met een piek van 32% in 2006. Maar in 2008 viel de groei van de kredietverlening terug tot 12%. Niettemin is de totale schuldpositie van de privésector nog steeds relatief beperkt (bedraagt in India slechts 51% van het bbp tegenover 118,5% in China en 212% in de VS – bron : Fitch) . Het Indiase bankstelsel – voornamelijk staatsbanken – bleef ook grotendeels gespaard van de storm die het 'westerse banklandschap' teisterde.

 

Keerzijde van de sterke binnenlandse vraag is de toename van de invoer, waardoor India kampt met een tekort op de lopende rekening. Het gewicht van de export in het bruto binnenlands product (bbp) is beperkt (20%), waardoor het land minder afhankelijk is van de vraag uit het buitenland dan China.

 

Congrespartij wint verkiezingen

Tijdens de jongste parlementsverkiezingen van mei 2009 heeft de partij van Sonia Gandhi en premier Mammohan Singh veel beter gescoord dan door politieke analisten werd voorspeld. Zo heeft de Indiase kiezer het licht op groen gezet om verder de weg van de economische modernisering in te slaan. Er wordt vooral geld uitgetrokken voor investeringen in infrastructuur en voor de verdere ontwikkeling van het platteland, waar nog veel armoede heerst. Ondanks het beperkte belang in het bbp verschaft de landbouwsector immers werk aan 55% van de bevolking. Het veel droger dan verwachte regenseizoen van 2009 zou tijdelijk op de groei kunnen wegen.

 

Buitenlandse investeringen

Andere motor achter het Indische groeiverhaal zijn de buitenlandse bedrijfsinvesteringen. Door de kredietcrisis kwamen deze op een laag pitje te staan, maar door de klinkende overwinning van de Congrespartij kwam de instroom van buitenlandse investeringen dit jaar terug op gang.

 

Meer en meer multinationals zijn geïnteresseerd om zich te vestigen in India, en zo vaste voet te krijgen in één van de veelbelovende consumentenmarkten van het komende decennium. De autofabrikanten Toyota, Honda en Volkswagen hebben plannen aangekondigd om tegen 2012 fabrieken te vestigen in India, om de dalende vraag in de mature consumentenmarkten in Europa en de Verenigde Staten deels te compenseren.

 

India heeft nog een inhaalbeweging te maken op China

 

                                                                              India                                      China

Bevolking                                             1,2 miljard inwoners            1,3 miljard inwoners

Bbp/inwoners in 2008*                      1.010 USD                                            3.315 USD

Verwachte groei 2009*                                      5,4%                                      8,5%

Verwachte groei 2010*                                      6,4%                                      9,0%

Aandeel export in bbp                                       20%                                       35%

Lopende rekening in

2008 (% bbp)                                                       -4,7%                                     + 9,7%

 

* Bron : IMF

 

Beurs

De interesse van de buitenlandse beleggers voor de Indiase beurs is teruggekeerd. Terwijl de lokale beursindex BSE100 in 2008 meer dan de helft van zijn waarde verloor, kon in 2009 al een herstel van 55% worden voorgelegd (in Indiase roepie). De Indiase beurs is goed gediversifieerd en bevat een brede waaier aan sectoren, zoals banken, infrastructuur, consumentengerichte sectoren, informatietechnologie, farmacie enz.

 

Besluit

In 2009 zal de groei vertragen tot 5 à 6%. Oorzaak is de combinatie van de globale economische recessie – die in het begin van het jaar de groei van de Indiase economie beknotte – en de negatieve impact van het slecht regenseizoen in de tweede helft van het jaar. India is nog minder ontwikkeld dan China, maar is bezig aan een inhaalbeweging. De groeiende middenklasse zal de economie op het groeipad behouden.

 

Els Vander Straeten – Investment Strategy – Dexia Bank

 


 


 

't Is al goud wat blinkt

 

Bernard Bemelmans klein
Op 18 november 2009 liet het goud een nieuwe recordprijs optekenen: 1 052,3 dollar voor een ons. Hoewel dit het edele metaal onder de aandacht brengt, blijft de vraag of het wel een “gouden zaak” is. De voornaamste redenen daarvoor zijn de inflatie en de zwakke dollar. We gaan dieper in op deze elementen die de goudprijs de voorbije maanden hebben ondersteund, en trachten te achterhalen wat de volgende maanden voor ons in petto hebben.

