NIEUWJAAR OP DE GOLAN

  • Gepost op vrijdag 1 januari 2010 om 20:49
  • door De Standaard Online

‘Houd de straten schoon’, zegt een bord in Quneitra. Misschien gaat het om een vreemd soort ironie. Quneitra is een verlaten stad, die haast volledig in puin ligt. De iconen zijn verdwenen uit de orthodoxe kerk, het topje van de minaret is weggeschoten, de crèche is platgewalst door Israëlische bulldozers, en het hospitaal van Quneitra, ooit tweehonderd bedden groot, is doorzeefd met kogels. Alleen het uitzicht is prachtig: de Golan is een aaneenrijging van groene heuvels, met Alpenweiden en olijfboomgaarden.

Toen Israël in 1967 met zijn grote offensief de oude stad van Jeruzalem, de Westelijke Jordaanoever, Gaza, de Sinaï en de Golan veroverde, veranderde Quneitra en de rest van de hoogvlakte van eigenaar. De lokale Syrische bevolking, vooral Druzen, moest op de vlucht. Na de Yom Kipoer-oorlog van 1973, een grotendeels mislukte aanval van de Arabische staten, kwam een strook van de Golan opnieuw in Syrische handen. Quneitra bleef liggen zoals de Israëlische troepen het achterlieten: bewust platgewalst. Naast de huizen zijn nog de overgroeide aarden ‘loopbruggen’ zichtbaar die Israëlische bulldozers samenschraapten om dan het betonnen dak van de huizen op te rijden en ze zo te doen instorten. Blijkbaar een beproefde methode, want in januari zag ik in Gaza dezelfde aarden opstapjes naast verwoeste huizen.

De Golan is een van die kruispunten die vrede in het Midden-Oosten zo moeilijk maken. Strategisch belangrijk, cruciaal voor de watertoevoer van de regio, en aan de ene kant nu gevuld met joodse nederzettingen en aan de andere kant met Syrische frustratie. De twee landen zijn officieel nog altijd in staat van oorlog. De Golan is de prijs die Israël niet wil betalen voor vrede met Syrië.

‘Het heeft geen zin Quneitra herop te bouwen zolang er geen vrede is’, zegt Mohamed Ali, een lokale functionaris. ‘De stad is in U-vorm omgeven door Israëlische troepen. Hoe zou je hier een normaal leven kunnen opbouwen?’ Ali toont me de enige grensovergang tussen de Israëlische en de Syrische kant van de Golan, bewaakt door Oostenrijkse VN-troepen die zich al dertig jaar vervelen. ‘Als een meisje van onze kant wil trouwen met een Syriër in bezet gebied, neemt ze hier afscheid van haar familie. Voor altijd, want ze laten haar nooit meer terugkomen.’

Verder noordwaarts ligt, in de schaduw van de besneeuwde berg Hermon, een uitzichtsplatform dat over een mooie vallei heen een uitzicht biedt op het dorp Majdal Shams, in Israëlisch bezet gebied maar nog altijd bewoond door de lokale Syriërs en Druzen. ‘Vroeger kwamen we hier met megafoons praten met onze familie aan de overkant’, zegt Yassin Rikab, de oude schoolmeester van het nabijgelegen Syrische dorp. ‘Nu kunnen zij met hun gsm naar ons bellen, maar omgekeerd werkt het niet. We komen hier nog roepen op feestdagen, om te tonen dat we hen niet vergeten zijn.’

Plots weerklinken over de vallei heen doffe knallen, alsof de oorlog opnieuw is uitgebroken. ‘Vuurwerk’, zegt de Syrische grenswachter stoïcijns. ‘Het is Nieuwjaar voor iedereen.’


 

Comments

 Lily zei op 1 January 2010 om 23:59

Gelukkig Nieuwjaar! Je reisverslag is bijzonder boeiend, ik geniet er elke dag van!

The comments to this entry are closed.

OVER DEZE BLOG

Jorn De Cock reist vier maanden door het Midden-Oosten, van Beiroet naar Bagdad. Hij tekent onderweg de grote en kleine feiten van elke dag op. Beiroet-Bagdad loopt in samenwerking met het Fonds Pascal Decroos

Zoeken op deze blog





Vlaamse blogs