Middernachtmis in Damascus

Als de avond valt over Maalula, een dorpje in een bergkloof op een uurtje rijden van Damascus, verzamelen jongeren in het klooster van de heilige Thekla, een van de vroege christelijke martelaren en naar verluidt een feministe avant la lettre. De jongeren van Maalula blijken allemaal trompet of trommel te spelen. Op volgepakte open bestelwagentjes scheuren ze door het dorp, intussen kerstdeuntjes trompettend en zwaaiend naar de inwoners op hun balkons, die bij wijze van begroeting vuurwerk afschieten.

Het pittoreske Maalula is een van de laatste plaatsen ter wereld waar de inwoners Aramees spreken, de moedertaal van Christus. In het oude Byzantijnse Sergius-kerkje wordt nog het onzevader in het Aramees opgezegd, maar een middernachtmis in het Aramees hebben ze niet. 'Aramees spreken we thuis', zegt Marwan, die ook op kerstavond zijn snackwinkeltje open houdt. 'In de kerk spreken we Arabisch, met soms een flard Grieks.'

Bij gebrek aan Aramese middernachtmis neem ik in het donker de weg terug naar Damascus. In de christelijke wijk van de oude stad, nabij Bab Touma (de Thomas-poort), lopen de straten vol met christenen op weg naar de mis. En met moslims, want Bab Touma is de levendige uitgaanswijk van de multireligieuze Syrische hoofdstad (christenen mogen hier zonder gewetenswroeging gezellige bars met alcohol uitbaten).

De Olijvenkerk van het Grieks-katholieke patriarchaat van Damascus loopt vol. Een mooie, grote, eenvoudige kerk, waar het koor bezwerende Byzantijnse liederen zingt - Damascus was tot de zevende eeuw Byzantijns - en daarna de christelijke psalmen in het Arabisch. Als ode aan Allah, 'God' in het Arabisch, voor welke religie dan ook. Geen betere plek in de wereld om mijn eerste middernachtmis ooit te mogen beleven.


 

Kerstdrukte in Beiroet

Kerstmis is altijd een beetje lijden, tenminste tot de feestdis klaarstaat. In Beiroet is dat niet anders. Al sinds enkele dagen zitten de straten van de Libanese hoofdstad propvol, door een toevloed van auto's met kerstshoppers. Op de grote in- en uitvalsuitwegen staan automobilisten uren in de file. Rondom de grote malls, zoals het 'ABC'-winkelcentrum in de centrale wijk Achrafiyeh, is er geen doorkomen aan.

Rheine (37) loopt met haar twee kindjes de winkels langs en tussendoor lachen ze met de kerstmannen die met gevolg en trompet eindeloos door de gangen schallen. 'Het verkeer is ellendig, omdat er in dit land geen echte planning bestaat en het openbaar vervoer waardeloos is', zegt Rheine. 'Maar tegelijk kan iedereen nu vrij gaan winkelen, omdat we na jaren van burgeroorlog en onveiligheid nu eindelijk in rust leven. Propvolle straten en overbevolkte winkelcentra zijn eigenlijk een ode aan de vrede.'

De christenen van Beiroet, naar schatting zo'n derde van de bevolking, hangen intussen hun gevels vol met kerstversiering en lichtjes. 'Het is zo'n beetje een competitie geworden in de straat', lacht een man die druk bezig is nog een laag verlichte kerststerren aan te brengen aan zijn gevel. 'Elk jaar geven we meer geld uit om de buren te overtroeven.'

Hoewel er van een witte kerst hier geen sprake is - in het beste geval blijft de regen uit - is het opmerkelijk hoezeer de kerstsfeer leeft. De christelijke minderheden van Libanon, Syrië en Jordanië doen donderdagavond pakjes open, dineren met de familie en gaan naar de middernachtmis, vaak in de oudste kerken van de wereld. De moslim-meerderheid doet niet in pakjes op kerstavond, maar dat belet hen niet mee de winkelcentra te vullen. Iemand moet toch eens onderzoeken waaruit die universele aantrekkingskracht van kerstbomen, kerstmannen en Jingle Bells precies bestaat. Beiroet wenst u een zalig kerstfeest.
 

Het vervolg van een organenverhaal

Sommige verhalen brengen een mens terug naar de zomer. In augustus haalde Israël hard uit naar Zweden, toen journalist Donald Boström in de krant Aftonbladet een verhaal had gepubliceerd over gedode Palestijnen die terug werden overgedragen aan hun families zonder een aantal organen. Boström legde een verband met een recentere zaak van organenhandel vanuit Israël.