Inflatie

Goud wordt beschouwd als een bescherming tegen inflatie. Het vertoont de neiging te stijgen wanneer er een inflatiedreiging bestaat. Sommigen verwijzen daarnaar omdat de centrale banken in hun strijd tegen de ineenstorting van het financiële systeem en de economische crisis die daaruit is voortgevloeid, grote renteverlagingen hebben doorgevoerd en massaal liquide middelen in het financiële systeem hebben gepompt. Dat geld is niet volledig teruggevloeid naar de economie. Een groot deel ervan werd immers geblokkeerd als waarborg bij de centrale banken. Als dit geld echter te snel omgezet wordt in kredieten (bv. woonkredieten, autoleningen of kredieten aan het bedrijfsleven) dan zou de inflatie fors kunnen stijgen. Dexia Research gelooft echter niet in dit scenario.

De exitstrategie (het verminderen van de liquiditeiten die de centrale banken ter beschikking gesteld hebben) wordt een delicate oefening. De regeringen en de centrale banken gaan bijzonder nauwlettend toezien op de evolutie van de inflatie om elke ontsporing te vermijden. Een te snelle stijging van de inflatie zou de centrale banken immers verplichten hun officiële rente op te trekken, wat de zich nog steeds herstellende wereldeconomie niet ten goede zou komen.

Evolutie goud en inflatie VS

Grafiek 1_11603_image001

Zoals uit bovenstaande grafiek blijkt, lag het verband tussen de inflatie en de stijgende goudprijs in de jaren ’70 en ’80 voor de hand. We wijzen er evenwel op dat dat momenteel niet het geval is. Sinds een tiental jaar is de inflatie immers stabiel gebleven onder invloed van de globalisering van de markten; de voorbije maanden is ze zelfs negatief geweest. Dat klimaat heeft echter niet kunnen verhinderen dat de goudprijs op tien jaar tijd verdrievoudigd is. Bovendien vond de eerste rally van de goudprijs plaats tussen 1931 en 1934, op het dieptepunt van de Grote Depressie en in volle deflatie. Het verband tussen inflatie en de goudprijs is dus zeker niet eenduidig!

De dollar

Net als de andere grondstoffen wordt goud verhandeld in dollar. Als die zwakker wordt, worden de grondstoffen voor de beleggers “goedkoper” in andere munten, zoals de euro. Dankzij de stijging van de goudprijs kan men zich beschermen (indekken) tegen een daling van de Amerikaanse munt. Nu heeft de greenback het de laatste tijd moeilijk gehad. Tijdens de eerstvolgende kwartalen zullen het Amerikaanse tekort op de handelsbalans en begroting, en de noodzakelijke schuldafbouw bij de Amerikaanse gezinnen de dollar onder druk blijven zetten (zie artikel pagina 5). In 2010 zal die schuldafbouw trouwens voor een slappe groei zorgen. De onderstaande grafiek toont duidelijk het verband tussen de dalende dollar en de stijgende goudprijs.

 

Evolutie goud en dollar

 

 Grafiek 2_31477_image001

Goud als vluchtwaarde ?

De grote belangstelling voor goud is dus toe te schrijven aan de bezorgdheid over de dollar en de inflatie. Bovendien fungeerde goud als gevolg van de crash op de aandelenmarkten, als vluchtwaarde of “veiliger” alternatief voor vele beleggers.

Zolang het economische klimaat onzeker blijft, zullen de speculanten en de beleggers – eerder dan de industrie- en juwelensector – de goudprijs op korte termijn als vluchtwaarde blijven ondersteunen. Eens de economie goed herneemt, zouden deze speculatieve posities echter snel omgekeerd kunnen worden met een daling van de goudprijs tot gevolg.

Op lange termijn zal de goudprijs wellicht blijven stijgen als gevolg van het grote onevenwicht tussen vraag en aanbod. Voorzichtigheid blijft echter geboden. Een belegging in goud houdt immers ook een risico in dat te maken heeft met de dollarevolutie. Bovendien hangt het rendement ervan enkel af van de eventuele meerwaarde. Er wordt geen coupon of dividend uitgekeerd.

Besluit

Goud kopen is veeleer speculeren dan beleggen. Het is moeilijk om de verdere evolutie ervan te voorspellen, omdat die kan worden bepaald door andere dan zuiver economische factoren.

Wie toch op de evolutie van de grondstoffen wil inzetten, kan beter opteren voor diversificatie en niet al zijn eieren in dezelfde mand leggen … ook al is ze dan van goud.

 

Bernard Bemelmans – Investment Strategy – Dexia Bank


 



Beursblogs