De Israëlische regering noemde het verhaal antisemitisch, enkele ministers trokken een vergelijking met de middeleeuwse aantijging dat joden christelijke kindjes vermoordden voor hun bloed en er werd geëist dat de Zweedse regering het artikel zou veroordelen.

Twee dagen geleden zond het Israëlische Channel 2 een interview uit met dokter Jehuda Hiss, opgenomen door een Amerikaanse onderzoekster in het jaar 2000. Hiss zei daarin dat zijn Abu Kabir-instituut organen wegnam van dode Israëlische soldaten en burgers, en van Palestijnen. Zonder instemming van hun families. Het ging om onder meer hoornvliezen, hartkleppen en huid. Vooral dat laatste schokte de Amerikaanse onderzoekster en daarom gaf ze haar bandje met het interview nu aan de Israëlische televisie, in de nasleep van de Zweden-rel.

Voorlopig zijn er relatief weinig reacties op het verhaal, ook internationaal niet. Het Israëlische leger ontkent de praktijken niet, maar zegt dat ze 'tien jaar geleden zijn opgehouden'.

Ik vraag me af wat de Zweedse journalist nu denkt. Enkele wezenlijke feiten in zijn artikel heeft hij niet kunnen staven. Maar omdat Boström de getroffen Palestijnse families een stem heeft gegeven, komt het hele verhaal nu wel naar boven. Dokter Hiss werkt overigens nog altijd voor hetzelfde instituut.

Wat denken we erover in de Arabische wereld? De eerste Libanees die ik aansprak, haalde zijn schouders op en zei: 'Zie je wel'.

 

Op zoek naar 51 miljoen jobs

Rapporten van de Verenigde Naties boezemen me doorgaans weinig vertrouwen in. Ze voorspellen de toekomst over 25 jaar en niemand die de moeite neemt te controleren wat ze 25 jaar geleden hebben voorspeld — waarschijnlijk zouden we lachen.

Maar soms is er een VN-rapport dat frappant lijkt. Zo’n 140 miljoen Arabieren leven onder de armoedegrens, zeiden het United Nations Development Program (UNDP) en de Arabische Liga gisteren. Dat is 40 procent van de 350 miljoen Arabieren.

De cijfers kunnen enigszins misleidend zijn — er leven bijvoorbeeld nog tientallen miljoenen Arabieren buiten de ‘Arabische wereld’, zoals de twaalf miljoen afstammelingen van Libanezen en Syriërs die begin twintigste eeuw naar Brazilië migreerden. En er zijn grote verschillen tussen de diverse landen. Het rapport toont vooral bezorgdheid over de Afrikaans-Arabische landen Somalië en Sudan, plus Jemen op het Arabische schiereiland.

Maar grosso modo zeggen de cijfers natuurlijk wel iets. De cijfers zijn namelijk in de laatste twintig jaar niet gezakt, aldus het UNDP, en in sommige landen zelfs gestegen. Dat komt deels door de sterke bevolkingsgroei, waardoor jongeren moeilijk jobs vinden — een klacht die overal in de regio weerklinkt. Volgens het rapport zijn er in de komende tien jaar 51 miljoen nieuwe jobs nodig, alleen al om de jeugdwerkloosheid niet verder te doen toenemen.

Misschien, zo suggereert het UNDP, zou meer hulp van de olierijke Golfstaten soelaas kunnen bieden aan de armere Arabische broeders en zusters.

Het lijkt logisch. Tegelijk deed die mededeling me denken aan de charmante dame op leeftijd die me vertelde: ‘De echte miserie is begonnen toen de arme Egyptenaren in de jaren zeventig in Saudi-Arabië gingen werken. Plots kwamen ze allemaal met conservatieve ideeën en hoofddoeken terug. In televisieshows uit de jaren zeventig zie je keurige heren in pak naast aantrekkelijke dames met losse haren. Vandaag zitten ze gescheiden en zijn de vrouwen gesluierd.’


 

Landen kunnen niet weglopen

Met ‘nieuwe horizonten’ op zak stapte de Libanese premier Saad Hariri (39) gisteren weer in het vliegtuig in de Syrische hoofdstad Damascus. Op zijn eerste bezoek aan grote buur Syrië stelde Hariri samen met de Syrische president Bashar al-Assad een ‘hartelijke en serieuze relatie’ in het vooruitzicht.

Dat gesprek moet nochtans voor allebei niet gemakkelijk zijn geweest. In de Libanese burgeroorlog, van 1975 tot 1990, moesten Syrische troepen orde op zaken komen stellen. Maar ze vertrokken pas weer in 2005, door een Libanese golf van verontwaardiging na de dodelijke aanslag op ex-premier Rafik Hariri. ‘Mister Libanon’ was ook de vader van de huidige Libanese premier.

Volgens Libanese getuigen had de Syrische president Assad aan Rafik Hariri kort voor diens dood gezegd dat hij ‘Libanon op zijn hoofd zou breken’. Syrië ontkent dat, en ook elke betrokkenheid bij de aanslag. De VN-onderzoekers in de zaak weten nog niet hoe het zit.

De relatie tussen de twee landen blijft kwetsbaar. ‘Kijk gewoon op de kaart: Libanon is een bergprovincie van Syrië’, zegt een oudere zakenman in Beiroet. Niet elke Libanees denkt daar overigens zo over.

Er is ook de Libanese sjiitische groepering Hezbollah, die wordt gesteund door Syrië. Na een woelige periode zit de pro-Iraanse en pro-Syrische Hezbollah nu in de regering van de pro-Amerikaanse en pro-Saudische Saad Hariri. ‘Hezbollah is een normale partij geworden, met een eigen leger dat ons tegen Israël beschermt omdat niemand anders het doet’, zegt Ali, een jonge sjiiet. ‘Ze bewijzen nu trouwens dat ze als politicus geen haar beter zijn dan de anderen.’

Of de zon zal blijven schijnen tussen de twee buurlanden, valt nog te bekijken. Maar niemand klaagt over de rust die in de regio schijnt weer te keren. Of zoals een krant vandaag schreef: ‘De waarheid is dat Libanon niet kan weglopen van Syrië of omgekeerd.’


 

Neef en nicht vrijt licht

Gesprekken afluisteren is onbeleefd, maar soms komen ze in je oren gevlogen. Zoals het meisje in een café in Beiroet dat aan haar vriendinnen vertelde: 'Mijn ouders zijn het product van twee broers en zussen.' Of ook: haar vier grootouders zijn twee broers en twee zussen.

De logica is soms wat moeilijk om te volgen - een tekeningetje maken helpt - maar waar het over gaat: huwen binnen de familie. Bij ons was dat ook lange tijd niet abnormaal, conform het oude Nederlandse gezegde: 'Neef en nicht vrijt licht'. Maar in de Arabische wereld is het nog altijd een hardnekkige gewoonte - vooral tussen neef en nicht - zij het met regionale verschillen. Van de Egyptenaren is 65 procent, aldus een studie, een kind van huwen binnen de familie. In Saudi-Arabië 54 procent, in Libanon 24 procent. Tegenover, vandaag, 2 procent in de VS en Europa.

In een cultuur waar buitenshuis flirten (vóór het huwelijk) nog altijd moeilijk ligt - zeker in arme kringen krijgt een mens al snel een slechte naam - is trouwen binnen de familie een kwestie van gemak. Bovendien wordt het huwelijk 'stabieler': scheiden is moeilijker als je schoonmoeder ook je tante is. En de bruidsschat blijft binnen de familie, zelfs bij een scheiding.

De wereld is wel in beweging: er wordt meer getrouwd tussen religieuze gemeenschappen en zelfs ongehuwd samenwonen gebeurt. Maar van Bahrein en Saudi-Arabië tot in Syrië doen ziekenhuizen nu genetische tests om familie-trouwers te waarschuwen of hun kinderen een hoger risico lopen op 'genetische' ziekten, zoals bloedziekten.

Sommigen nemen zelf maatregelen. 'Mijn twee nichten zijn met twee broers getrouwd', vertelde iemand onlangs. 'Om te voorkomen dat hun kinderen ooit met elkaar zouden trouwen, hebben mijn nichten elkaars kinderen gezoogd. Bij ons betekent dat symbolisch dat ze jouw eigen kinderen worden. Zodat ze niet meer kunnen trouwen.'

Jorn De Cock


 

Vloek en zegen van Kopenhagen

Het sneeuwt in België, hoorde ik vandaag. Het lijkt erop dat het weer een spelletje speelt met de mensheid. Terwijl de heren in maatpak in Kopenhagen maar geen zinvolle maatregelen nemen tegen de aardopwarming, heeft het klimaat zelf beslist overal om te slaan.

Ik kan me nauwelijks herinneren wanneer er nog een witte kerst in België was. De inwoners van Abu Dhabi kunnen zich nauwelijks nog herinneren wanneer ze zoveel regen hebben gezien in hun woestijnland. Sinds anderhalve week komt het water geregeld met bakken uit de hemel vallen. Het land is er niet op voorzien en dus overstromen de straten en regent het auto-ongevallen.

Hetzelfde elders in het Midden-Oosten. Nauwelijks had ik geschreven hoe droog Jordanië wel staat, of de zondvloed brak er aan. Goed voor het land, want de waterreservoirs staan voor een keer vol. Maar het lijkt niet op te houden: Beiroet, Damascus, overal wordt aanhoudende regen gemeld.

Het meest tragische weernieuws komt uit Saudi-Arabië. Zelden viel daar zoveel regen als vorige maand tijdens de hadj, de pelgrimstocht naar Mekka. Bij overstromingen in de havenstad Jeddah vielen 117 doden.

Gisteren meldde de Saudische burgerbescherming dat ze nog altijd op zoek is naar lijken die wegdreven op de Al-Harazat begraafplaats. Vanuit hun woestijncultuur hebben de Saudi's eenvoudige begrafenisriten: een overleden mens wordt gewoon onder een hoopje zand begraven, zonder naamvermelding. De burgerbescherming zoekt nu met duikers naar de verdwenen lijken, in de bronnen waar het water zich nu heeft teruggetrokken.

Het goede nieuws is dat regen helpt tegen zonde. De politie van Dubai stelde dit jaar al zesduizend overtredingen vast op het strand, van kussen en vrijen tot mensen die in onderbroek zwemmen. Met de regen zijn de stranden van Dubai een oord van zedigheid geworden. Leve Kopenhagen.
 

Als een hongerlijder voor een buffet

'De meeste kunstenaars hier schilderen een kameel en bedoeïenen met een valk. Amerikanen schilderen toch ook niet alleen cowboys en indianen? Mijn schilderijen gaan over pijn en vreugde. Vrouwen met gezichtssluiers, als waren het maskers, net zoals die van bankovervallers. En ook naakten: vroeger een grote nono in de Emiraten, maar ik verkoop het meest op mijn meest provocatieve tentoonstellingen, ook aan mensen in hoge kringen.'

Anders dan Arabische landen met een verstedelijkte geschiedenis van duizenden jaren, zoals Syrië of Egypte, zijn de Verenigde Arabische Emiraten een land waar lange tijd nauwelijks kunst bestond. De bedoeïenencultuur was er een van orale overlevering, omdat er in de woestijn nu eenmaal weinig te beschilderen valt. Het komt dan als een verrassing om Jamal Luqman (38) te ontmoeten in Abu Dhabi.

Luqman opende hier in 2006 de allereerste kunstgalerie. 'Het was de enige mogelijkheid om mijn eigen schilderijen op te hangen', lacht hij. 'Mijn vader erkende mijn talent al vroeg, maar natuurlijk zag hij het meer als een hobby. Ik ben dan internationale marketing gaan studeren in de VS - om het aanvaardbaar te houden - en kunst studeerde ik erbij. Plots ging de wereld open. Ik leek wel een hongerlijder voor een open buffet.'

En nu doet Luqman het goed in de Emiraten. 'Sommigen noemen mijn werk satanisch, anderen kopen het voor veel geld. In feite is dat een compliment voor mijn land: het is in ontwikkeling.'

Vindt hij het niet jammer dat Abu Dhabi binnenkort voor vele miljarden een eigen Louvre en Guggenheim opent, in plaats van lokale kunstenaars te steunen? 'Binnenkort kan ik opstaan en met mijn zoontje naar topwerken gaan kijken', zegt Luqman. 'Terwijl de hele wereld zich ontwikkelde, zaten wij vast in de woestijn. Maar de generatie van mijn zoontje zal opgroeien te midden van de mooiste kunst van de wereld.'
 

Een verhaal van twee steden

Niet dat wij er onze tenten hebben opgeslagen, maar langs de kustlijn van Abu Dhabi staat het duurste hotel ooit gebouwd: Emirates Palace, kostprijs 2 miljard euro. Nabij de stad ligt het gloednieuwe Formule 1-circuit op Yas Island, waar onlangs Sebastian Vettel als eerste over de finish reed in de eerste F1-race van Abu Dhabi. En op Saadiyat Island zal in 2012 het Abu Dhabi Louvre worden geopend en in 2014 het Guggenheim-museum, ontworpen door toparchitect Frank Gehry.

Bescheidenheid is, kortom, niet het eerste woord dat in een mens opkomt bij het binnenrijden van de hoofdstad van de Verenigde Arabische Emiraten. Slechts een uurtje rijden noordwaarts ligt Dubai, de overmoedige grote broer van Abu Dhabi, en in vergelijking daarmee oogt Abu Dhabi voorzichtig, conservatief en haast lieflijk. Een beetje onderkomen zelfs, in vergelijking met de pracht en praal van Dubai.

Toen sjeik Zayed in 1971 de eerste president werd van de Verenigde Arabische Emiraten, mocht zijn Abu Dhabi - als hoofdstad van het grootste emiraat van de VAE - de hoofdstad van de nieuwe federatie zijn. De oliekraan van Dubai is al een tijdje leeggelopen, en zo produceert Abu Dhabi nu 95 procent van de olie van de VAE. Deze week is waarschijnlijk de onderhuidse familiestrijd tussen de twee beslecht, toen Abu Dhabi aankondigde met 10 miljard dollar zijn pronkerige broer van de ondergang te redden.

Er is daarover nochtans niet echt een hoerastemming te merken in Abu Dhabi. Feestgedruis, dansende menigten? 'Natuurlijk moeten ze zich ginds nu slecht voelen in Dubai', zegt Jawad, die in een bank werkt. 'Maar we weten niet eens of ze daar wel gaan toekomen met die 10 miljard dollar. En of ze ons niet zouden meeslepen in een eventuele val. We weten ook niet wat onze regering als tegenprestatie heeft geëist voor onze 10 miljard. Dus twijfel ik of ik trots of boos moet zijn.'


 

De afdaling van Dubai

Ook absurde ervaringen zijn ervaringen. En dus sta ik in een blauw-rood skipak op latten in de sneeuw, met zetelliftjes die voorbij dansen en halverwege de afdaling een Zwitserse chalet. In Dubai, woestijnland, staat de grootste overdekte skipiste in de wereld, met ‘echte’ sneeuw, te midden van een mall.

Wat zou Wilfried Thesiger daarvan denken? Thesiger was een Britse oeravonturier die van 1945 tot 1950 per kameel door het Lege Kwartier reisde, de genadeloze woestijn die de kust van Oman verbindt met wat nu de Verenigde Arabische Emiraten zijn. In zijn boek Arabian Sands verbergt Thesiger zijn bewondering voor zijn reisgenoten niet: gebalde en verweerde Arabische bedoeïenen, wier bloedlijn niet is vermengd door buitenlandse invallers.

Thesiger beëindigde zijn kameelreis in wat toen de ‘Trucial Coast’ heette, de ‘Verdragskust’, naar het bestand dat Londen in de negentiende eeuw sloot met de emiraten aan de kust. Toen Thesiger in 1950 in Abu Dhabi aankwam, was het een ‘klein vervallen dorp langs de kust, gedomineerd door een groot kasteel’, met tweeduizend inwoners.

Thesiger kameelde verder naar ‘Dibai’, waar hij keek naar de ‘kreek te midden van de stad, met 25.000 inwoners de grootste van de Verdragskust’. Maar ook toen was de bevolking er al internationaal: ‘Bleke Arabische stadsmensen, gewapende bedoeïenen, negerslaven, Baloechi’s, Perzen en Indiërs.’

Kort na Thesigers doortocht werd olie ontdekt aan de Verdragskust. In 1971 werden de Verenigde Arabische Emiraten gesticht, met Abu Dhabi als hoofdstad en Dubai als groot8 ste stad. Ze zijn internationale namen geworden, en gisteren heeft het olierijke Abu Dhabi met 10 miljard dollar het leven gered van het blitse maar geplaagde Dubai.

Thesiger legde zich later moeizaam neer bij de ontwikkeling van de Verdragskust. De skipiste van Dubai, geopend twee jaar na Thesigers dood in 2003, heeft hij niet meer gezien.

Jorn De Cock


 

OVER DEZE BLOG

Jorn De Cock reist vier maanden door het Midden-Oosten, van Beiroet naar Bagdad. Hij tekent onderweg de grote en kleine feiten van elke dag op. Beiroet-Bagdad loopt in samenwerking met het Fonds Pascal Decroos

Zoeken op deze blog





Vlaamse blogs